Home .Mensen maken Oost Blijven bewegen tot meedoen

Blijven bewegen tot meedoen

0
Gury Douma vindt dat er te veel wordt gevraagd van mantelzorgers.

‘Het gaat echt de goeie kant op met de samenwerking tussen de verschillende organisaties die betrokken zijn bij lokale zorg en welzijn.’ Gury Douma, directeur van Dynamo, zegt het halverwege het interview met bijzondere nadruk. In het gesprek komen ook meer kritische opmerkingen langs.

Tekst Arie van Tol | Foto Dineke Rizzoli

Jarenlang was Dwars door de buurt organisatorisch ondergebracht bij Dynamo. Sinds vijf jaar is Dwars onafhankelijk, maar de banden tussen Dwars en Dynamo zijn nog nauw. Er is in elk nummer van Dwars een vaste Dynamo-pagina. In de Dynamovestiging Post Oost houdt Dwars haar redactievergaderingen. Het overdekte fietsenhok achter de Kamerlingh Onneslaan 34 is ook van Dynamo. Hier worden de 24.000 Dwarsexemplaren opgestapeld en van daaruit over de buurten te verspreiden. Onmisbare plekken zijn het voor Dwars.

De belangrijkste reden echter om in dit jubileumnummer Gury Douma aan het woord te laten is dat het sociale domein in Dwars een hoofdthema was, is en ongetwijfeld zal blijven. Met Gury bespreek ik de ontwikkelingen in het welzijnswerk van de afgelopen vijftien jaar.

Energie
In 2007 ontstond Dynamo uit een fusie van drie welzijnsinstellingen in Oost. Met de naam die toen is gekozen, Dynamo, is Gury nog altijd erg tevreden. ‘Het bewegen, de energie die in het woord besloten ligt, vond en vind ik heel passend. Bewegen tot meedoen, het credo van Dynamo, is echt ons streven.’

Op de vraag hoe de aantallen medewerkers zich verhouden tot de begintijd valt moeilijk antwoord te geven. ‘Eerst hadden we nog kinderdagverblijven en naschoolse opvang, die we moesten overdragen aan een andere partij. De vergelijking is dus moeilijk te maken. Maar nu zijn er zo’n 350 betaalde medewerkers, 500 vrijwilligers en 250 stagiairs. Ongeveer tweederde daarvan beweegt zich in Oost.’ Dynamo is daarnaast actief in Zuid, West en Centrum.

Participatie
‘Dynamo is er vooral voor mensen die het (even) niet redden, die aan de kant staan of dreigen buitengesloten te worden. Wij stimuleren bewoners om actief deel te nemen aan de samenleving. Wat we doen is met veel termen aan te duiden: preventie, eigen kracht ontwikkelen of herwinnen, empowerment, talentontwikkeling, versterking sociaal netwerk en het bieden van een vangnet.’

We streven naar een inclusieve maatschappij, waar iedereen erbij mag horen. De nadruk op participatie is evident. Hoe anders was dit nog in 2007,  in de nadagen van de zorgzame samenleving?

‘We moeten spreken van een verzorgingsstaat, die ruim de mogelijkheid gaf achterover te leunen. Niemand vroeg je enig initiatief te nemen.’ Gury frist het geheugen op: ‘De Wet Maatschappelijke Ondersteuning, WMO, stamt net als Dynamo uit 2007. Daarin wordt afscheid genomen van de verzorgingsstaat. Als een bewoner aanklopt bij de overheid, wordt er eerst gekeken wat iemand zelf kan. Vervolgens wie in zijn of haar omgeving hem of haar zou kunnen helpen. Dan pas is aan de orde of de overheid  een rol moet of kan spelen.’

Voor burgers is het een ingrijpende verandering, maar minstens zo lastig bleek de nieuwe visie voor medewerkers. ‘Niet langer was het motto ‘zorgen voor’, maar ‘zorgen dat’. Waar de klant voorheen gewild of ongewild afhankelijk raakte van de overheid en instanties, is nu juist elke interventie gericht op het bevorderen van zijn veerkracht en zelfregie.’ Gury signaleert dat deze verandering overigens snel is opgepakt in het welzijnswerk. ‘Onze mensen hebben die beweging snel weten te maken en werken meer integraal en vanuit nabijheid. Ik zie dat ze heel goed bezig zijn om bewoners zelf te laten ontdekken en zelf het voortouw te nemen.’

