Home Overzicht Het stadsdeel voor dummies

Het stadsdeel voor dummies

0

De gemeenteraadsverkiezingen zijn alweer geruime tijd achter de rug. Hoe staat het nu met de stadsdeeldemocratie, wat kunnen we verwachten, hoe zal het gaan? Weinigen die het weten. De IJopener heeft verleden, heden en toekomst op een rijtje gezet en probeert in een aantal blokjes grip op de zaak te krijgen.

Tekst Lisa Scheerder en Neeltje Wiedemeijer | Foto Kees Hoogeveen (bewerkt beeld) en Suzanne Blanchard | IJopener

Stadsdeelgeschiedenis in vogelvlucht: we bespreken eerst de periode van 1981 tot 2010. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is Amsterdam begonnen met het invoeren van het stadsdeelstelsel. Eerst op bescheiden schaal: Osdorp en Noord in 1981. In 1987 zijn daar vier stadsdelen aan toegevoegd en in 1990 nogmaals tien; zestien stadsdelen waren er toen. In 1998 is door samenvoeging het aantal stadsdelen teruggebracht naar dertien. In 2002 is Centrum er als laatste bijgekomen: tot die tijd was Centrum ‘dienst binnenstad’. Deze veertien stadsdelen hadden 322 rechtstreeks gekozen stadsdeelraadsleden.

Vanuit deze stadsdeelraden werd het dagelijks bestuur van het stadsdeel gevormd. In die tijd had Amsterdam zo’n 49 dagelijks bestuurders. Het college had bijna al zijn bevoegdheden overgedragen aan de stadsdelen. Het aantal vergaderingen van het college verminderde van twee keer per week naar één keer per week. Het aantal vergaderingen van de gemeenteraad verminderde van twee keer per maand naar één keer in de drie weken. De stadsdeelraden en de dagelijks besturen begonnen met vergaderen: de stadsdeelraad tweewekelijks en het dagelijks bestuur wekelijks.

2010-2014
In de periode 2010-2014 is het aantal stadsdelen verminderd van veertien naar zeven. Deze zeven stadsdelen, met 199 rechtstreeks gekozen stadsdeelraadsleden en 35 dagelijks bestuurders, hadden zich ontwikkeld tot zeven zelfstandige gemeentes. De stadsdelen handelden naar eigen inzicht. Het leidde er toe dat elk stadsdeel zijn eigen kapbeleid ontwierp, zijn eigen vuilophaalmethodes erop nahield, eigenlijk alles op zijn eigen manier deed. Als een wethouder van de centrale stad iets wilde, dan moesten de neuzen van zeven stadsdelen dezelfde kant op gemasseerd worden; er werd enorm veel overlegd of, zoals het in de officiële rapporten staat: dit hele stadsdeelstelsel leidde tot grote bestuurlijke drukte en niet te rechtvaardigen verschillen tussen de diverse stadsdelen, tot mistige samenwerkingsverbanden en politici die de weg waren kwijtgeraakt.

Kabinet Rutte-I haalde in 2014 een kille streep door het stadsdeelstelsel

2014-2018
Kabinet Rutte-I haalt in 2014, ruim dertig jaar na het ontstaan van de stadsdelen, tegen de wil van de Amsterdamse gemeenteraad in, een kille streep door het stadsdeelstelsel. Per 19 maart 2014 zijn de stadsdelen afgeschaft en vervangen door bestuurscommissies. Die bestaan uit vijftien leden (het algemeen bestuur); uit hun midden wordt een dagelijks bestuur (drie leden) samengesteld. Bestuurscommissies hebben nog wel eigen bevoegdheden, maar veel minder: ze bemoeien zich met de inrichting van straten en pleinen, groen en parken, inzamelen van huishoudelijk afval en welzijnswerk in de buurt, paspoorten en rijbewijzen.

