Home Lezen en schrijven Dierenverhalen vertalen en dan de bomen langs

Dierenverhalen vertalen en dan de bomen langs

0

De Russische taal heeft minder woorden dan het Nederlands. En kun je woorden als seksleven en dumpen gebruiken als je Dostojevski vertaalt? Een inkijkje in het leven en denken van vertaler Monse Weijers die in de wijk Jeruzalem woont. Dit jaar werkte hij aan het boek Teddy, de geschiedenis van een beer, van Joeri Kazakov.

Tekst Arie van Tol | Foto’s Frank Schoevaart| Dwars

Monse Weijers en ik kennen elkaar van het tennisgravel. We zijn beiden waardige vertegenwoordigers van de veteranenafdeling van tennisvereniging De Meer. Treffen doen we elkaar zo af en toe, verwoed proberend een kort balletje te halen om na afloop van mening te verschillen over Poetin. Aan het eind van ons gesprek in Grand Café Frankendael verraadt hij een andere sportieve activiteit. Een heel bijzondere: regelmatig fietst hij naar de Gaasperplas om daar te gaan zwemmen bij het naaktstrand. ‘Ik denk dat ik vanmiddag ook nog ga,’ is zijn reactie als ik heb opgemerkt dat het inmiddels ongetwijfeld te koud is geworden.

Gontsjarov
Monse ging in 1961 Russisch studeren aan wat toen de GU (Gemeentelijke Universiteit) Amsterdam heette. ‘Ik wilde een taal gaan studeren, maar per se geen leraar worden. Dan is Russisch een veilige keuze. Overigens had ik op de middelbare school wat Russisch gehad, als bijvak. Natuurlijk had ik ook grote interesse in de Sovjet-Unie en sympathie voor het communisme.’ Zijn eerste vertaling was het toneelstuk Een kaars in de wind van Solzjenitsyn. Zo’n 20 boeken heeft Monse sindsdien vertaald. In de jaren ’90 zette hij zijn tanden in vier boeken van Tsjingiz Ajtmatov. ‘Maar mijn belangrijkste werk is de vertaling van een roman van Ivan Gontsjarov: Het Ravijn. Hij werd vooral bekend werd met zijn boek Oblomov.’ ‘Behalve de boeken zijn er de verhalen. Met name in het literaire tijdschrift De Tweede Ronde heb ik veel uit het Russisch vertaalde verhalen gepubliceerd. Het blad bestaat helaas niet meer.’

Gillen of bulderen
‘Wat is het lastigst aan het vertalen van het Russisch naar het Nederlands, zit dat meer in de grammatica of in de werkwoordsvormen?’ Aarzelend zoekt Monse naar een antwoord: ‘Het Russisch heeft veel minder woorden, dat is niet per se lastig, maar wel opvallend. Er is bijvoorbeeld maar één woord in het Russisch voor schreeuwen, terwijl er in het Nederlands vele synoniemen zijn: brullen, (hard) roepen, bulderen, krijsen, gillen, en zo nog veel meer.’

‘Vertalers zijn geneigd tot zo letterlijk mogelijk vertalen of nemen juist veel vrijheid, hoe is dat bij jou?’ Ook deze vraag krijgt een lauw antwoord: ‘Recht doen aan de tekst, daar gaat het om.’ Praten over de techniek van vertalen heeft niet direct zijn interesse. Toch stel ik hem nog één zo’n vraag: ‘Mag je bij een nieuwe vertaling van een 19e-eeuwse roman de huidige woordenschat gebruiken?’ Nu is Monse heel beslist: ‘Ik vind van wel. Ik heb bijvoorbeeld het woord seksleven gebruikt bij Dostojevski, dat woord bestond niet in zijn tijd, niet in het Russisch en niet in het Nederlands, maar het was wel in de context het meest passende woord. Een ander nieuw woord dat ik heb gebruikt: dumpen. Ook een woord als baby wordt wat mij betreft gewoon gebruikt, al bestond ook dat begrip toen in beide talen niet.’

Vijandige wereld
‘Aan de vertaling van Teddy heb ik een maand of drie intensief gewerkt. De schrijver is Joeri Kazakov, die leefde in Moskou in het Sovjettijdperk, van 1927 tot 1982. Ik ben geen snelle vertaler, een pagina per dag doe ik gemiddeld. En er passeren wel zo’n zeven á acht versies.’ Hij had het boek al lange tijd in huis, toen hij het een jaar geleden eindelijk las. ‘Ik vond het zo mooi dat ik de stap waagde naar uitgeverij De Wilde Tomaat. En daar reageerde men enthousiast op mijn voorstel om Teddy en ook het verhaal Arktoer, de jachthond te vertalen voor een boekje van 110 pagina’s.

