Home Kunst Over de schoonheid van een foto (en ‘n auto)

Over de schoonheid van een foto (en ‘n auto)

0

Al bijna 20 jaar verzamelt advocaat Aernoud Bourdrez, gespecialiseerd in intellectueel eigendomsrecht van kunstenaars, foto’s. In Huize Frankendael is een selectie te zien uit zijn verzameling, met foto’s van onder anderen Cartier-Bresson, Paul Kooiker en Viviane Sassen. En dan is er nog die bijzondere röntgenfoto…

Tekst Hella de Groot | Foto’s Claudia Crobatia en Hella de Groot

Toen Huize Frankendael hem zeven jaar geleden vroeg of hij voelde voor een expositie van zijn fotoverzameling hield Aernoud Bourdrez (45) de boot af. Hij was er nog niet klaar voor. Nu wel. Met Suzanne Sanders, kunstcoördinator van Huize Frankendael, koos Bourdrez 38 werken uit zijn collectie die zo’n 150 foto’s omvat. Met de meeste fotografen die in de expositie hangen heeft hij een persoonlijke en professionele band, zegt de aimabele Bourdrez bij de entree van Huize Frankendael waar we elkaar treffen. ‘Ik vertegenwoordig iedereen die beeld creëert. Fotograaf, kunstenaar, architect, illustratoren. Creatie vind ik mooi, kunstenaars zijn mensen die vaak meer leveren dan ze gevraagd is. Als een organisatie dan met het ontwerp van een kunstenaar aan de haal gaat kom ik in actie. De beeldmakers die ik vertegenwoordig gaat het daarbij niet in de eerste plaats om geld, erkenning is veel belangrijker.’

De beeldverliefde advocaat scheurde al als tienjarige plaatjes uit tijdschriften. Als rechtenstudent had hij een drukke bijbaan als bruids-, mode- en studiofotograaf. Voor de Gerrit Rietveld Academie werd de jonge Bourdrez afgewezen: het recht zou zegevieren. Naar volle tevredenheid, zegt hij zelf, want ‘mijn fascinatie voor beeld kan ik helemaal kwijt in mijn werk en mijn verzameling.’

Bourdrez heeft een zwak voor kunstenaars als Gerhard Richter, Richard Prince en Paul Kooiker die zichzelf steeds opnieuw uitvinden. Zelf staat de advocaat en auteur van het boek ‘Think Like a Lawyer, Don’t Act Like One’ (over de kunst van het onderhandelen) voor een nieuwe fase in zijn leven: na dertien jaar een eigen advocatenpraktijk gerund te hebben, is hij counsel geworden bij een advocatenkantoor op de Zuidas. En onlangs verhuisde hij met vrouw en dochters van Amsterdam Oost naar Noord.

Hebberig
De houten vloeren van Huize Frankendael kraken onder onze voeten als we naar de gang lopen waar de eerste foto’s hangen die Bourdrez aankocht. Hij schaart deze onder de noemer ‘Materialisme’, een verwijzing naar de hebberigheid die hem als startende verzamelaar typeerde. ‘Ik móest toen de grote namen hebben, zoals Helmut Newton of Henri Cartier-Bresson.’

In de gang hangen drie prints van die legendarische Cartier-Bresson, waarvan één klassieker: een man die over een plas regenwater springt. Het beeld sierde Cartier-Bressons boek over het ‘beslissende moment’ waarin compositie, actie en belichting resulteerden in één perfect beeld. ‘Ik vind hem briljant, maar niet meer zo interessant,’ relativeert Bourdrez. ‘Ik zou hem nu niet meer kopen. De onconventionele manier waarop een Hans Aarsman naar beelden kijkt vind ik nu véél interessanter.’

En daar, in één van de aangrenzende stijlkamers, hangt onder de noemer ‘Kunst?’ van Aarsman één bijna nietszeggend beeld: stapels oude negatieven op een hoop gegooid en gekiekt net voor Aarsman ze weggooide. Met deze ondramatische foto sloot Aarsman zijn verleden als fotograaf af. Bourdrez: ‘Dat vind ik zó knap. Zo’n voortreffelijke fotograaf die een heel andere richting opgaat, als schrijver.’

Aan de ‘Kunst?’-wand hangen ook flitsfoto’s die een boete rijdende Bourdrez bij de KLPD opvroeg. Eén ervan, een auto badend in strijklicht, is onverwacht mooi. ‘Kun jij ook opvragen hoor, als je geflitst bent. Gratis,’ verzekert Bourdrez me.

