Home Nieuwsoverzicht Bloemenfietsen

Bloemenfietsen

0

Opeens zijn ze daar. Op de brug. De kleine brug. Van en naar de Van Eesterenlaan. Vijf fietsen. Of liever gezegd vijf bloemstukken. Die worden straks weggeknipt, is mijn eerste, niet al te positieve gedachte. Maar ik ben dan ook overspannen. Ik zie overal beren op de weg. In dit geval dus geen beren, maar fietsen. Illegaal geparkeerde fietsen. En de knipmaffia verwijdert alles wat aan straatmeubilair vastzit. Zonder pardon. Zonder uitzondering. Want dat mag niet. Punt.

Mijn vriend ziet het anders. Het is kunst. Bijzonder. En bijzonder vraagt om uitzondering. Dus blijven ze staan. Zijn redenatie klinkt logisch. Op het moment is alle hulp om zaken positief te zien welkom. Best vreemd, want meestal ben ik zelf de optimist. Als niemand meer een weg ziet, dan zie ik hem. Met of zonder beren. Want beren, die versla ik gewoon. Eigenlijk zie ik altijd vrolijke bloemenfietsen. Maar nu, nu zie ik verwelkte graftakken. Een nieuwe wereld gaat open. Eén die me totaal niet aanstaat. Die van de depressiviteit. Tringelde de telefoon voorheen non-stop, nu gaat hij amper. Wat wél doorgaat, is alles wat niet vrolijk stemt. Verzoeken, lees: opdrachten, uit de categorie ‘ik wil niet, maar het moet toch’. Zoals belastingcontrole. Of ik ‘even’ mijn administratie van 2016 wil opsturen. En is een blauwe envelop normaal al geen welkome gast, nu voelt het als Charles Manson op de stoep aantreffen.

Ook naasten laten het afweten. Onder het motto: je doet het zelf. En inderdaad, gezellig en gastvrij ben ik momenteel niet. Of behulpzaam. Ook is mijn tolerantiegrens lager dan normaal. Er zit zoveel emotie dwars dat ik alleen met boos kijken de tranen binnenhoud. En met het uitblijven van mijn uitnodigende gedrag, blijven ook de uitnodigingen uit. Zo slecht als mijn directe omgeving de metamorfose snapt, zo veel herkenning is er bij relatief vreemden. Onvoorstelbaar hoeveel mensen dit op enig punt in hun leven hebben meegemaakt.

Bij lotgenoten is een half woord genoeg. Met de tranen komen ook de verhalen los. Over hoe het voelt. Hoe het komt. Dat het ooit stopt. En een functie heeft. Dat er moois voor terugkomt. En al gaat het daarmee niet over, het helpt. Niets is fijner dan begrip krijgen. Om te horen: het is oké. Of: het gaat écht voorbij. Want dat is het lastigst te bevatten. Dat dit afschuwelijke gevoel van ‘ik wil niet meer’ ooit weggaat. Burn-out. Het klinkt melodramatisch. Maar zo voelt het ook. Eén groot: niets is leuk, ik wil niets, ik kan niets en om alles ga ik huilen. Óf gillen. Uit het niets. Van nul tot honderd op de schaal van overstuur. Het liefst blijf ik in bed. Niet omdat het daar prettig voelt. Nee. Puur om de wereld uit de weg te gaan. Slapen om te ontsnappen aan het nare gevoel dat maar niet weg wil. Buiten zijn mensen die je pijn doen. En het profiel op mijn banden is weg. Mijn teflon afgesleten. Alles komt keihard binnen. De kleinste opmerking doet afschuwelijk zeer. Vaak is het niet eens slecht bedoeld.

Sommige mensen roepen gewoon graag iets. Of denken dat hun ‘eerlijke’ mening geven gelijk staat aan eerlijk zijn. Zij kunnen niet weten dat het bijeffect momenteel is dat ik van het dak wil springen. Hoe het komt? Te lang, te veel stress, meer doen dan je aankan, jezelf geen hersteltijd gunnen. En dan opeens is de batterij zo leeg dat hij niets meer doet. Zelfs opladen niet. Als superwoman dacht ik, dat gebeurt mij niet. Maar dat dachten al die andere supermannen en -vrouwen vóór mij ook. Hoe kom je ervan af? Moeilijk. Met de tijd. Het is geen griepje. Hoe langer je er geheel of zelfs maar deels tegen vecht, des te langer het duurt. Daar ga ik dus al scheef. Acceptatie en je eraan overgeven zijn stap één. En zoek professionele hulp. Vooral om te zorgen dat het niet nog een keer gebeurt. Want meestal komt het voort uit een patroon. Een patroon van teveel van jezelf weggeven. En al is geven mooi en goed, een teveel is, zoals met alles, funest.

Verder: rust. Rust, rust, rust en nog meer rust. Vooral in je hoofd. Er zijn altijd mensen die op je rekenen en zoveel dingen te doen. Ze niet doen, levert een schuldgevoel op. Zeggen dat je niet meer kan, is eng. Want wat als je het etiket aansteller krijgt? Of lui? Iemand die de boel belazert, slappe hap, watje of gestoord? Al is dat een reële mogelijkheid, toch is niets zeggen niet de oplossing. Veel mensen hebben wél begrip. Vaak meer dan je denkt. Dat heb je nodig om eruit te komen. Om het vol te houden. En openheid helpt weer anderen. Een burn-out is geen teken van zwakte, maar een gevolg van te lang te sterk zijn. Iedereen en alles leunde op jou, maar nu ben je tijdelijk op. Lelijke mensen zullen altijd lelijk denken. Maar aardige mensen, aardig. En voor je het weet zie je overal weer bloemenfietsen staan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here