Home Overzicht ‘Je weet niet wat er komt, alleen wat er is’

‘Je weet niet wat er komt, alleen wat er is’

0

‘Zullen de kinderen komen? Kan ik straks wel op mijn benen staan? Wat moet ik aan?’ Het zijn vaak de kleinste dingen die betekenis hebben voor mensen die gaan sterven. Vrijwilligers kunnen hen hierin steunen. Vooral door er helemaal te zijn.

Tekst Yvonne van Osch | Foto’s Lionne Hietberg | Dwars

‘Een misverstand over het werken als vrijwilliger in de palliatieve zorg,’ zegt Gerda Naber, ‘is dat je de hele tijd iets moet zeggen of doen. Dat is niet zo. Het belangrijkste is dat je er bent, contact maakt en open staat voor wat iemand echt wil. Soms is dat gewoon even in stilte samen zijn.’

Vrijwilliger zijn in de palliatieve zorg, wat betekent dat?

Gerda Naber coördineert en begeleidt het werk van vrijwilligers in de ZorgHerberg op de vijfde verdieping van Willem Drees-Oostpoort, het woonzorgcentrum van Amstelring in Amsterdam Oost. Zeven kamers op deze verdieping zijn gereserveerd voor mensen die in hun laatste levensfase zijn. Van hen heeft het merendeel uitgezaaide kanker die niet meer te behandelen is. De gemiddelde leeftijd is rond zestig jaar. Daarnaast zijn er 8 plekken voor tijdelijke opname.

Gordijn open
Het werken in de hospicezorg kan heftig zijn, weet vrijwilliger Sjana uit zo’n vijftien jaar ervaring. ‘Toch ga ik hier altijd blij naartoe en ga ik altijd blij weer naar huis. Wat er tussenin gebeurt? Je ondersteunt de zorg bij dagelijkse taken, zoals wassen, aankleden, koffie schenken, helpen bij het eten, een beetje opruimen of schoonmaken. Als je wilt en kunt, help je mensen naar de wc. Je vangt de familie op, probeert hen ook te steunen. Soms kan wat bemiddeling handig zijn. Van mensen die dat willen, masseren we voeten en handen. Een praatje, foto’s kijken, een stukje tosti of kroket, het gordijn een stukje open, nieuwe batterijen voor de afstandsbediening, voorlezen uit de Bijbel, al die dingen. Het gaat erom dat je beschikbaar bent voor wat ze ook maar zouden wensen. De beroepskrachten, die dat ook willen, hebben er te weinig tijd voor. We doen het samen.’

Ego thuis laten
Naast de tien beroepskrachten werken er ongeveer 40 vrijwilligers. Een van de nieuwe vrijwilligers is Karel. Hij is verrast hoeveel voldoening het hospicewerk hem geeft. ‘Ik had geen idee hoe het zou zijn,’ geeft hij eerlijk toe, ‘en hoe ik erop zou reageren. Maar ik merk dat ik er energie van krijg. Wat ik bijzonder vind, is dat je zo snel contact met mensen kunt hebben over wezenlijke dingen. In andere situaties blijft de communicatie toch vaak wat vluchtig en veilig, hier valt al dat uiterlijke weg. Ik weet nog niet hoe het zal zijn als in korte tijd veel mensen zouden overlijden met wie ik een klik heb. Maar op dit moment… dat je iemand kunt helpen door alleen maar te luisteren, ja, dat geeft een goed gevoel. En je leert ervan. Je wordt je meer bewust van je verhouding tot anderen, hoe je communiceert en ook wat je zoekt in sociale interacties.’

Het luisteren vraagt wat oefening, heeft Karel gemerkt. ‘Er zijn wel momenten dat ik me in moet houden om niet met mijn eigen verhaal te komen. Het gaat niet om jou, houd ik mezelf dan voor, het gaat om de ander. Je moet volwassen zijn om dit werk te kunnen doen, want het betekent dat je je ego thuis moet laten. Ook als iemand kwaad of nukkig doet, moet je weten dat het niet om jou gaat. Je bent ondergeschikt aan de situatie. Zelf was ik hier tien jaar geleden nog niet klaar voor geweest.’

