Home Gemist Lola Lik, vrolijke naam, maar beladen plek

Lola Lik, vrolijke naam, maar beladen plek

In de voormalige Bijlmerbajes konden bezoekers kennismaken met de nieuwe bewoners. Op zaterdag 23 september hield het asielzoekerscentrum (azc)  op de Wenckebachweg open huis. Ook al heeft het complex nu een vrolijker naam, Lola Lik, het blijft een beladen plek…

Tekst en beeld Hella de Groot

Op het pleintje voor de ingang staan tafels met eetwaren, zoals zonovergoten pannenkoekjes, popcorn, suikerspinnen en drankjes. Een dj draait muziek. Het gebouw bij de entree is in vrolijke kleuren geschilderd om bewoners en bezoekers een welkomstgevoel te bezorgen. Het is wel een uitdaging om dat gevoel vast te houden als je het gebouw betreedt.

De hal die je binnengaat  – en die weer toegang geeft tot de vijf torens van de voormalige Bijlmerbajes waar nu nieuwkomers wonen – lijkt eindeloos lang, een mens zou er zich verloren kunnen voelen. Een medewerker van de IND vertelt dat de hal (bijnaam de ‘Kalverstraat’), geheel in de geest van de vrije jaren 70, bedoeld was als ‘sociale ontmoetingsplek’ voor gevangenen, maar dat werkte in de praktijk niet.

Vandaag zijn er in de hal veel bezoekers op de been, er staat vrijwel voortdurend een rij voor de rondleiding in toren 500. Voor elke rondleiding worden steeds 20 mensen in de toren toegelaten. Langs de muren in de hal staan kraampjes bemand door vrijwilligers die een link hebben met het Bijlmercomplex: nieuwkomers geven er informatie over een van de maatschappelijke ondernemingen die Lola Lik rijk is: het restaurant, A Beautiful Mess bijvoorbeeld, grotendeels gerund door Syrische vluchtelingen, de Bijlmer Hammam en het Tijdelijk Museum. Roze in Blauw (RiB), de roze afdeling van de politie staat er met kleurige flyers voor nieuwkomers met een LGTB-achtergrond; asielzoekers die hun land vanwege hun geaardheid zijn ontvlucht hoeven ook te midden van eigen landgenoten in Nederland weinig sympathie te verwachten. De Nederlandse politie is in ieder geval hun vijand niet. Een jongeman, een nieuwkomer, stapt op de tafel af met flyers in het Arabisch en begint een gesprek met een van de politiemensen.

Knuffeltjes
Mijn oog valt op de kleine raampjes in de hal waar enkele lieve knuffeltjes zijn geplaatst. Het Leger des Heils organiseert onder de naam ReddieClub kinderhuiskamers in het azc: vier middagen per week kunnen kinderen van vluchtelingen met of zonder hun ouders knutselen, spelen of gewoon op adem komen in een veilige, huiskamerachtige setting.

 De begeleiders van de kinderhuiskamers werken op vrijwillige basis. Een keer per week is er een atelier waar kinderen kunnen experimenteren, leren, creëren om zichzelf te uiten, een initiatief van beeldend kunstenaar Mikal Butink. ‘Ik zie dat het de kinderen goed doet,’ zegt zij daarover, ‘maar ik zie ook dat het met sommige kinderen slecht gaat. Ze hebben zo veel onrust te verstouwen gekregen, ze zijn in hun korte leven al vaker verhuisd dan jij en ik bij elkaar. Nu moeten ze aan het eind van het jaar ook hier weer weg, het azc gaat dan naar Nieuw West. Het is om gek van te worden.’

Het Bijlmerterrein wordt een circulaire ecowoonwijk, Mikal is er zeer over te spreken, alleen zal de verhuizing naar weer een andere omgeving weer onrust betekenen voor de kinderen. Het weerhoudt haar er niet van om het creëren van een vertrouwde waar kinderen zich op hun gemak voelen.

Rondleiding
We mogen na een korte wachttijd naar toren 500, een van de torens van de Bijlmerbajes die nu voor een groot deel worden bewoond door vluchtelingen (zo’n 120 mensen per toren). We gaan een gangetje door, trappen op en we kijken rond. De hallen hebben een verfje gekregen, de vloeren zien er schoon uit. De kamertjes – voorheen cellen genaamd – zijn sober ingericht. Iedere etage heeft een ‘floormanager’, vertelt de huismeester (geen vluchteling, een ambtenaar) die erop toeziet dat de ruimtes netjes blijven. De floormanager is een nieuwkomer die betaald wordt voor deze taak.

De vluchteling die statushouder wordt, zal vrij snel na zijn toekenning een woning toegewezen krijgen. De huismeester die ons rondleidt vertelt dat net verhuisde statushouders vaak terugkomen in het Bijlmercomplex omdat hun kennissennetwerk zich vaak nog in de toren bevindt. Ook maakt hij mee dat verse statushouders een inzinking krijgen: de spanning die ze ervoeren in afwachting van de verblijfsvergunning ontlaadt zich, en nu gaat het nieuwe leven met al zijn uitdagingen beginnen: taal leren, huishouden opzetten, kinderen opvoeden, werk zoeken.

Vragen en antwoorden
We mogen vrijelijk ronddwalen en vragen stellen aan bewoners. Aan een tafel zitten er twee, en een van hen ken ik! Fanuel uit Eritrea was net als ik vrijwilliger bij een festival in Amsterdam. Hij trof me toen al door zijn open, rustige houding. Ik blijk zelfs een foto van hem te hebben gemaakt die ik hem beloof te mailen. Hij is nu vrijwilliger in de keuken van Resto Van Harte, hij zou graag (betaald) werk vinden in de logistiek. Er komt een man aanlopen met zijn zoontje. Hij begint Fanuel vragen te stellen. Dat doet hij ongetwijfeld uit interesse maar ook een beetje dwingend. Hoe lang deed Fanuel over de tocht van Eritrea naar hier? (twee maanden) Kreeg hij veel met mensensmokkelaars te maken onderweg? (nee, maar Fanuel heeft wel nare verhalen van anderen gehoord).  Fanuel beantwoordt de vragen geduldig. Ja, bevestigt hij, het was een zware tocht van zijn geboorteland naar Nederland. Maar hij heeft in zijn eigen land dingen gezien die nog veel erger waren.
Het gaat hem hier lukken om zijn draai te vinden.

Ik ben blij met de verhalen die ik heb gehoord en ik heb nu echt trek in zo’n zonovergoten pannenkoekje met vulling. Ik was de enige niet, eenmaal buiten blijken ze op! Suikerspin dan maar?

 

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here