Home Gemist De mooist zingende vogel van Nederland

De mooist zingende vogel van Nederland

Het geelgoud omrande oog van de merelman vormt een prachige combinatie met zijn chic glanzende gitzwarte pak. Foto Rob Baars.

Gewekt worden kun je door allerlei geluiden. De wekker. Kindergehuil. Motorgeronk. Gesnurk van je lief. Het mannetje van de radio. Hanengekraai. De snerpende tram. De torenklok. Een zoemende mug. De zang van een merel.

Lieneke Koornstra 

Uit een verkiezing die het VARA-natuurprogramma Vroege Vogels in 2010 hield, kwam de Turdus merula, ofwel de merel, uit de bus als de mooist zingende vogel van Nederland. Toen het ging om het mooiste natuurgeluid werd hij in 2012 opnieuw nummer 1. Veel mensen worden gelukkig van de merelzang en associëren het geluid van deze zwarte lijster met het begin van de lente. Het laat zich dan ook raden dat zijn zang voor velen het prettigste geluid is om mee wakker te worden.

Het blijft moeilijk om in lompe letters de sierlijke merelmelodie weer te geven. IVN-gids Dick de Vos somt in hetzelfde natuurprogramma enkele kenmerken op: rustig tempo, warme klank, korte pauzes tussen de strofes, elke strofe is anders en eindigt met een iets schellere toon. Volgens vogelgeluidenverzamelaar Henk Meeuwsen hebben de zoetgevooisde vogels allemaal hun eigen herkenningsmelodie. Daardoor onderscheidt de merel die op de dakrand van je eigen huis het hoogste lied zingt zich van zijn buurmerels. Nog in het ei leert een mereljong het gezang van zijn vader kennen. Zijn leven lang zingt hij de strofen na, waarbij hij steeds meer motieven en verfijningen van andere vogels overneemt en zelfs ringtonen verwoed kopieert. Daarbij is het hem om twee dingen te doen: een mooie merelvrouw veroveren én rivalen uit de buurt houden.

Gevaar
‘De geluidsmuur der morgenmerels is in het schemerdonker overdonderend’, schrijven de Amsterdamse stadsecologen Remco Daalder en Martin Melchers in hun boek Sijsjes en drijfsijsjes. Er zijn dan ook mensen die erover klagen. ‘Ik houd erg van zangvogels, maar de merel overdrijft’, aldus schrijver en cabaretier Hans Dorrestijn. Hij noemt het ondieren met ‘akelig schelle stemmen’. In geval van dreiging produceert de merel in een snelle opvolging pink-geluiden die blijven aanhouden tot het gevaar is geweken. Dit harde scherpe geluid klinkt zeer frequent bij hun nestplaats en in de directe omgeving ervan als de jongen, nog voordat ze kunnen vliegen, het nest uit zijn.

Merelman met rijk gevulde snavel. Foto Leen Pauwels.

Rob Baars, lid van de Vogelwerkgroep Amsterdam: ‘Merels bouwen hun nest in dichte struiken, lage bomen, klimop en andere lage beplantingen. De nesten zijn daardoor makkelijk te vinden. Katten, eksters, gaaien en kraaien doen daar hun voordeel mee.’ Edial Dekker, lid van dezelfde Vogelwerkgroep, vult aan: ‘De merel compenseert dit verlies door veel jongen groot te brengen. Twee tot vier keer per seizoen legt het vrouwtje tussen de drie en de vijf eitjes, blauwgroen van kleur en bedekt met kleine bruinrode vlekjes. In zo’n elf tot vijftien dagen worden ze uitgebroed.’ De broedtijd loopt van half maart tot begin augustus.

Een prachtige decoratie
Bij hun geboorte zijn mereljongen nog volledig naakt. Zolang ze in het nest liggen, blijven ze doodstil. Als een van de ouders met een snavel vol voer op de nestrand neerstrijkt, steken de jongen hun kopjes omhoog en houden hun snavels wagenwijd open. ‘Het verenkleed ontwikkelt zich in krap twee weken’, vertelt Edial. ‘Ze lijken in die periode erg op de vrouwtjes, maar ze zijn donziger en niet alleen aan de onderkant bruin gestippeld maar ook aan de bovenkant. Bovendien is het kopje meer rossigbruin. Bij het vrouwtje zijn het kopje en de rug grijsbruin.’

In een door Anonymus geschreven gedicht over de merel wordt het mannetje neergezet als ‘lelijk van kleur: een dood soort van zwart’. Voor Rob onbegrijpelijk. ‘De zwarte lijster draagt een chic glanzend gitzwart pak waarbij zijn goudgeel omringde ogen een prachtige decoratie vormen. Ook de goudgele snavel stemt daarmee mooi overeen.’

Met zijn zwarte verenkleed is de merel het zwarte schaap binnen de lijsterfamilie. De beflijster is weliswaar ook zwart maar versierd met een witte halvemaanvormige borstband. Rob: ‘Alleen in april is de vogel even in Nederland, op doorreis naar het noorden. In het Diemerpark maak je kans hem te zien.’

Overige familieleden zijn de zanglijster, de grote lijster, de koperwiek en de kramsvogel. Zij zijn allemaal egaal bruin op de rug en uitgerust met een gespikkelde borst.