Regie van de gast
Sjana herkent het proces. ‘Soms kunnen mensen best wel moeilijk of zelfs onbenaderbaar zijn, maar je moet je hun kwaadheid nooit persoonlijk aantrekken. Ik heb mezelf daarin met de jaren wel getraind. Stel dat ik daar lag, denk ik altijd. Als het te gortig wordt, zeg ik wel ‘Ik kom over vijf minuten terug’ en het opvallende is, dat je vaak juist dan de gesprekken ziet ontstaan.’

‘Echt afstemmen blijft de grote kunst van dit werk,’ denkt Sjana. ‘Voor ik een kamer binnenstap adem ik altijd eerst een paar keer goed in en uit. Eerst tot mezelf komen om voor de ander open te kunnen staan. Voor je het weet neem je een bedrijvige energie mee en begin je een tafel of prullenbak op te ruimen. Wil de bewoner dat wel, kun je jezelf dan afvragen, of ben jij het zelf die dat wil?’ Gerda: ‘Respecteer de regie van de gast, zeggen wij altijd, en probeer je van je eigen normen en waarden bewust te zijn. Wat jij een puinhoop vindt, kan voor de ander iets prettigs zijn, of veiligheid geven.’

Grote witte strik
Veiligheid is de basis voor een zo harmonieus mogelijk levenseinde. ‘Doodgaan is een hele klus,’ zegt Gerda, ‘en wij proberen het voor de gast zo comfortabel mogelijk te maken. Wat mij elke keer weer opvalt: er is geen blauwdruk voor. Sommige mensen blijven vechten tot het einde, andere wachten gelaten af. Sommige willen erover praten, andere helemaal niet. Je ziet nuchtere mensen, emotionele, dappere, stille. Je ziet arm en rijk, mensen met een wild of een rustig verleden, wit en gekleurd, hoog- en laagopgeleid, alles komt voorbij. Als er al een gemene deler is, is het dat de meeste bewoners banger zijn voor het sterven – voor benauwdheid en pijn – dan voor de dood.’

‘Een gesprek met de arts over euthanasie of palliatieve sedatie neemt die angst meestal wel weg. Vaak genoeg overlijden mensen die eerst euthanasie wilden, uiteindelijk toch een min of meer natuurlijke dood. En dan? We hebben een soort ritueel. Op de kamerdeur komt een grote witte strik. Als mensen door de uitvaartorganisatie worden opgehaald, staan wij in de gang en brengen een laatste groet. En elk jaar houden we in de huiskamer een herdenkingsbijeenkomst voor de nabestaanden van de mensen die dat jaar zijn overleden.’

Wil jij er ook zijn voor iemand in zijn laatste levensfase? Kom dan naar de informatieavond op woensdag 19 september om 20.00 uur. ZorgHerberg-Oostpoort, Polderweg 452, 5e etage. Of bel met Gerda Naber 06-22153678 of mail gnaber@amstelring.nl.

Eén roos
Rituelen zijn er niet voor niets. ‘Je moet af en toe stilstaan om verder te kunnen,’ zegt Sjana. ‘De dood brengt je dichtbij het leven, maar kan ook dichtbij je eigen pijn komen. Ik merk het bij mezelf en bij andere vrijwilligers. Je kan soms zomaar overweldigd raken. Als dat zo is, moet je afstand nemen en eerst iets met die pijn doen.’

Gerda: ‘Wat je vaak ziet, is dat mensen die zich opgeven zelf net een van hun ouders hebben verloren en denken stervensbegeleider te zijn. Zo werkt het niet. Tot de dood… wordt er geleefd. Wij begeleiden niet het sterven, maar de tijd daarvoor, en dat is een tijd waarin steeds meer franje wegvalt, tot alleen overblijft wat er toe doet. Wat ikzelf geleerd heb? Dat je nu leeft, nu, op dit moment. Dat je niet moet denken: straks ga ik genieten. Gewoon ophouden met jakkeren. Je weet niet wat er komt. Je weet alleen wat er is.’

Sjana: ‘Vaak denk ik dat de meeste betekenis in de kleinste dingen zit. Elke vrijdag zet de bloemengroep bij alle gasten een klein vaasje verse bloemen naast het bed. Als je ziet hoe mensen dan van één roos kunnen genieten, van de schoonheid…’