Home BoekvandeWeek Manon Uphoff: ‘Vallen is als vliegen’

Manon Uphoff: ‘Vallen is als vliegen’

13 Als u dit leest is de Boekenweek alweer voorbij. In weerwil van het thema – de moeder de vrouw – ging er heel veel testosteron over de toonbank. Dat vond ik jammer. Zelf leverde ik een bescheiden tegengeluid door drie boeken van Marja Pruis aan te schaffen: De nieuwe feministische leeslijst, Oplossingen – Het leven, mijn handreiking, en Zachte riten, haar laatste roman. Deze drie lees ik nu door elkaar en weef zo mijn eigen universum. Het zou logisch zijn geweest als ik er eentje tot Boek van de Week had geoestrogeenbombardeerd, maar ik kon – de auteur indachtig – niet kiezen.

Ik las nog een boek deze week: Vallen is als vliegen van Manon Uphoff. Een boek van een heel andere orde. Waar het werk van Pruis een en al mededogen en troost toont, fonkelt dit boek van woede. Uphoff schrijft over haar jeugd en over haar vader, zijn machtsmisbruik. Ze moet haar hele (schrijvende) leven doorgebracht hebben op de top van een vulkaan, slapend of nog werkend, dat wist zij alleen. Nu is de vulkaan tot uitbarsting gekomen en heeft Uphoff woorden gegeven aan de kolkende stroom boosheid, verdriet, verwarring en pijn die haar jeugd is.

De vorm die Uphoff heeft gekozen is literair: de Minotaurus heerst in zijn van angst en verwarring opgetrokken labyrint. Juist door man en paard (sorry) niet te noemen is dit verhaal schrijnend en rauw en hard en pijnlijk. Het maakte me bang, benauwd, steeds moest ik het boek even wegleggen, liever las ik het niet voor het slapengaan.

Het boek voelde niet als een afrekening. Het pijnlijkst vond ik misschien de hunkering van Ondergetekende (de verteller) om met liefde terug te kunnen kijken op een succesvol gezin. De vurige wens veilig te zijn bij haar ouders, haar ouders te kunnen bewonderen, een normaal gezin te zijn.

Vallen is als vliegen is een dun boekje (het heeft een redelijk normale omvang, maar in deze periode waarin de dikke boeken heersen, is het een dunnetje), maar elke zin is raak. De beelden zinderend, de woede schitterend. Over haar twee oudere halfzussen, dochters van haar moeder uit een eerder huwelijk: ‘Hoe hij de twee meisjes in het begin zal hebben onderwezen. Beschaafd, behoorlijk gedrag: knieën tegen elkaar. Hun kleverige plakzoentjes zal hebben afgewezen (hun zachte armen rond zijn nek, de compactheid van hun bovenlichaampjes… in zijn eerste week al!). Hoe ze als twee mandarijntjes door het huis rolden, zijn schoot beklommen. Zich tegen hem aan vlijden. (Hij had wel iedereen kunnen zijn!)’

Onheil, begrip, verwarring alom.

Uphoff laat zien waartoe de literatuur in staat kan zijn. Ik ben er nog niet uit of het gegeven dat deze roman ‘in de werkelijkheid geworteld is’ (achterflap) het boek meer bestaansrecht geeft. Ik las Een klein leven van Yanagihara, 750 pagina’s expliciete ellende, geen moment werd ik geraakt, geen moment voelde ik de urgentie van die roman. Waarom wilde Yanagihara dat wij al die narigheid lazen? Ik begreep het niet en ze metselde het hele boek zo dicht met voorgekookt verdriet dat ik er geen traan meer om kon laten.

Een paar jaar terug las ik Verdriet is een ding met veren van Max Porter, over een man die zijn vrouw verliest en met twee jonge kinderen achterblijft. Voer voor nachtmerries wat mij betreft, maar het bleef zo steken in vorm (met versjes en sprookjes en korte zinnetjes – ik doe het nu te kort, ik weet het, maar het maakte niet veel indruk en het heeft mijn kast niet gehaald, dus ik kan nu niet teruglezen) dat ik er niet bij kon. Later las ik in een interview dat de auteur zelf gelukkig getrouwd was en twee kinderen had, alles koek en ei. Het was dus allemaal verzónnen. ‘Ja, het is fictie, hè!’ roept mijn omgeving me dan toe. Maar ergens vraag ik me af of je over zulke grote thema’s wel een roman bij elkaar kunt verzinnen en wat het nut daarvan is. Uphoff hoefde niks te verzinnen, ze moest er alleen – eindelijk – eens goed voor gaan zitten.

Ik ga nog even door met me dat afvragen, ik kom er vast nog eens op terug. Voor nu hul ik me weer in de zachte zinnen van Marja Pruis, als het dekentje waarmee je op de bank mag als je je een dag niet lekker voelt.

_____

Vallen is als vliegen is geschreven door Manon Uphoff
Verschenen bij Querido
Edith Vroon is boekverkoper bij Linnaeus Boekhandel, Middenweg 29

 

2 REACTIES

    • Dat is helaas niet mogelijk. Maar iedere vier weken staat de keus van Edith of van een van haar collega’s van Linnaeus Boekhandel op oost-online. De andere weken maken Java Bookshop, Boekhandel van Pampus en Athenaeum Boekhandel Roeterseiland een keus.

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here