Ook voor de financiën verandert er wat. De bestuurscommissie heeft in tegenstelling tot de eerdere stadsdelen geen eigen budgetrecht meer. Het college kent de bestuurscommissies een budget toe waarmee ze de resterende taken kunnen uitvoeren. Het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad; deze stelt de budgetten voor de bestuurscommissies vast. Ook wordt in deze periode het gebiedsgericht werken ingevoerd. Amsterdam wordt opgedeeld in 22 gebieden. Stadsdeel Oost bestaat uit vier gebieden: (1) Oostelijk Havengebied en Indische Buurt, (2) IJburg en Zeeburgereiland, (3) Oud-Oost en (4) Watergraafsmeer. Vanaf 2014 worden voor de 22 gebieden jaarlijks gebiedsanalyses, gebiedsagenda’s, gebiedsplannen en gebiedsmonitors gemaakt. Die worden besproken in de bestuurscommissie.

Vanaf 2018
Nog is er geen tevredenheid over het stadsdeelstelsel. De bestuurscommissies blijken niet te brengen wat werd verwacht, althans dat vindt de gemeenteraad. Wijze mannen worden gevraagd om na te denken over het Amsterdamse stelsel. De commissie-Brenninkmeijer komt met een advies. Die stelt dat maatschappelijke problemen in de Stopera vooral gezien worden als grondstof voor een politiek spel. Er is geen inhoudelijk debat over relevante thema’s voor de Amsterdammer. Partijpolitieke en persoonlijke machtsbelangen domineren. Dit politieke spel speelt zich grotendeels af buiten het zicht van de Amsterdamse samenleving. De Amsterdamse politiek staat ver van haar bewoners af. Nodig is dat Amsterdamse politici de wil en durf hebben om, los van politieke belangen, verschillende vormen van democratische vernieuwing uit te proberen, aldus Brenninkmeijer c.s.

Het college en de gemeenteraad gaan met het advies aan de slag en besluiten de bestuurscommissies af te schaffen, de dagelijkse besturen van de stadsdelen voortaan zelf te benoemen, en door middel van verkiezingen per stadsdeel een stadsdeelcommissie in te stellen die het dagelijks bestuur mag adviseren. De commissie-Brenninkmeijer probeert de gemeenteraad nog op andere gedachten te brengen (er is geen fundamenteel ander stelsel nodig), maar college en gemeenteraad blijven bij hun besluit.

Stembus van maart 2018
In maart 2018 is in elk van de zeven stadsdelen een stadsdeelcommissie gekozen. Het aantal leden hangt af van het aantal inwoners per stadsdeel. In Centrum bestaat de stadsdeelcommissie uit acht leden, in Oost uit zestien. In totaal zijn er 91 stadsdeelcommissieleden. Het Oostelijk Havengebied & Indische Buurt, en IJburg & Zeeburgereiland worden vertegenwoordigd door acht leden. Oud-Oost en Watergraafsmeer leveren de andere acht leden van de stadsdeelcommissie.

De nieuwe stadsdeelcommissie. Boven: Philip Monas (IJburg/Zeeburgereiland, D66), Karel van der Weide (Oud-Oost, SP), Bastiaan Minderhoud (Indische Buurt/Oostelijk Havengebied, PvdA), Paul Paulusma (IJburg/Zeeburgereiland, PvdA). Midden: Pieter de Zwart (Watergraafsmeer, D66), Martine van der Veen (Oud-Oost, D66), Maria Mos (Watergraafsmeer, GroenLinks), Cynthia Lionahr-Vernie (Watergraafsmeer, PvdA), Jan Jaap Knol (Indische Buurt/Oostelijk Havengebied, D66), Daphne Meijer (Indische Buurt/Oostelijk havengebied, GroenLinks), Frans van Vliet (IJburg/Zeeburgereiland, VVD). Onder: Stijn Nijssen (Oud-Oost, VVD), Matthijs Joosten (Oud-Oost, GroenLinks), Bas van Vliet (Watergraafsmeer, Méérbelangen), Merijn Boezer (Indische Buurt/Oostelijk Havengebied, VVD). Fenna Swart (IJburg/Zeeburgereiland, GroenLinks) staat niet op de foto.