‘Wit gevlekte en geheel witte merels komen ook voor’, zegt Edial. ‘In dat geval is er sprake van leucisme, een pigmentafwijking, niet te verwarren met albinisme. Dieren met albinisme hebben rode ogen, dieren met leucisme hebben hun normale kleur ogen, snavels en poten.’ Met een lach voegt hij eraan toe: ‘Volgens een fabel van Els Baars waren alle merels vroeger wit en kleurden ze als gevolg van hoogmoed en hebzucht uiteindelijk zwart.’ Rob ontmaskert een andere fabel. Volgens de website van de Vogelbescherming lijkt de merel het meest op de spreeuw. ‘Helemaal niet’, zegt hij. ‘Ze zijn ongeveer even groot, zijn ook zwart en vaak te zien. Maar het is niet eens familie.’

Snackbar
‘Aanvankelijk was de merel een schuwe bosvogel die een teruggetrokken leven leidde in de dichte loofbossen van Europa’, zegt Rob. ‘Een deel van de merels leeft nog steeds op de schuchtere manier van in de negentiende eeuw. Het andere deel heeft zich steeds meer aan open gebieden en menselijke bewoning aangepast en wordt gezien als een tamelijk makke stadsvogel. Iedere Nederlander heeft er wel een in zijn tuin.’ In de meeste tuinen treft de merel een uitstekende snackbar, waar hij kan kiezen tussen regenwormen, insecten, ongewervelde dieren waaronder slakken en pissebedden, bessen, afgevallen fruit, zaden, brood en diverse soorten vogelvoer. Omdat die snackbar het hele jaar door genoeg in de aanbieding heeft, slaan steeds minder merels de vleugels uit om in Groot Brittannië, Spanje of Portugal te overwinteren.

Merelvrouw . Foto Edial Dekker.

Stadsmerels hebben kortere, dikkere snavels dan bosmerels omdat ze minder insecten hoeven los te peuteren, er is immers makkelijker voedsel beschikbaar. Stadsmerels zijn ook meer succesvol: in dorpen en steden kunnen de dichtheden tien keer hoger liggen dan in landbouw- en bosgebieden. Het aantal uitgevlogen jongen per nest is hoger.

‘Sinds 2016 zijn er forse klappen gevallen binnen het merelbestand als gevolg van het door muggen overgedragen usutuvirus’, vertelt Edial. ‘In Oost- en Zuid-Nederland was er een ware epidemie gaande, in West-Nederland was het veel minder heftig. In 2017 kelderde de merel voor het eerst sinds de start van de Tuinvogeltelling uit de top-3 en kwam hij op nummer 5 terecht. Uit tuinvogeltellingen van afgelopen januari blijkt dat het merelaantal weer voorzichtig toeneemt.’

Metafoor
Niet alleen is het de merel die zingt, hij wordt ook bezongen. Rutger Kopland doet het in een gedicht. Hij schrijft: ‘Er is iets in de zang van een merel, het is voorjaar, je wordt wakker (…) Er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol, met het zingen van die merel.’ In een poëziealbumversje dat oproept om bevriend te zijn met kleine dingen, komt ‘een mereltje dat zingt’ voorbij. Marije Geerts gaat nog een stap verder met haar uitnodiging ‘Wees als een merel, zwart, gevleugeld en nonchalant pikkend in de aarde, schuinsmarcheerder, naar worm of vlieg spiedend, zonder zorg in de lucht (…)’.

Merelvrouw met worm. Foto Leen Pauwels.

Bekend is de song Blackbird die Paul McCartney schreef in zijn Beatles-tijd. De oplopende spanningen door de protesten van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging tegen de rassenscheiding in de Verenigde Staten, vormden voor hem de inspiratie voor de tekst. De merel staat hier symbool voor een zwarte vrouw: ‘Blackbird fly, blackbird fly, Into the light of the dark black night’. De rock- en metalband Alter Bridge schreef eveneens een song met de titel Blackbird waarbij de merel op soortgelijke wijze een metafoor lijkt te zijn: ‘Let the wind carry you home, Blackbird fly away, May you never be broken again.’

Rond 1970 kwam de naam Merel voor meisjes in beeld. Ieder jaar nam het gebruik ervan toe, tot in het jaar 2000. In dat jaar werden ongeveer 600 meisjes Merel genoemd. Daarna nam het gebruik ervan weer iets af. Zangeres Merel Koopman bleef met haar artiestennaam Blackbird geheel in de stijl van de geliefde zangvogel.

Niet alleen meisjesnamen herinneren aan het dier. Zo ook de naam van het door Lockheed gebouwde verkenningsvliegtuig van het type SR-71 Blackbird. En niet te vergeten de naam van de druivensoort waarvan de alom bekende Merlot-wijn wordt gemaakt. De naam Merlot is afgeleid van merle, wat Frans is voor merel. En evenals de vogel komt deze druivensoort en dus ook de wijn die ervan wordt gemaakt, op vele plekken ter wereld voor. Tot groot genoegen van velen.

Waar vind je?

Merel talrijk in tuinen, parken, bossen
Beflijster half april op doorreis naar het noorden op grasvelden, onder andere in het Diemerpark
Zanglijster in tuinen, parken en bossen
Grote lijster in bossen op zandgronden
Koperwiek wintergast in berkenbossen, parken
Kramsvogel doortrekker en wintergast, open bos, tuinen, parken

 

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here