Home Eten&Drinken ‘Het liefst hadden we er een gewoon restaurant gehad’

‘Het liefst hadden we er een gewoon restaurant gehad’

0

In de volksmond heet het ‘Het slakkenhuis’. Enige gelijkenis met een schemerlamp is er ook wel. Vier jaar geleden opende het bijzondere gebouw bij Fort Diemerdam haar deuren. Maar hoe welkom ben je eigenlijk bij Paviljoen Puur?

Tekst Lieneke Koornstra | Foto Kees Hoogeveen | Illustratie Winny Ros | IJopener

Aan het hek zijn drie ballonnen bevestigd, zachtjes deinen ze in de wind. Voor het paviljoen staat een Volvo Amazon, met bloemen en linten versierd. Bij de ingang is de mededeling te lezen dat het paviljoen gesloten is vanwege een bruiloft. ‘Kunnen we nou niets drinken?’, vraagt een jongen van een jaar of vijf. ‘Nee’, antwoordt zijn moeder. Met de ene hand houdt ze haar fiets vast, aan de andere bungelt een meisje dat zeker niet ouder is dan zeven. ‘Dat vind ik niet leuk’, zegt het joch. ‘Hebben we daarvoor dat hele eind gefietst?’, verzucht het meisje.

‘Wilt u zeker zijn van een plekje, neem dan contact met ons op voor een reservering.’

Zij zijn zeker niet de enigen die hier op een doordeweekse dag een gesloten deur aantreffen. ‘Het is toch van de zotte!’, geeft een duidelijk geïrriteerde pensionado aan zijn vrouw te kennen. ‘Die boel is gesubsidieerd, maar zomaar even terecht kunnen voor een kopje koffie of een glas wijn? Vergeet het!’

Gratis theatervoorstellingen en historische wandelingen
Stella van Heezik, hoofd communicatie en fondsenwerver bij Stadsherstel Amsterdam verwijst het idee dat Paviljoen Puur bestaat dankzij gemeenschapsgelden, resoluut van de hand. ‘Het maakt weliswaar deel uit van de Stelling van Amsterdam, maar de bijdragen van Stadsherstel, de provincie en Europa zijn besteed aan zaken als de renovatie van de fortwachterswoning en de nabijgelegen bunkers, het herstel van de singelweg en de hekwerken, het terugbrengen van de betonbeddingen en het creëren van een plek waar de ringslang kan vertoeven’, aldus Van Heezik. ‘Aanvankelijk was het plan de stelling, die bij Unesco op de Werelderfgoedlijst staat, een gesloten bolwerk te houden. Maar uiteindelijk kozen we toch voor een publieksvriendelijke opzet. Je mag elke dag op het terrein lopen en op zondag kan je gratis mee met gids John Cuijpers, voorzitter van de Historische Kring Diemen. Tijdens een wandeling vertelt hij honderduit over wat vroeger het harnas van Amsterdam was.’ De belangstelling hiervoor valt echter heel erg tegen. Net zoals voor andere evenementen die worden georganiseerd in het opvallende, met duurzaam cederhout beklede gebouw. Van Heezik: ‘Het is toch bijzonder dat op de gratis theatervoorstellingen met Pip & Pelle, aangekondigd in het Noordhollands Dagblad, De Gooi & Eemlander en de Brug, maar zo’n tien à vijftien mensen komen. En dat terwijl IJburg toch heel kinderrijk is.’ Stella van Heezik ziet de locatie als een moeilijke plek. ‘Te afgelegen’, zegt ze. ‘We hebben er erg lang over gedaan er een huurder voor te vinden. Het liefst hadden we er gewoon een restaurant gehad, maar de paar mensen die er komen leveren te weinig op om personeel van te kunnen betalen.’

Vol gereserveerd
Van maandag tot en met zaterdag is de ronde constructie dus alleen geopend voor exclusieve verhuur, op zondag zijn spontane bezoekers welkom. Toch is het dan nog geen goed idee om er onaangekondigd te verschijnen. ‘Wilt u zeker zijn van een plekje, neem dan contact met ons op voor een reservering’, vermeldt hun website. Op diezelfde site blijkt algauw dat je veelal tussen 12.00 en 14.00 uur welkom bent voor een kopje thee of koffie met taart, een lunch of een borrel, maar dat het paviljoen daarna weer vol is geboekt.

‘Wat zullen we doen?’, vraagt een wielrenster haar partner, op een van de mooie zondagen in augustus. Haar blik is gevestigd op een bord dat bij de ingang op de grond ligt. ‘Welkom bij Paviljoen Puur!’, staat erop. ‘Vandaag is ons terras tevens geopend tot 16.00 uur. Helaas zijn we binnen vol gereserveerd.’ De man schudt zijn hoofd. ‘Zie je ons al zitten tussen al die chique geklede lui daar? En hoor je al die joelende kinderen? Kom, we gaan verder.’ Hij klikt zijn voet met de speciale wielrennersschoen in het pedaal van zijn racefiets, zet af met zijn andere been waardoor de fiets begint te rollen. Hij zit al op het zadel als zijn partner zijn voorbeeld volgt.