Home BoekvandeWeek ‘Ik ben ik ben ik ben’ door Maggie O’Farrell

‘Ik ben ik ben ik ben’ door Maggie O’Farrell

0

11 Waarom maak ik het mezelf nou niet eens makkelijk? Waarom kies ik niet een overzichtelijke roman, vertel iets over de schrijver, de opbouw van het verhaal, zeg niet hoe het afloopt – ‘u moet het boek zelf maar gaan lezen’ – en benadruk nog een keer hoe mooi het was. En dan nog een handige tip erbij – ‘geschikt voor tussendoor’ / ‘voor de laatste lange donkere avonden van deze winter’ / ‘heerlijk voor op het strand’ / vul maar in.

Ik ben ik ben ik ben is een boek dat je laat voelen dat je leeft, dat je dieper laat ademen, vrijer ook.

Nee, het wordt weer een plotloos boek dat zich niet makkelijk laat navertellen en dat veel te veel gevoel blootlegt dat ik dan eigenlijk weer niet in dit stukje kwijt kan. Maar eerlijk is eerlijk, deze rubriek heet ‘Boek van de Week’ en dit is wel het boek waar ik de afgelopen weken vol was en nog ben, dus vooruit maar.

Maggie O’Farrell kende ik alleen als schrijver van wat ik dacht dat vrouwenboeken waren. En dan bedoel ik eigenlijk een beetje het soort Libelle-achtige boeken, vermaak van goede makelij, over het leven van gewone mensen, prima voor tussendoor maar je kunt ook prima zonder. Hoe ik daar nu weer bij ben gekomen, ooit? Misschien waren het de omslagen, de titels, de manier waarop de boeken ‘in de markt werden gezet’, hoe en door wie en waar ze werden besproken, mijn vooringenomenheid (zeker). Een van de leuke dingen van ouder worden is dat het steeds minder erg wordt om toe te geven dat je iets fout hebt gezien. Ik zat er helemaal naast bij Maggie O’Farrell.

Haar laatste boek is geen roman maar een memoir en laat zich niet makkelijk navertellen. En het woelde een boel los. De ondertitel is ‘zeventien keer rakelings langs de dood’ en dat is een zakelijke omschrijving van wat dit boek is. O’Farrell heeft in haar leven tot nu toe zeventien keer de dood in de ogen gekeken, of eigenlijk zestien keer, het laatste hoofdstuk gaat over haar dochter, maar aan het einde van het boek weet je: als haar dochter zou sterven, sterft Maggie mee, dus het is gewoon zeventien keer. De manieren waarop de dood zich manifesteerde zijn divers. Van een gewapende overval tot een horrorbevalling, van een verlammend virus tot een te hard rijdende vrachtwagen. O’Farrell kan putten uit een avontuurlijk leven en een indrukwekkend medisch dossier, ze vertelt er met precieze achteloosheid over. Ze dramatiseert niks, laat zich nergens op voorstaan, schept niet op, maar als je alles achter elkaar zet is het echt een wonder dat ze nog leeft. Het onnadrukkelijke maakt het boek licht, haar stijl en de accuraatheid van haar beschrijvingen van verschillende soorten pijn en verdriet, angst en woede, maken het boek ijzersterk.

Gek genoeg maken de ‘gewoonste’ verhalen nog het meeste indruk. De verhalen waarvan je in eerste instantie denkt: wat is hier nou zo bijzonder aan, dit overkomt me bijna elke week! Tot je je realiseert: dat maakt het juist zo bijzonder, het leven is zo ongelofelijk kwetsbaar en vrijwel dagelijks ontspring je de dans. Ik ben ik ben ik ben is een boek dat je laat voelen dat je leeft, dat je dieper laat ademen, vrijer ook. Het laat zich niet gemakkelijk samenvatten, maar het is echt heel goed.

Goed. Ik ga op zoek naar haar eerdere romans. Voor de laatste lange donkere avonden van deze winter.

_____

Ik ben ik ben ik ben is geschreven door Maggie O’Farrell,
vertaald door Lidwien Biekmann
en uitgegeven door Nijgh & van Ditmar.
Edith Vroon
 is boekverkoper bij Linnaeus Boekhandel, Middenweg 29