Home Gemist Dwars 200, en toen…

Dwars 200, en toen…

Je moet er  niet aan denken dat het zo ver komt. Aan de andere kant hoop ik de 92 wel te halen. Ik zie me zelf zitten achter de geraniums, niet erg gezond en geen dwars meer. Mijn zoon is mijn mantelzorger en heeft me net Dwars nummer 400 in mijn handen geduwd. Mijn ogen zijn te slecht om ‘m te lezen, ik bekijk de plaatjes. Als mijn zoon er uit voorleest dwalen mijn gedachten al snel af.

Tekst Arie van Tol

Ik herinner me nog goed Dwars 200. De exacte datum weet ik zelfs nog: 18 mei. Er was een feest tussen de kunstwerken, en met dansmuziek die Spaans getint was. Er hingen ook tekeningen van voorpagina’s van Dwars. Sinds die dag ben ik Vriend van Dwars, nu al bijna dertig jaar al met al.

Ik zit continu aan een beademingsapparaat, zoals veel ouderen overigens. Er wordt ons aangeraden buiten de stad te gaan  wonen, maar dat is alleen weggelegd voor de rijksten. Op de terrassen in Amsterdam Oost zijn naast de heaters luchtzuiveringsapparaten opgehangen, buiten is nog altijd heilig, ook bij een zonnige dag met een temperatuur van 4 º boven nul. Ik kijk uit op zo’n terras. Zo vroeg op de dag zit er nog niemand. Mijn zoon is al lang gestopt met voorlezen, mijn aandacht voor het verleden duurt langer.

Er was toen ook een Festival Boeken door Oost, dat weet ik ook nog goed. Dwars deed mee aan de organisatie ervan en in Dwars 200 waren veel pagina’s ingeruimd voor de verhalen uit Oost, van de schrijvers uit Oost. Ik verslond de boeken van mijn buurtgenoten, vooral als ik ze had zien optreden in de talkshow. Als het maar even kon ging ik naar die alleraardigste avonden met prettige gesprekken.

Het beeldscherm heb ik al een tijd geleden de deur uit gedaan. Je zou kunnen zeggen dat ik er een ouderwetse wijze van informatievoorziening op na houdt: ik luister radio via mijn computer. Als ik de commentaren mag geloven zitten we in een opwaartse spiraal, mag het ook na de enorme puinhopen die zijn aangericht. Jarenlang teisterden oorlogen en natuurrampen de wereld. Nu wil iedereen vrede en rust. Mijn zoon heeft de radio aan gedaan en ze zeggen iets over toeristen uit Azië.

Vaag kan ik me herinneren dat er een stadbestuur aantrad dat serieuze pogingen zou gaan ondernemen om de groei van het toerisme een halt toe te roepen en om de stad groener en minder vervuilend te maken. Het geloof in een constructieve bijdrage van de Amsterdamse bewoners zelf was toen al verdwenen, op stadsdeelniveau was er geen politiek.

Een gevolg van beleid kan het niet geweest zijn, want Groen Links predikte vooral dat alles schoon en betaalbaar moest blijven of worden. Maar in de twintiger jaren kwamen er nauwelijks nog toeristen naar Amsterdam. Het was er te vies en te duur geworden. Wel is onze stad lang een belangrijk digitaal knooppunt gebleven, in Science Park wordt vandaag de dag veruit het meeste geld verdient voor de stad. Ja, mijn mantelzorger die me net zo waar een kop thee bracht werkt er ook.

Als ik het me goed herinner was de zogeheten participatiesamenleving al weer op zijn retour in dat jaar van Dwars 200. Dat robots een cruciale rol zouden gaan spelen in de nabije toekomst, dat wilde er nog niet zo in bij de meesten. En als je vond dat de maatschappij onvermijdelijk op ernstige vormen van tweedeling afstevende werd je simpelweg afgeserveerd met het stempel negativistische pessimist. Niet veel later werden grote groepen kinderen de helft van hun schooltijd naar huis gestuurd omdat er geen leerkrachten waren. En werden grote groepen ouderen die geen extra zorg konden betalen aan hun lot overgelaten.

Tussen mijn trillende handen ligt Dwars 400 geklemd. Het is één van de weinig kranten die nog altijd ook op papier verschijnt. Abonnees op landelijke dagbladen krijgen hun krant digitaal, bezorging van een papieren editie bestaat al lang niet meer, wel zijn er nog exemplaren te koop in kiosken. De brievenbus is een relikwie uit het verleden geworden, er wordt niets meer gegooid door de gleuf.

Dwars is inhoudelijk herkenbaar gebleven in al die jaren. Veel cultuur, veel sociaal, verhalen, foto’s, en nog altijd gemaakt door bewoners uit de buurt, vrijwilligers. Maar huis aan huis verspreiden is er al heel lang niet meer bij. De bezorgers gaan met hun stapels langs de adressen van mensen die de krant echt willen hebben. En bellen er aan. Langs de Vrienden van Dwars. Duizenden zijn er daar inmiddels van. Subsidie is een fenomeen uit een ver verleden. De buurtkrant wordt gemaakt van het geld dat de Vrienden jaarlijks doneren.

Nieuwe Vrienden waren welkom, maar ook konden ze altijd nieuwe medewerkers gebruiken: nieuwe schrijvers, nieuwe fotografen, nieuwe redactieleden, nieuwe duizendpoten. Ook toen al. Ik weet dat ik zelf ook nog even heb overwogen om vrijwilliger te worden. Maar ik had geen schrijftalent, geen fotografietalent, in bezorgen had ik geen zin en een duizendpoot was ik in de verste verte niet. Ik was een goeie lezer, en ben dat nog heel lang gebleven.

Maak 25 of 10 euro over naar NL63 ASNB 0706 8038 17 en u bent dit kalenderjaar Vriend van Dwars

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here