Home Gemist Dreigende tweedeling in het onderwijs

Dreigende tweedeling in het onderwijs

Tirzah Ashraf, Coriene Kuipers en kinderen uit de kopklas voor het IJburgcollege.

De samenhang tussen leerkansen en sociale ongelijkheid is in geen welvarend land zo groot als in Nederland. Twee nieuwe boeken stellen dat in het Nederlandse onderwijssysteem een te vroege selectie plaatsvindt, die extra nadelig is voor kinderen met een migratieachtergrond. IJopener vroeg een leerkracht uit het Oostelijk Havengebied naar haar mening over beide boeken. Herkent zij de geschetste problemen en wat zijn haar oplossingen?

Tekst Tineke Kalk | Foto Marcel de Cnock | IJopener

Zowel het boek De bijlesgeneratie als Help, onze school is gekleurd schetst een somber toekomstscenario als we niet bij de les blijven. Is het inkopen van bijlessen in vergelijking met landen als Zuid-Korea in Nederland nog gering, Louise Elffers, auteur van De bijlesgeneratie; opkomst van de onderwijscompetitie, voorziet wel een stijging: de angst om achter te blijven in de onderwijscompetitie is al zichtbaar. Wanneer schoolprestaties gedeeltelijk afhangen van de portemonnee van de ouders, wat blijft er dan nog over van de kansengelijkheid in het onderwijs?

Ook Machteld de Jong en Huub Nelis, auteurs van Help, onze school is gekleurd; de toekomst begint in het onderwijs, maken zich zorgen over de kansenongelijkheid in Nederland. De samenhang tussen leerkansen en sociale ongelijkheid is in geen welvarend land zo groot als in Nederland, heeft onderzoek uitgewezen. Kinderen met een migratieachtergrond belanden veel eerder op het vmbo.

Kinderen met een migratieachtergrond kunnen ongelofelijk goed switchen, tussen talen, tussen normen. Het wordt tijd dat ze daar wat meer waardering voor krijgen.

Coriene Kuipers woont in het Oostelijk Havengebied en is kopklasdocent. De kopklas is een extra leerjaar na groep 8 voor kinderen met een taalachterstand. De kopklassen zijn gehuisvest op zes verschillende voortgezet-onderwijslocaties waaronder het IJburgcollege (www.kopklasAmsterdam.nl). IJopener vroeg haar om in haar meivakantie beide boeken te lezen.

Beide boeken stellen dat in het Nederlandse onderwijssysteem een te vroege selectie plaatsvindt die extra nadelig is voor kinderen met een migratieachtergrond.
‘De gemeente Amsterdam signaleerde vijftien jaar geleden een grote schooluitval van kinderen met een migratieachtergrond. Daarbij was er ook geen goede afspiegeling van deze groep in havo en vwo. Tachtig procent van deze kinderen heeft namelijk te maken met een taalachterstand en komt daardoor niet op de schoolopleiding die bij hen past. De gemeente en het schoolbestuur AMOS sloegen toen de handen ineen en hebben de kopklas opgericht. In de kopklas krijgen kinderen de tijd om die taalachterstand in te lopen. Wel is het zo dat zowel het kind als de ouders zeer gemotiveerd aan dit jaar moeten beginnen. Behalve potentie tellen ook doorzettingsvermogen en inzet. De Citotoets is niet altijd een goede voorspeller van succes. Het is een momentopname, terwijl juist op deze leeftijd de score erg kan fluctueren. Bovendien blijken kinderen veel meer te kunnen als ze ertoe uitgedaagd worden. Inmiddels zijn er zeven kopklassen, waarvan de meeste in Amsterdam-West. Het concept blijkt een succes: veel kinderen stromen door naar vmbo/t, havo of vwo.’

Hoe sta je tegenover bijles?
‘Bijlessen zijn niet goedkoop en vooral kapitaalkrachtige ouders maken daar gebruik van. Ze doen dit niet alleen om hun kinderen een grotere kans op slagen en op hoge cijfers te bezorgen, maar ook om huiselijke ruzies af te kopen. Dat laatste snap ik met twee zonen in huis die dit jaar eindexamen moeten doen. Die laatste reden kom je trouwens weinig tegen bij gezinnen met een migratieachtergrond. Behalve dat bijles een dure zaak is, kleven er ook veel nadelen aan. In Zuid-Korea waar volgens het boek De bijlesgeneratie bijles een veel voorkomende praktijk is, letten leerlingen in de klas veel minder goed op. Ze vertrouwen erop dat ze op bijles de stof op maat uitgelegd krijgen. Dat verschijnsel komt nu ook al voor in Nederlandse klassen. Een ander bezwaar is dat kinderen door bijles weinig tijd overhouden voor hobby’s en zich vervelen: belangrijke vaardigheden om jezelf beter te leren kennen, creativiteit te ontwikkelen en voor een toekomst waar veel vrije tijd zal zijn door robotisering. Wij als kopklas – misschien kijk je hiervan op – hebben trouwens net een deal gesloten met een huiswerkinstituut. Voor onze kinderen is de overgang naar de middelbare school vaak extra moeilijk omdat veel kinderen thuis nauwelijks of niet geholpen kunnen worden. Nu en tijdens het eerste half jaar op de middelbare school gaan ze coaching van dat huiswerkinstituut krijgen. Op de middelbare school komt zoveel op de kinderen af: van het kiezen van een onderwerp voor een werkstuk tot het opstellen van een studieschema, het maken van een toets maar ook zelfs: hoe benader je een docent of hoe durf je vragen in de klas te stellen.’

