Home Overzicht Luizenleven

Luizenleven

‘Wat heb jij toch een luizenleven.’ Ik hoor het vaak. En ik begrijp het. Van buitenaf lijkt alles leuker. Social media versterken het beeld van groener gras bij de buren. Want online zie je tegenwoordig zo veel van elkaar dat je denkt alles te weten van de ander.
Zelf ben ik het type dat alleen ‘leuks’ post. Online klagen, tieren, ‘vague’-booken of mijn minder positieve gevoelens of momenten delen, daar doe ik niet aan. Mijn leven lijkt dus één groot feest. En zo houd ik het graag.
Nu geef ik eerlijk toe, feestjes sla ik niet graag over. En mijn vakantiehuis in het buitenland is ook geweldig. Maar al het sop-, klus- en regelwerk én chronisch gebrek aan slaap dat erbij komt kijken, blijven keurig buiten beeld. Al ben ik vijf maanden op geen feest geweest, het imago van feestbeest blijft, dankzij de foto’s op het web. Lig ik daarentegen doodziek in bed, dan weet niemand dat, hooguit mijn directe omgeving. En als ik nachten doorhaal om een deadline te halen, is alleen mijn computer getuige.
Op ‘vakantie’ neem ik laptop en deadlines mee, verzorg gasten in mijn huis, pas op de kids van mijn vrienden en kom alle verplichte nummers na die bij het leven horen. Want ook daar heb ik een leven. Een dubbel luizenleven dus. Met ook dubbele rekeningen, verzekeringen, bankzaken én te betalen belasting.
Dit jaar was het summum. Een race tegen de klok om alles voor elkaar te krijgen. Sterker nog: ik hing van de stress aan elkaar en zat óf als een gek te typen óf sjeesde op en neer op mijn mountainbike door het Turkse dorp. En nog kwam ik niet aan alles en iedereen toe.

De jeuk op mijn hoofd negeerde ik. Daar was geen tijd voor. Irritante jeuk. Van het soort dat je móet krabben. Ik wist wat het was. Uitdrogingsexceem. Dat heb ik vaker. De huid goed inoliën en vooral met rust laten is de enige remedie. Langzaam maar zeker herstelt zich dan de vochtbalans.
Helaas, de jeuk verergerde. Ik wist: volhouden is het devies. Maar zelfs slapen bleek onmogelijk. In een moment van zwakte ging ik haar en hoofdhuid te lijf met de kam. In de wasbak viel een donker ding. En meteen ook het kwartje. Ik had écht een luizenleven, alleen letterlijk.
Ik overgoot mijn krullen met azijn, knoflookaftreksel, kokosolie en tea tree-olie, alles wat ik kon verzinnen. Ik leek wel een witte heks: nachtelijk in de weer met brouwsels en smeersels. En kammen als een bezetene. Dode luizen en neten stapelden zich op tussen de plukken uitgerukt haar. Stoppen was geen optie. De rotzakken móesten weg.

Stinkend naar knoflook en azijn meldde ik me ’s ochtends als eerste klant bij de apotheek. En kocht alles op wat er verkrijgbaar was. Het huis onderging een behandeling met de stoomreiniger. Alles wat maar enigszins in de wasmachine paste, waste ik op zestig graden of meer. De badkamerkleedjes overleefden het niet. De hoofdluis wel.
Terug op het KNSM-eiland is mijn haar één bos touw, zwaar in de klit van de chemische troep. Maar de jeuk blijft. Ik kam stug verder en besprenkel het hele huis met lavendelgeur. Ik vind het stinken maar volgens internet vinden luizen dat ook. Voor de zekerheid herhaal ik alle behandelingen nog een keer en loop standaard rond met vette kokosolie in mijn haar, meurend naar tea tree.
Zoonlief krijgt al snel zat van mij en mijn obsessieve gekam. ‘Mam, het is psychisch hoor. Je bent al een OCD-type, maar nu sla je echt door.’ Hij heeft een punt. Ik voel ze lopen, maar misschien zie ik ze gewoon vliegen.

Dan krijg ik een gouden tip: een elektrische luizenkam die met elektroden ook de kleinste luizen doodt. Als het piepsignaal stagneert, weet je dat je bingo hebt. Ik bestel er meteen een en ben dolgelukkig als hij arriveert. Mijn kind kijkt toe terwijl ik het apparaat in de praktijk breng. Het piepsignaal valt steeds weg. Zijn ogen worden groot.
‘Psychisch, hè?’ zeg ik sarcastisch. Ook hij moet eraan geloven. En eer onze lange kroeskrullen lok voor lok gecheckt zijn, ben je zo een paar uur verder.
Mijn nieuwe kam is mijn beste vriend. Ik stop niet tot mijn hoofd vrij is van de ongenode gasten. En ik honderd procent zeker weet dat ook mijn kind niet voor kruisbesmetting zorgt. Voortaan pas ik alleen op kleine kinderen met mijn haar in een strakke vlecht vol lavendel. Hier én in het buitenland.
En als ik weer eens hoor: ‘Wat heb jij toch een luizenleven’, zeg ik alleen: ‘Je hebt geen idee.’

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here