‘Ik ben een fietser…’ mompel ik.

Hij glimlacht: ‘Ah, oké….!’

Herkenbaar
Aan de andere kant van de deur in deze ruimte hangen twee portretten. De eerste, van Morad Bouchakour, stamt uit 1999. Bouchakour fotografeerde een onbevangen Bourdrez op de fiets, op weg naar een sollicitatiegesprek bij een groot advocatenkantoor. Het portret markeert de periode waarin Bourdrez begon met verzamelen. Op het portret van Koos Breukel uit 2016 kijkt Bourdrez ernstig de camera in: ‘Koos Breukel heeft precies geregistreerd hoe ik mij toen voelde, erg gespannen, lichtelijk overspannen zelfs.’

We wandelen naar de Kleine Salon waar foto’s hangen die voor beeldliefhebbers esthetisch toegankelijk en meteen herkenbaar (Doutzen!) zijn. Binnen deze categorie met de benaming ‘Associatie’ heeft hij duidelijk een zwak voor de portretten die de internationaal vermaarde Hendrik Kerstens maakte van zijn dochter. Setting en sfeer doen denken aan het werk van Johannes Vermeer.

Jackass
Dan staan we voor een glazen kast met een röntgenfoto, getiteld ‘Jackass, Butt X-ray’ (2007). Wie goed kijkt ziet in de holte onderaan de ribbenkast een speelgoedautootje. Het autootje bevindt zich in het rectum van Jackass acteur Ryan Dunn (eigenhandig ingebracht). De röntgenfoto werd genomen in het ziekenhuis waar Dunn met ‘rectale klachten’ terechtkwam. ‘Ik had die aflevering van Jackass gezien, en ik vond het hilárisch’ vertelt Bourdrez. ‘Die hele serie was trouwens grensverleggend, die jongens wisten precies waar ze mee bezig waren.’

‘Is het niet gewoon betaald kattenkwaad?’ breng ik in. ‘Is het kunst?’

‘Volgens de kunstwereld was het geen kunst, ik denk van wel.’

Bijzonder – en een kunst op zich – is de wijze waarop Bourdrez zijn talent als onderhandelaar inzette om de röntgenfoto te verwerven. Op de gang hangt de brief die hij aan Jackass acteur Ryan Dunn schreef met zijn motivatie om de foto aan te willen schaffen. Röntgenfoto’s zijn vrij van auteursrechten omdat ze niet oorspronkelijk zijn en niet het stempel dragen van de maker. Maar omdat de röntgenfoto mét speelgoedauto het resultaat is van een creatieve keuze kreeg de foto het stempel van een maker en daarmee auteursrecht. Dit gegeven fascineerde de auteursrechtadvocaat en fotoverzamelaar die Bourdrez is. Hij deed Ryan Dunn een voorstel: in ruil voor diens röntgenfoto bood Bourdrez hem zijn vintage Mercedes 420SEC. Dunn ging akkoord en stuurde de röntgenfoto naar Amsterdam Oost; Bourdrez zond de Mercedes naar de VS. De wagen kwam vanwege veiligheidseisen niet langs US Customs. Daarop stelde Bourdrez Ryan Dunn voor om een Hollandse DAF te sturen, een auto die net zo snel vooruit als achteruit kan rijden. Dunn zei ja. De DAF werd zijn favoriete auto tot hij in 2012 verongelukte – in een Porsche, overigens.

‘Jackass, Butt X-ray’ is het meest spectaculaire werk uit een tentoonstelling die ook meer verstild werk omvat van fotografen als Dana Lixenberg en Viviane Sassen. Tot zijn spijt kan Bourdrez deze tentoonstellingruimtes niet laten zien, ze zijn vanochtend voor besprekingen in gebruik. ‘Kom gerust nog eens langs,’ oppert hij na afloop van de rondleiding als we afscheid nemen. ‘Zal ik doen’, zeg ik. Huize Frankendael ligt op loopafstand, de benenwagen is in dit geval het snelste vervoermiddel.

Collectie van Aernoud Bourdrez is t/m 17 december in Huize Frankendael te zien. De tentoonstelling is vrij toegankelijk, iedere zondag is er om 12.00 uur een rondleiding.