Home Gemist Anne Schepers winnaar derde ronde ‘Schrijf je straat’

Anne Schepers winnaar derde ronde ‘Schrijf je straat’

De derde ronde van schrijfwedstrijd Schrijf Je Straat leverde weer veel inzendingen op. En veel daarvan waren zeer de moeite van het lezen waard. De jury bestaande uit Teuntje Klinkenberg, Maaike Bergstra, Jessica Swinkels en Arie van Tol vond het verhaal van Anne Schepers, Vanaf een balkon, het beste. Nog vier andere verhalen krijgen een vermelding.

Vanaf een balkon
Anne Schepers

Om zeven uur ’s avonds was haar balkon het enige in de straat waar de zon op stond. Onze voeten, die we tussen de spijlen door gewurmd hadden, hingen over de rand. Zo zagen de mensen die langs fietsten eerst twee paar benen bungelen, dan onze lijven op het balkon, dan onze ogen, die we dichtknepen tegen het felle licht. De rest van de straat was donker.

Ze woonde in het smalste straatje tussen de Weesperzijde en de Wibautstraat, waar hoge bomen bijna alle zonnestralen weerden. Groene aanslag kroop over de huizen omhoog. De balkons waren zo dicht op elkaar gebouwd dat je via de takken van de bomen naar de overkant zou kunnen klimmen, zoals de kinderen uit mijn vroegere lievelingsboek tussen elkaars slaapkamers deden. In onze gedachten waren de balkons aan de overkant een set, waarin toneelspelers steeds op een ander balkon tevoorschijn kwamen om hun scènes te spelen: liefdesgeschiedenissen, oude vrouwen met katten, een moord. In onze gedachten was ik rijk en kocht ik het leegstaande huis aan de overkant, zodat we tussen onze balkons een touwtje konden spannen om via blikjes met elkaar te communiceren en in een sigarenkistje chocolaatjes, sigaretten en tampons naar elkaar te sturen. We hadden alles al bedacht, vanaf dat balkon. We kenden alle mogelijkheden.

De onderbuurman stapte zijn balkon op en pakte me voor de grap bij mijn voet, die voor zijn uitzicht bungelde. We bogen voorover om naar hem te zwaaien, hij liet mijn voet weer los en stak een sigaret op. Ik deed mijn haar – het was nog nat – in een knot en leunde met mijn rug tegen de muur. Zij nam een sigaret uit mijn pakje, de rook vermengde zich met die van de onderbuurman. Ze vroeg hoe het water had aangevoeld.

Fris, zei ik – ondanks de zomerhitte was het water van de Amstel nog koud. Iedere dag nam ik na mijn werk een duik voor ik naar haar toe kwam. Iedere dag wilde ze weten of het water al lauw was, hoeveel boten er voorbij waren gevaren, hoeveel mensvormige afdrukken er in de handdoeken in het gras hadden gestaan. Of de zon precies zo had geschenen dat hij via de gouden klok op de Amsteldijk in mijn ogen had weerkaatst toen ik in het water lag. Ik vertelde het haar, geduldig. Vandaag had ik met een collega een glas wijn gedronken aan de waterkant. Vandaag was er in het water iets langs mijn been geschampt, ik wist niet of het een vis was, of een plant, of de trapper van een fiets die al jaren onder water lag.

Ze ging naar binnen om een glas water te pakken. Haar onderbuurman tikte tegen mijn voet en vroeg hoe het nu met haar ging. Ik haalde mijn schouders op. Het verbaasde hem zo, zei de onderbuurman, dat ik nog steeds iedere avond bij haar op het balkon kwam zitten.

De jongen waar ik die zomer bij sliep, begreep het ook niet. Hij woonde in de Eerste Oosterparkstraat, in een huis dat binnenkort gesloopt zou worden. We sliepen in een lege, lichte kamer, op een matras op de grond. Wanneer ik er ’s ochtends wakker werd, was alles beige. Zijn balkon was overwoekerd door planten en bomen, een stadsjungle. Ik wist niet wat hij overdag deed of waar hij ’s avonds was als hij me belde. Als teken van mijn wantrouwen hing ik de pleister van het bloedprikken aan een van de spijlen van zijn balkon. Gedurende de zomer verpieterde de pleister door de regen, het stipje bloed werd steeds donkerder bruin. Uit de tests bleek dat we allebei gezond waren – het gekke was dat iedereen die zomer lichamelijk gezond werd verklaard, terwijl het in onze gedachten niet zo voelde.