Zo’n 25 procent minder budget beschikbaar voor welzijn dan tien jaar geleden

Bezuinigingen
Dat de werkelijkheid weerbarstig is, ziet Gury natuurlijk ook wel. Er zijn grenzen aan de eigen kracht en de zelfredzaamheid die van mensen gevraagd kan worden. Waar we eerst in het opbouwen van de verzorgingsstaat waren doorgeschoten, gebeurt dat nu op onderdelen bij de participatiesamenleving ook. ‘Er wordt bijvoorbeeld echt te veel verwacht van mantelzorgers. Van hen dreigen sommigen er zelf aan onderdoor te gaan. Wij organiseren veel ondersteuning voor mantelzorgers. Het verlicht hun problemen enigszins, maar de problematiek is er niet mee opgelost.’

De verandering in het denken over welzijnswerk ging gepaard met bezuinigingen: ‘De aard van het werk is voor veel van onze medewerkers veranderd. Tegelijkertijd is er veel bezuinigd: in Amsterdam is er op jaarbasis  nu zo’n 15 à 20 miljoen euro, zo’n 25% minder budget beschikbaar voor welzijn dan tien jaar geleden. Bij sommige functies is daardoor de werkdruk verhoogd, andere zijn helemaal verdwenen. Speeltuinwerkers, buurtconciërges en de klussendienst voor ouderen zijn inmiddels al weer jaren verleden tijd.’

De gevolgen van het verdwijnen van speeltuinwerkers zijn verschillend. Op het Mariotteplein gebeurt waar de overheid op zinspeelt: omwonenden nemen het initiatief en zorgen voor onbetaald en verantwoord beheer. Maar als zo’n initiatief er niet komt, is het gevaar groot dat de speeltuin verwaarloosd en onveiliger raakt.

Overheid
Twee zaken waarin Gury de overheid tekort vindt schieten, wil ze graag benadrukken. Eerst legt ze uit hoe merkwaardig en contraproductief het is om basisvoorzieningen voor ouderen in sterke mate af te bouwen, terwijl verwacht wordt dat ouderen langer op zichzelf te blijven wonen. ‘Daarbij hebben ze wel ondersteuning nodig die zij anders deels in een verzorgingshuis zouden hebben gekregen.’

En de controledrift van de overheid lijkt moeilijk in te dammen. ‘De belofte regelgeving te vereenvoudigen wordt steevast gevolgd door een nieuw, nog ingewikkelder protocol, met nieuwe, nog ingewikkelder regels. Natuurlijk moet de overheid controleren of wij wel de goede dingen doen met onze subsidie, maar dat zou efficiënter kunnen. In een jaar tijd hebben we 57 beschikkingen en 25 opdrachten te verwerken. Uiterst tijdrovend.’ Om een verschijnsel als aanbesteding maakt Gury zich minder druk. ‘Amsterdam heeft zich nu eenmaal te houden aan Europese regelgeving, maar zoekt in het sociale domein even goed vaak naar niet al te geldverspillende procedures.’

Samenwerken
Zijn organisaties niet vooral elkaars concurrenten, met name ook bij aanbestedingen? Gury antwoordt zonder aarzeling: ‘De bedoelingen van de overheid en de WMO om tot een meer wijkgerichte aanpak in zorg en welzijn te komen, zijn geslaagd te noemen. Er is de laatste jaren veel betere samenwerking tot stand gekomen tussen grotere en kleinere betrokken instanties. De wijkzorgnetwerken beginnen goed te functioneren. Er is coalitievorming binnen de wijk. De eventuele concurrentie bij aanbestedingen is daarbij van ondergeschikt belang.’

Wel is er te weinig sprake is van het samenbrengen van de doelgroep van Dynamo, de mensen die ondersteuning nodig hebben, en de actieve, sociaal betrokken, kansrijke bewoners. ‘De overheid stimuleert de eerste groep tot een gang naar een buurtpunt, de tweede groep wordt aangezet tot het oprichten van een community. Elkaar tegenkomen is een beleidsdoel dat te veel alleen met de mond wordt beleden.’

Voorschool
Gury wijdt nog enkele zinnen aan buurtcentra, buurtpunten, Post Oost en statushouders. ‘De ondersteuning van statushouders is belangrijk, het zijn nieuwe Amsterdammers die er ook bij horen. We hebben er de afgelopen jaren veel energie op ingezet en zullen dat blijven doen.’

Op 1 januari 2018 is de wet op de kinderopvang geharmoniseerd: wat wil zeggen dat de voorschoolse opvang onder die wet is komen te vallen. Met veel veranderingen tot gevolg, zoals een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. ‘Mijn wens is dat het SER advies wordt opgevolgd en alle kinderen vanaf 2½ jaar recht krijgen op kinderopvang, recht op ontwikkeling. Verder hoop ik dat we met elkaar oplossingen en nieuwe vormen van solidariteit weten te bedenken voor de sterk toenemende eenzaamheid, wat mij betreft het sociale probleem van deze tijd!’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here