Home Kunst Ferry schildert liefst zwart-wit

Ferry schildert liefst zwart-wit

0
Ferry in zijn atelier bij station Muiderpoort. Foto Lida Geers.

Het atelier van Ferry Reijnders is gehuisvest in een oud gebouw van de NS, recht tegenover station Muiderpoort. Binnen staan en hangen heel veel schilderijen, veel zwart-wit, maar ook kleur is vertegenwoordigd. Ferry schildert figuratief. Er hangen veel naaktschilderijen maar dat niet alleen, ook portretten, dieren en stadsgezichten zijn er te zien.

Tekst Lida Geers | Foto’s Lida Geers en Ferry Reijnders | IJopener

Tussen alle schilderijen staan een bankje, een fauteuil, een schildersezel en een soort werktafel. Die heeft Ferry Reijnders ooit gemaakt met het oog op cursussen die hij wilde gaan geven. Terwijl er thee wordt gezet, vertelt Ferry dat het niet helemaal duidelijk is hoe lang hij daar nog mag blijven. Hij moet er niet aan denken dat hij zou moeten verhuizen naar een andere locatie. ‘Ik heb geen auto, dus het verhuizen van al die schilderijen zal een hele klus worden.’ Maar goed, de kunstenaars die in het NS-pand hun onderkomen hebben, hebben een goede verstandhouding met de NS en hopen dat zij er nog lang mogen blijven.

Veel naakt! Mooi naakt, met een dromerige uitstraling

De schilderijen die in het atelier aan de muur hangen en op de grond staan, zijn heel divers en soms is het een soort stripverhaal. Ogenschijnlijk dezelfde afbeelding, maar de figuren erop veranderen qua houding, dat zie je eigenlijk pas in tweede instantie. Opvallend zijn de zwart-wit schilderijen, die bijna op foto’s lijken en toch ook weer helemaal niet. Ze zijn geschilderd. Sommige met acryl en sommige met olieverf.

Zoals gezegd, veel naakt. Mooi naakt, met een dromerige uitstraling. De modellen kijken bijna allemaal van je af naar een punt, waarvan de kijker maar moet bedenken wat er te zien is. Op de vraag of die modellen in zijn atelier poseren, antwoordt Ferry: ‘Ja, dat is te zeggen, ze komen een paar keer hier. Ik bouw een podium waarop zij dan poseren en dan maak ik heel veel foto’s. Die werk ik later uit tot een schilderij. Dat is natuurlijk heel anders dan toen ik op de academie zat, waar de modellen poseerden terwijl je schilderde. Maar dit gaat ook heel goed. Wat jammer is, is dat naakt niet makkelijk te exposeren is, terwijl het schilderen ervan juist heel leuk is.’

Geen foto’s
Zwart-wit schilderijen kom je niet zo heel vaak tegen, en je kunt Ferry niet méér kwetsen dan door te zeggen dat het foto’s zijn waarnaar je kijkt. Dat gebeurde tijdens een open atelierroute toen een van de bezoekers nogal bot zei dat je net zo goed een foto kon ophangen. Ferry is nog steeds bezig los te komen van het fotografische, want een dergelijke opmerking wil hij eigenlijk niet horen. ‘Wat het moeilijke aan schilderen is, is dat je de boel moet versimpelen. Vooral het haar van een model of van iemand die je portretteert, is moeilijk.’

‘Leeuwin’, zwart-wit schildering acrylverf 80/100 cm. Foto Ferry Reijnders.

Wat hij het mooie aan zwart-wit schilderen vindt, is dat je met zwart, wit en grijs een heel mooie dieptewerking krijgt. ‘Kijk: met name de huid van het model geef je iets stralends door de lichtval op haar huid aan te geven met puur wit.’ Hij schildert ook vaak in kleur, soms met acryl- en soms met olieverf. Acrylverf werkt spontaner, vindt hij, olieverf daarentegen werkt weer makkelijker. Daarnaast tekent hij ook heel veel.

In de tijd dat hij studeerde aan de Wackers Academie en in de mensa at, nam hij altijd een dummy mee om mensen te tekenen. Dat deed hij ook in de tram en op straat. Eigenlijk overal waar mensen te vinden waren, tekende Ferry ze. Hij heeft wel duizenden tekeningen gemaakt. ‘Ik was altijd een beetje verlegen. Daardoor heb ik heel veel mensen op de rug getekend en leerde vrij snel op een goede manier kapsels tekenen. Al snel overwon ik mijn schroom en tekende mensen van voren en van achteren, naargelang wat het meest interessant was. Eerst in een A6 dummy, daarna A5 en tenslotte op A4. Een A3 formaat vind ik te onhandig en te opvallend.’

Hard gestudeerd
Hij heeft heel veel portretten gemaakt, al of niet in opdracht. Maar ook van zijn ouders. Van zijn vader, die dementerend was, heeft hij voordat hij overleed in één jaar meer dan honderd tekeningen gemaakt. ‘Ik zette hem voor de televisie en zette een filmpje van Mister Bean op. Dat vond hij leuk en hij moest ook steeds bij hetzelfde fragment erg hard lachen. Intussen kon ik hem op mijn gemak tekenen. Mijn moeder, die ik bijna dagelijks in de Open Hof bezocht, tekende ik ook heel vaak. Jammer genoeg is zij op 12 maart overleden. Ik heb eigenlijk mijn hele leven getekend, maar kwam pas op latere leeftijd op het idee er ook mijn beroep van te maken.’

Op zijn 37ste besloot hij, nadat hij een aantal inloopateliers en zomercursussen had gevolgd, naar de opleiding op de Wackers Academie te gaan. Dit is een kunstacademie voor figuratief tekenen, schilderen en beeldhouwen. ‘Wat mij toen wel duidelijk werd, is dat je eerst de anatomie van het menselijk lichaam onder de knie moet hebben, wil je figuratief kunnen schilderen en tekenen. Door het boekje Zo leer je tekenen van Tjomme de Vries leerde ik in mijn jeugd al heel goed anatomie tekenen. Als tiener tekende ik die skeletten al na en daar had ik veel voordeel van toen ik later naar de kunstacademie ging. Elk bot en elke rib klopte bij mij. Op de Wackers Academie heb ik veel geleerd. Dat komt doordat ik heel goede leerkrachten had, maar ook doordat ik leergierig was en snel veel wilde leren. Ik had een baan en zat op school. De opleiding duurde vijf jaar, maar ik heb nooit spijt van mijn beslissing gehad. Wat nu een beetje speelt is: hoe breng ik mijn werk aan de man?’

Check www.ferryreijnders.exto.nl