Home Gemist ‘Op een dag wil ik gewoon Nhung zijn’

‘Op een dag wil ik gewoon Nhung zijn’

Nhung Dam (1984), schrijfster en actrice uit Amsterdam-Oost, beschrijft in Duizend vaders hoe het haar ouders als Vietnamese bootvluchtelingen verging. Ze doet dat op een hele spannende, mythische manier. Peter de Rijk interviewde haar in Dwars door Oost in de Jungle.

Tekst Hansje Galesloot | Foto’s Moon Saris

De elfjarige dochter vertelt in Duizend vaders het verhaal. Zij begrijpt veel dingen maar half. Juist daardoor krijgt de beklemming van het vluchtverhaal vat op de lezer. De ouders vluchten weg als Zuid-Vietnam zich overgeeft aan de communistische troepen uit het Noorden. Twee gammele bootjes dobberen dagenlang op zee, zieke inzittenden worden overboord gezet om de anderen te redden. Een van de boten vergaat ’s nachts. De andere wordt door een Nederlands vrachtschip opgepikt. Zo belandt de groep in het kille besneeuwde Nederland, aldus het relaas in de roman.

Perspectief van het kind
Het lot van de Vietnamese bootvluchtelingen is in de vergetelheid geraakt, maar lijkt erg op het huidige drama op de Middellandse Zee. Naar schatting 800.000 mensen zijn over zee gevlucht, waarvan maar liefst een kwart is verdronken. Nederland – toen nog genereus – nam 16.000 bootvluchtelingen op. Hun integratieverhaal geldt als een succes, maar deze roman vertelt het verhaal achter de façade.

De roman volgt in grote lijnen het levensverhaal van Nhung Dam en haar ouders. Inclusief het pijnlijke gegeven dat de vader het gezin verlaat en terugkeert naar Vietnam. De moeder slaagt er niet in de taal te leren en te integreren.

Het boek doet in de verte denken aan Wees onzichtbaar van Murat Isik – eveneens een schrijver uit Amsterdam-Oost. Ook hij blikt vanuit het perspectief van zichzelf als kind terug op het moeizame integratieverhaal van zijn Turkse ouders.

Het naargeestige Beiahêm
Het grote verschil is de stijl. Het boek van Nhung Dam is on-Nederlands opgeschreven: het is sprookjesachtig, met een merkwaardige rol voor de Chinese maffia en nog andere thriller-achtige elementen. Het doet denken aan de Zuid-Amerikaanse romans van García Márquez, maar Nhung past ook Aziatische stijlmiddelen toe. De roman is gesitueerd in een niet-bestaand dorp Beiahêm, in een delta aan het einde van de wereld. Niemand komt er weer weg.

‘De sporen van mijn voorouders kan ik niet negeren, ook al weet ik niets van ze af,’ zegt Nhung. ‘Mijn ouders spreken en lezen geen Nederlands, dus ze zullen dit boek nooit lezen. Dat is wrang omdat het juist over mijn wortels gaat. Frappant is trouwens dat een kennis die uit een boerengezin op Texel komt, heel erg zijn eigen verhaal in de roman herkende. In hoeverre kun je je ontworstelen aan waar je vandaan komt?’

Eigen wil
Voor Nhung zelf gaat het verhaal vooral over het contrast tussen de moeder en het meisje, zo vertelt ze in het interview. Temidden van allerlei verwarrende omstandigheden – gepest op school als ‘Chineesje’, een depressieve moeder, een spoorloos verdwenen vader – probeert het kind gelukkig te worden. ‘In hoeverre overkomt het leven je, of heb je er een eigen wil in.’

Het bezig zijn met haar wortels via Duizend vaders heeft iets paradoxaals, zegt Nhung. ‘Ik zie mezelf als een Nederlandse schrijfster, ik ben in Groningen geboren. Maar mijn uiterlijk is Aziatisch. Ik ben eigenlijk in alles een kruising. Mijn ouders zijn een kop kleiner dan ik – ik heb te veel kaas en pindakaas gegeten. Ik spreek vloeiend Vietnamees, maar ze halen mij er zo uit als een toerist als ik in Vietnam ben. Uiteindelijk zou ik willen dat ik niet meer een kind van dat migratieverhaal ben. Dat mensen op een dag gewoon snappen wie Nhung is.’

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here