Ze kwam weer naar buiten. Onder ons, op straat, gooide iemand in een mechanisch ritme flessen in de glasbak. Op het kleine stukje Wibautstraat dat we konden zien, raasden fietsers en auto’s voorbij. Rechts van ons glinsterde een klein streepje Amstel. Ik zag haar er naar kijken, mijn verhalen begonnen langzaam aan te werken. Nog even en ze zou vergeten dat ze soms flauwviel als ze buiten liep. Nog even en ze zou vergeten dat angst een vriend is die je omhelst, zodat je voor altijd naast hem op het balkon blijft zitten. Nog even en alles zou weer zijn zoals vroeger, toen ik nog nooit de dapperste van ons twee was geweest en zij bij de allereerste zonnestralen de straat op rende en de Weesperzijde overstak om een duik in de rivier te nemen.

Zo zaten we naast elkaar, zij met haar glas water en ik met mijn glas wijn, kijkend naar de mensen die onder ons voorbij liepen met hun picknickmanden en hun bierkratten en hun vuilniszakken, naar de auto’s die de scooters afsneden en de scooters die de fietsers afsneden. Ik vroeg haar voor de zoveelste keer wanneer ze weer mee zou gaan zwemmen, zij zei voor de zoveelste keer dat ze wenste dat de Amstel werd omgelegd, zodat hij door haar straat liep en ze er vanuit de voordeur en vanaf het balkon in zou kunnen springen. Toen de straatlantaarns aan floepten, rinkelde de fietsbel van mijn beige jongen ongeduldig onder het balkon. Het gezoem van duizenden stemmen en muggen en boten en lampen vermengde zich en steeg op, gelijk met de warme lucht. Nog steeds kan ik niet zeggen wat ons daar hield, die zomer, maar het had iets te maken met weten dat je op één moment tegelijkertijd niet ongelukkiger en gelukkiger kunt zijn dan dat. Alles telde twee keer. Het was hetzelfde, altijd, en toch was het altijd anders.

_____

Uitslag van de derde ronde van de schrijfwedstrijd Schrijf je straat

De winnaars van de derde ronde
Anne Schepers – Vanaf een balkon
Sascha Voogd – Nieuwbouw
Reineke Schermer – Vluchten kan niet meer

Eervolle vermeldingen zijn er voor Guus Bartholome voor Bloembak en Lila Payens voor Herinneringen aan de Dapperstraat.

Van alle inzendingen bij de drie rondes Schrijf Je Straat werden de tien verhalen geselecteerd voor de bundel Door Oost. Dit zijn ook de bijdragen die meedingen naar de Eerste Oosterparkprijs. Reinjan Mulder, de man achter Door Oost en de Oosterparkprijs, heeft een deskundige jury bestaande uit Joyce Roodnat, Arie Storm en Persis Bekkering bijeengezocht die zal zorgen dat de prijs van € 500,- in de beste handen gaat komen.

De winnaar wordt bekend gemaakt op het grote feest van het Festival Boeken door Oost, op 26 mei ’s avonds in Studio/K.

In Door Oost zijn verder veertien verhalen van meer of minder bekende schrijvers uit oost te lezen. Zij treden op tijdens het Festival Boeken door Oost.

De genomineerden en hun verhalen:

Derk Fangman – De Burgemeester
Arjen de Wit – Letters
Joost van Tilburg – Petfles
Anne Schepers – Vanaf een balkon
Reineke Schermer – Vluchten
Sacha Voogd – Nieuwbouw
Miriam Verrijdt – Amstelstation
Jouke Turpijn – Voor op de fiets
Lila Payens – Dappermarkt
Marije van Doodewaard – Reitzstraat

 

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here