Home Groen 2016: Het Jaar van de Peulvrucht

2016: Het Jaar van de Peulvrucht

0

De FAO, de Wereldvoedselorganisatie van de VN, heeft het jaar 2016 uitgeroepen tot het ‘Internationale jaar van de Peulvruchten’. ‘Peulvruchten zijn belangrijke voedingsgewassen voor de voedselzekerheid in grote delen van Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ze zijn daar al sinds honderden jaren een essentieel onderdeel van het menselijke dieet. Toch wordt hun voedingswaarde niet algemeen erkend. Peulvruchten zijn gezond, vezelrijk, voedzaam en milieuvriendelijk. Toch eten we in Europa er maar een schamele negen ons per persoon per jaar van,’ aldus de FAO.

Door Ton Hendrix

Peulvruchten, wat zijn dat precies? Onder de noemer peulvruchten vallen bonen, erwten, linzen, kiemgroenten, lupinen, soja en pinda’s. Je hebt verse peulvruchten zoals sperziebonen, tuinbonen en snijbonen en gedroogde zoals linzen, kikkererwten, kapucijners, limabonen, kidneybonen, adukibonen, sojabonen, bruine bonen en spliterwten. We eten ze als soep (bruine bonensoep), in een salade of stoofpotje. Denk bijvoorbeeld ook aan curry met linzen, chili sin carne, gebakken bonen of falafel (burgers van kikkererwten). Je kunt ze ook prima eten als vleesvervanger.

Plantaardige eiwitten
En waarom zou je meer peulvruchten moeten eten? ‘Willen we de groeiende wereldbevolking kunnen blijven voeden,’ aldus Urgenda, de Nederlandse organisatie voor duurzaamheid, ‘Dan zullen we veel meer plantaardige en veel minder dierlijke eiwitten moeten consumeren. In deze overgang is een belangrijke rol voor peulvruchten weggelegd. Peulvruchten zijn namelijk rijk aan eiwitten en koolhydraten, ze bevatten weinig calorieën en veel mineralen zoals ijzer en calcium, en B-vitaminen, en zitten vol met gezonde voedingsvezels. Het is één van de beste leveranciers van plantaardige eiwitten en de basis van veel vleesvervangers. Het is niet alleen een goed alternatief voor vlees, maar ook voor eiwitten uit zuivel. De productiekosten van eiwitten uit zuivel zijn vijf keer zo hoog, die voor vlees nog hoger.’

Combinatieteelt
Peulvruchten zijn in feite zaden in of zonder peul, afkomstig van vlinderbloemige planten. De meeste soorten vlinderbloemigen leven in symbiose met stikstofbindende bacteriën. Deze bacteriën bevatten een enzym dat de plant kan gebruiken in z’n stofwisseling. In ruil voorziet de plant de bacteriën van koolhydraten en eiwitten. Zo zijn peulvruchten stikstofbinders en verbeteren ze de bodemvruchtbaarheid.

Peulen en doperwten zijn dan ook heel geschikt om te plaatsen bij gewassen zoals pompoenen en komkommers, welke juist een grote hoeveelheid stikstof opnemen. Dit noemen we combinatieteelt. Ook kun je op de plek van vlinderbloemigen het volgende seizoen koolsoorten kweken om dezelfde reden. Dan volg je het systeem van wisselteelt.

Soorten
Peulen of doperwten zijn simpele gewassen om te kweken. Doorgaans wordt een stuk gaas gebruikt of rijshout. De peulen of doperwten klimmen daar dan zelf tegenop. Droogbonen zijn in talloze soorten te verkrijgen, als stambonen en als stokbonen. De stokbonen zijn lange planten die langs een stok omhoog groeien, meestal zijn het snijbonen. Je kunt drie stokken  aan de top bij elkaar binden, zodat je een wigwam krijgt. Meestal geven ze erg mooie bloemen. De stambonen blijven kleiner. Dit zijn meestal slabonen of sperziebonen. Peulvruchten hebben nauwelijks bemesting nodig. Ze vragen wel een iets warmere grond, dus vanaf de tweede helft van mei kun je ze zaaien.

In het jaar van de peulvrucht gaan we ook kijken hoe wij als moestuiniers kunnen bijdragen aan het behoud en de verspreiding van oude, niet-commerciële, rassen. Sinds de invoering van industriële landbouw zijn we een heel groot deel van de diversiteit aan beschikbare (bonen)rassen kwijtgeraakt. Dat wat bewaard is gebleven is grotendeels te danken aan amateurs die op volkstuinen en in achtertuinen de zaden van oude rassen zijn blijven verzamelen, zoals het heilige boontje of het Wieringer boontje.

Je weet het: peulvruchten zijn niet alleen erg lekker, maar ook erg leuk om te kweken!

Meer info http://www.fao.org/pulses-2016/en/ | Reacties tonquichot@gmail.com