Home (T)Huis De Akropolistoren als levensloopbestendig wooncomplex

De Akropolistoren als levensloopbestendig wooncomplex

0

Op het Zeeburgereiland steekt de Akropolistoren met zijn veertien verdiepingen hoog boven de rest van de bebouwing uit. Ook qua leeftijd gaan de bewoners van het net opgeleverde seniorencomplex aan kop. Saar Boerlage, een van de oprichters van de Coöperatie Bewoners Akropolistoren, woont in de top, op de veertiende verdieping.

Tekst Tineke Kalk | Foto’s Arjen Poortman | IJopener

Ze woont er net veertien dagen, Saar Boerlage, 85 jaar. De gordijnen hangen nog niet eens. Maar wat maakt het uit als je zo’n uitzicht hebt: ‘In het schemerdonker fonkelt Amsterdam mij tegemoet.’ Saar was als sociaal geografe verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast was zij haar hele leven maatschappelijk en politiek actief. Zij was betrokken bij de oprichting van de Pacifistische Socialistische Partij en werd de eerste vrouwelijke partijvoorzitter. Later zat ze voor Groen Links zowel in de Amsterdamse gemeenteraad als in de stadsdeelraad van Amsterdam-Zuid. Na haar pensionering werd zij actief in de Ouderen Adviesraad Oost en het netwerk Wijze Oude Wijven (WOUW).

Na een bezoek aan enige Rotterdamse woon-zorgcomplexen van Humanitas richtte Saar tien jaar geleden samen met anderen de Vereniging Akropolis Amsterdam(VAA) op. Doel: realisatie van levensloopbestendige wooncomplexen. Jarenlang voerde de vereniging actie bij woningbouwverenigingen, pensioenfondsen en de gemeente. Pas in maart 2014 kwam er schot in de plannen: woningbouwvereniging Alliantie bood aan een seniorentoren op het Zeeburgereiland te bouwen. De leden van de VAA reageerden enthousiast. De toren telt 86 woningen met een huur van € 580 tot € 900 per maand.

Samen nemen wij de verantwoordelijkheid voor een deel van het beheer

Meedoen
‘Wij hebben gekozen voor een coöperatievorm: de Coöperatie Bewoners Akropolis Toren’, zegt Saar. ‘Als zelfstandige organisatie hebben wij geen band meer met de vereniging Akropolis Amsterdam. Samen nemen wij de verantwoordelijkheid voor een deel van het beheer. Klein onderhoud, administratieve klussen, het bevorderen van welzijn door onderlinge contacten en samen in de buurtkamer met de andere bewoners van Zeeburgereiland initiatieven ontwikkelen horen daaronder.  Daarbij is het humanistisch uitgangspunt van respect en zorgvuldig omgaan met zowel het gebouw als mensen het uitgangspunt. Wie hier wil wonen wordt geacht mee te doen. En of dat nu in de vorm van een bestuursfunctie is of het schenken van koffie in de buurtkamer, maakt niet uit.’

Vitale ouderen
‘Bij de keuze van bewoners keken we of iemand zich in onze visie kan vinden. Je hoeft niet per se lid van het Humanistisch Verbond te zijn. Belangstellenden vulden een lijst in met vragen als: wat zijn je interesses, hobby’s, in welke verenigingen zit je en hoe sta je tegenover het Humanisme. Daarna volgde een gesprek van twintig minuten. Omdat het lidmaatschap van de Vereniging Akropolis Amsterdam in het begin nog een eis was, kenden we al veel van de geïnteresseerden. We hoefden nauwelijks mensen af te wijzen. Dankzij het feit dat wij bij toewijzing van de appartementen keken naar de datum van lidmaatschap –  er is zelfs op de seconde genoteerd waarop de eerste contributie betaald was –  zit ik nu op de hoogste verdieping! Het  oorspronkelijke uitgangspunt van evenveel mannen als vrouwen moesten we loslaten, maar het aantal mannen valt nog reuze mee: een derde van de bewoners is man. Het scheelt dat hier de nodige homostellen wonen. De gemiddelde leeftijd van de bewoners is rond de zeventig. Allemaal wel vitale ouderen want er is geen verpleegafdeling.’

De sociale sector-appartementen zijn inmiddels allemaal vergeven, in de midden sector staan nog tien appartementen te huur.

Actiepunt
‘Wat ik verwacht van dit samenwonen?’, vervolgt Saar. ‘Ik merk nu al dat mensen vriendelijk tegen elkaar zijn, bereid zijn mee te helpen en zelf initiatieven ontwikkelen. Zo is er een wandelgroep, waarbij ook andere buurtgenoten welkom zijn. Beneden in de plint is een ruimte die in principe voor de hele buurt is. Vijf keer per week is de buurtkamer om tien uur toegankelijk voor iedereen. Ik drink er koffie en lees er de krant. Er is een programmacommissie die met alle buurtbewoners rekening wil houden zodat ik goede hoop heb dat het in de toekomst gaat mengen.’

Saar zou Saar niet zijn als ze ook niet een actiepunt had: goed openbaar vervoer voor deze buurt. Zeker ‘s avonds is het vervelend om van tram 26 naar haar huis te lopen. Een elektrische Biro lijkt haar ook wel wat, want gelukkig zijn er in de garage vijf elektrische aansluitingen.

Saar: ‘Ze verklaarden mij voor gek om nog op mijn 85ste te verhuizen en waren zelfs bang dat het mijn dood zou worden. Maar je ziet, ik ben nog springlevend!’