Is er wel voldoende aandacht voor elke leerling in de basisschool?
‘De huidige leerkracht heeft bij het passend onderwijs eigenlijk handen en ogen tekort om alle leerlingen de aandacht te geven die ze nodig hebben. Ik heb nu bijvoorbeeld een meisje in mijn kopklas die op de basisschool helemaal achteraan stil en bescheiden zat te zijn. Dat zijn juist de kinderen die gevaar lopen om didactisch verwaarloosd te worden. Zij had een vmbo/t-niveau en heeft na een jaar kopklas een havo/vwo-advies. Als je thuis weinig Nederlandse taalbeheersing meekrijgt, dan moet je dit op school oefenen. Scholen gaan komend schooljaar en de jaren daarop gelukkig meer geld krijgen voor inzet van extra personeel. Ik hoop dat ze die aan klasse-assistenten gaan besteden. Als je die goed weet in te zetten, krijgen veel meer kinderen de aandacht die ze verdienen.’

Hoe zorg je dat kinderen zich meer thuis voelen in de Nederlandse maatschappij?
‘In de kopklas gaan we veel de echte wereld in. We bezoeken de Tweede Kamer in Den Haag en veel musea in Amsterdam. We willen de kinderen trots laten zijn op hun stad en Nederland. Ook nodigen wij rolmodellen uit zoals bijvoorbeeld Samira Bouchibti, zij is voormalig lid van de Tweede Kamer, ex-gemeenteraadslid en schrijfster. Zij weet zelf hoe het is om als kind van een ongeletterde Marokkaanse moeder in de Nederlandse samenleving op te groeien. Zij begrijpt waar kinderen met een migratieachtergrond tegenaan lopen, maar daagt ze tegelijkertijd ook uit om obstakels te overwinnen: “Ik wil niet horen dat jullie je droom van politicus, burgemeester, schrijver of advocaat niet kunnen verwezenlijken. Kijk naar mij of Aboutaleb, in dit land kan en mag veel, maak daar gebruik van!” Zij is ook degene die met haar achtergrond veel openhartiger met hen over seksualiteit kan praten, omdat zij weet wat er in de Koran staat. Een moeilijk onderwerp als andere religies en dan met name het jodendom hebben wij zelf via een project aangepakt. Met de hele klas zijn we naar de moskee, kerk, hindoetempel, synagoge en boeddhistische tempel geweest. Behalve de verschillen zagen de kinderen ook hoeveel overeenkomsten er tussen de religies zijn.’

Is het soms niet lastig om zelf geen migratieachtergrond te hebben?
‘Ik praat veel met de kinderen maar ook met collega’s, ouders en rolmodellen met een migratieachtergrond. Zo betreur ik het dat het blijkbaar nodig is dat er nu een islamitische middelbare school in Amsterdam is. Een van de vaders vertelde mij dat hij erover dacht om zijn kind naar deze islamitische school in West te laten gaan. Daar krijgen de kinderen op school namelijk koran- en Arabische les en hoeven in het weekend niet nog weer speciaal naar school. Vanuit dat standpunt had ik zo’n keuze nog niet bekeken. Dat zette mij wel aan het denken: kunnen die lessen niet op andere middelbare scholen na schooltijd geregeld worden? In het boek Help, onze school is gekleurd staan veel tips hoe je als school en docent om kan gaan met dit soort wensen en tegelijkertijd je grenzen kan bewaken, zodat je als school ruimte biedt aan elk kind.’

Al op de basisschool trekken kinderen vooral op met kinderen van hun eigen achtergrond. Hoe doorbreek je dit?
‘Je moet daar echt moeite voor doen als school, het gaat zeker niet altijd vanzelf. Sinds een paar jaar is er bijvoorbeeld op 4 mei Theater na de Dam waar voorstellingen worden gemaakt over de Tweede Wereldoorlog. Tot nu toe waren zowel de spelers als het publiek overwegend wit. Dit jaar hebben vijfentwintig kopklasleerlingen samengewerkt met kinderen van de Jeugdtheaterschool. Een van de kinderen vertelde mij na afloop opgetogen dat het er al snel niet meer toe deed tot welke groep je behoorde: iedereen werkte samen en ging op in het spel.’

Kinderen met een migratieachtergrond voelen zich soms onderschat…
‘Dat is een feit als je deze boeken leest. Het is belangrijk dat zij binnen een school kunnen doorstromen en dat Amsterdam daarom zijn brede scholen behoudt. Ik vind het trouwens jammer dat het mbo en de vakken en de beroepen die daar geleerd worden erg onderschat worden. Er is nu weer een roep om vakmensen en ik hoop dat de waardering voor het mbo hierdoor flink gaat stijgen. Wat kinderen met een migratieachtergrond vaak ongelofelijk goed kunnen is switchen. Switchen tussen taal: tussen Nederlands en hun thuistaal, tussen straattaal en schooltaal. En wat dacht je van het switchen tussen tegengestelde normen en waarden? Deze kinderen zijn daar ware jongleurs in. Het wordt tijd dat ze daar meer waardering voor krijgen.’

Louise Elffers, De bijlesgeneratie, opkomst van de onderwijscompetitie. Amsterdam University Press, 2017, 188 pagina’s, € 19,99.

Machteld de Jong en Huub Nelis, Help, onze school is gekleurd, de toekomst begint in het onderwijs. Nijgh & van Ditmar, 2018, 432 pagina’s, € 24,99.

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here