De leden van de stadsdeelcommissie hebben geen controlerende functie meer, geen budgetrecht, ze kunnen alleen nog gevraagd en ongevraagd adviseren. Moties, amendementen, initiatiefvoorstellen, het stellen van een schriftelijke vraag, het is niet meer mogelijk in het nieuwe stelsel. Wel moet het dagelijks bestuur alle adviesaanvragen voor het college aan de stadsdeelcommissie voorleggen, kan de stadsdeelcommissie zelf agenderen, en moet de stadsdeelcommissie betrokken worden bij het gebiedsgericht werken. Ook kan de stadsdeelcommissie zaken agenderen bij de gemeenteraad.

Bij de laatste verkiezingen konden we niet stemmen voor het dagelijks bestuur. In het nu geldende stelsel wordt dit bestuur niet gekozen maar benoemd door het college. Het bestaat uit drie leden en de voorzitter wordt eveneens door het college benoemd. In totaal dus 21 dagelijks bestuursleden in het nieuwe stelsel. Het dagelijks bestuur is het verlengde bestuur geworden van de centrale stad en heeft geen rechtstreekse relatie meer met de stadsdeelcommissie. Het is dus niet meer zo dat de nummer 1 van de lijst van de partij die in het stadsdeel de grootste is geworden, automatisch stadsdeelvoorzitter wordt.

Maatschappelijke problemen worden in de Stopera vooral gezien als grondstof voor politieke spelletjes

Bevoegdheden
Het dagelijks bestuur houdt zich bezig met de uitvoering van het collegebeleid en het gebiedsgericht werken. Het bestuur heeft voor tal van onderwerpen een adviesrecht aan het college van B&W. Denk aan afval, wonen, verkeer, monumenten, openbare ruimte, bestemmingsplannen, parkeren, waterbeheer. Het zal op verzoek van het college inlichtingen moeten verstrekken, het zal door het college betrokken moeten worden bij besluiten die het stadsdeel aangaan. Het dagelijks bestuur behoudt de zelfstandige taak van het gebiedsgericht werken. Het zal dus de gebiedsplannen blijven maken en uitvoeren. Ook zal het dagelijks bestuur de participatieve democratie dienen te ondersteunen.

Budget
Tot 2014 is het budget van het stadsdeel steeds gegroeid. Dat kwam doordat er steeds meer bevoegdheden voor het stadsdeel bijkwamen. Eind 2014 bedroeg het budget van stadsdeel Oost ruim 200 miljoen. Na de instelling van de bestuurscommissie in 2014 en het terughalen van de bevoegdheden door het college daalt het budget. In de periode 2014-2018 was het totale budget van stadsdeel Oost ongeveer 20 miljoen. Voor het gebiedsgericht werken is per gebied een budget van een half miljoen euro.

Verkiezingsuitslag
In het verspreidingsgebied van de IJopener hebben GroenLinks, D66, VVD en PvdA elk twee zetels gekregen in de stadsdeelcommissie. Dit wijkt iets af van Oud-Oost en Watergraafsmeer. In Oud-Oost heeft niet de PvdA een zetel gekregen, maar de SP. In de Watergraafsmeer heeft de VVD geen zetel gekregen, maar is deze naar Meerbelangen gegaan.

Intussen heeft het college ruim twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen bekendgemaakt wie als stadsdeelvoorzitter en dagelijks bestuurders zijn benoemd. Opvallend is dat het college niet is uitgegaan van de verkiezingsuitslag in de stadsdelen, maar heeft gekozen voor een afspiegeling van zichzelf. In stadsdeel Oost is de PvdA’er Maarten Poorter als stadsdeelvoorzitter benoemd. Ivar Manuel (D66) en Rick Vermin (GroenLinks) zijn benoemd als dagelijks bestuurders. Als het college de verkiezingsuitslag in Oost als uitgangspunt had gekozen, had het dagelijks bestuur er ingrijpend anders uitgezien. De stadsdeelvoorzitter zou een GroenLinkser zijn, en de twee dagelijks bestuurders een D66’er en een VVD’er. De PvdA is de vierde partij in Oost en zou geen plaats hebben genomen in het dagelijks bestuur, laat staan dat deze partij de stadsdeelvoorzitter had geleverd.