‘Teddy gaat over een circusbeer die ontsnapt als de oppasser zijn kooi per ongeluk open laat staan. Al snel wil de beer terug, maar is de weg kwijt. Hij wordt het woud in gedreven. Daar moet hij zich aanpassen, overleven, met de vrijheid leren omgaan. Nee, het gaat niet om een beer die mensen bedreigt, het gaat om het leven van de beer. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de circusbeer.’ Na een korte adempauze vervolgt Monse: ‘Het is een metafoor voor de mens die alleen zijn weg moet vinden in een vijandige wereld.’ Ik vraag hem of dat ook zijn kijk op de wereld weerspiegelt. ‘Ja zeker.’

Mislukt slavist
Monse levert regelmatig een bijdrage aan het blad Argus in de vorm van een autobiografisch verhaal. ‘Ik ben geneigd mijzelf te zien als een mislukt
slavist. Zo’n beetje als de tragische held in Scott Fitgerald’s Pat Hobby Stories. Maar evengoed heb ik veel plezier in het schrijven van die verhalen.’ ‘De moderne Russische literatuur, volg je die? Welke zijn in het Nederlands te lezen?’ ‘Ik lees momenteel voornamelijk klassiekers. Mijn voorkeuren wisselen, maar al enige tijd ben ik weer erg geboeid door Dostojevski. Alles van hem, maar vooral De Idioot. Victor Pelevin en Vladimir Sorokin zijn te rekenen tot de hedendaagse Russische schrijvers, zij zijn ook vertaald.’

Vuurtje opstoken
‘Nee, van mijn sympathie voor het communisme is niets meer over. Het heeft in de Sovjet-Unie toch vooral middelmatigheid en armoede gebracht.’ ‘Maar wat vind je van Poetin? Van het Rusland van nu?’ ‘Poetin heeft een zekere welvaart gebracht, gezorgd dat de pensioenen worden uitbetaald. Hij profiteert uiterst kundig van de nationalistische en chauvinistische sentimenten onder de bevolking. Maar dat hij de burgerbevolking van Aleppo heeft gebombardeerd maakt hem voor mij een oorlogsmisdadiger. De annexatie van de Krim valt nog wel goed te praten gezien het verleden. Maar ook zijn handelwijze in Oost-Oekraïne is uiterst dubieus. Hij had er een bemiddelingsrol kunnen spelen, maar koos er voor om het vuurtje op te stoken.’ Met de visie van Pieter Waterdrinker, dat de Navo hoofdschuldige is aan de onrust in Oekraïne, is Monse het dus niet eens. ‘Het is me ook niet helemaal duidelijk waar hij staat. In Zomergasten kwam een positievere kijk op Poetin bovendrijven dan in zijn prachtige boek Tsjaikovskistraat 40.’

Psychiatrie
‘In de zomer van 2017 heb ik last gehad van een diepe, langdurige depressie. Een nare periode. Ik kwam terecht bij Mentrum Ouderenzorg in het Sarphatihuis. Aanvankelijk was er een intensieve behandeling, nu is er veel minder frequent nog nazorg. Ik sta op het punt me in te gaan zetten voor andere psychiatrische patiënten door in de cliëntenraad van Arkin zitting te nemen.’ Arkin is een overkoepelende organisatie met twaalf ‘dochters’ waaronder Mentrum. De link tussen de psychiatrie en de literatuur is bijvoorbeeld terug te vinden in Dostojevski’s Aantekeningen uit het ondergrondse en ook in Mijn vader is een vliegtuig van Antoinette Beumer, dat Monse las naar aanleiding van het talkshowinterview met haar in de Jungle. Monse is regelmatige bezoeker van Dwars door Oost in de Jungle.

Sinds enige tijd heeft Monse nieuwe hobby’s. Hij heeft de natuur ontdekt, de biologie. ‘Ik wandel veel. Zo loop ik op zondag vaak mee met de bomenrondleidingen op de Nieuwe Ooster. Ik heb me aangesloten bij de Vereniging voor veldbiologie. Ik zat eerst in de vogelwerkgroep, en nu die is opgeheven bij de insectenwerkgroep. Op De Nieuwe Ooster staan meer dan 800 verschillende boomsoorten, het rechtvaardigt de naam Arboretum. Nu, in de herfst, leveren die bomen een wonderbaarlijk en fantastisch schouwspel op, waar ik iedere dag van geniet.’

Monse weet van geen stoppen. ‘Ik heb een bomencursus gevolgd. Ben lid geworden van Artis, ga elke week naar Artis. Ook heb ik op twee na alle dierenparken van Nederland bezocht. Ik moet nog naar Emmen en naar Kerkrade. En ik fiets regelmatig. En ja, ik zwem dus in de Gaasperplas.’ Het is dus beslist geen toeval dat Teddy een boek is over dieren.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here