Home Lezen en schrijven Partycrash bij een buurtgenoot

Partycrash bij een buurtgenoot

0
Roelof Broekman: Ik hoop mensen een beetje houvast te bieden met mijn boek, dat is toch alleen maar menselijk?

Een buurtgenoot heeft een boek geschreven over een ontspoord feest dat zijn puberdochter thuis organiseerde. Aan de IJopener vertelt auteur Roelof Broekman wat de lessen zijn van deze partycrash. ‘Laten we als ouders proberen om de regie weer over te nemen, voordat we allemaal kleine Amerikaantjes zijn.’

Tekst Joost van der Vaart | Foto Marcel de Cnock | IJopener

Een 15-jarige dochter wil voor vrienden en klasgenoten een feestje houden, bij haar thuis in het Amsterdamse Oostelijk Havengebied. De ouders, redelijke en weldenkende mensen, zeggen: vooruit dan maar, je bent al zo zelfstandig. Ze trekken zich terug, boeken voor die gelegenheid een hotelboot in de buurt en de kinderen mogen – binnen de perken van de redelijkheid – hun gang gaan. De ochtend na de nacht van het feest, dat ondanks alle afspraken over betamelijkheidcompleet ui de hand is gelopen, markeert het begin van een speurtocht naar een dure laptop, gestolen in een roes van drugs, wodka en keiharde muziek. En dit resulteert dan in een boek van thrillerachtige allure, waargebeurd, met in de epiloog moreel-ethische aanbevelingen over opvoeding in tijden van neoliberale bandeloosheid en technologie die dat faciliteert: onze geliefde smartphone.

Leerzame zedenschets
Zo kun je het recent verschenen Partycrash. Hoe het feestje van een 15-jarige gymnasiaste volledig uit de hand liep, kort samenvatten. Het is geschreven door buurtgenoot Roelof Broekman (51), die met zijn gezin aan de Javakade woont. Broekman is muzikant en componist, videokunstenaar en schrijver en in al die bezigheden grotendeels autodidact. Zijn spannend opgeschreven Partycrash leest als een trein en is behalve een klassieke ‘whodunit’ ook een leerzame zedenschets die iedere
ouder met kinderen tussen de 12 en 18 jaar zou moeten lezen. Partycrash neemt de autochtone, hoogopgeleide en gegoede middenklasse op de korrel. Ons soort mensen en hun kinderen, veelal vwo’ers, in het bijzonder gymnasiasten. Het zijn nu eens niet de gedraag-je-of-rot-op-Marokkanen die het hebben gedaan. Nee, Broekman heeft het nadrukkelijk over ‘een groep waar te gemakkelijk van wordt gedacht dat het daar toch wel goed mee komt, geholpen door een breed vocabulaire, een slim opererend brein en een braaf uiterlijk’, zoals hij in zijn nawoord van het ontspoorde feest schrijft.

Macbook van logee
De auteur blijkt een vriendelijke vijftiger te zijn met een kort, grijs baardje; een slanke man met doordringende ogen. Iemand die graag praat en veel ziet. We spreken elkaar in de bibliotheek aan het Oosterdok, waar hij regelmatig komt. Roelof Broekman vertelt in het kort nog even wat hem bezielde toen hij en zijn vrouw de ochtend na de party thuis kwamen en hun dochter en wat vrienden slaperig en verdwaasd aantroffen. Er was sterke drank geschonken, er waren ongenode feestgangers gekomen, de muziek beukte en lege bierflessen en huisraad – een blender – werden vanaf het balkon de nacht ingegooid. Als sluitstuk bleek dat de Macbook van een logee was ontvreemd. ‘En dat deed voor mij de deur dicht, dat tastte mijn gevoel voor rechtvaardigheid aan’, vertelt Broekman.

Hij besloot het heft in eigen hand te nemen, weliswaar met de expliciete dreiging van een politieaangifte – maar toch: een doe-het-zelf actie waarvoor menig ander ouder zou zijn teruggeschrokken. Pijnlijk, lastig, confronterend: Broekman ging op zoek naar de verdwenen laptop.

Reconstructie
Hij begon ermee die bewuste avond en nacht te reconstrueren aan de hand van wat zijn dochter hem vertelde. Hij begon klasgenoten te bellen, te appen en te bezoeken. Hij ging naar het gymnasium van zijn dochter en sprak met de rector. Hij ondervroeg kinderen, veelal in het bijzijn van hun ouders. En toen begonnen hem dingen op te vallen. Het gesloten karakter van de app-groep waarin zijn dochter zat. De deelnameloosheid en vrijblijvendheid van een aantal ouders, de fysieke of mentale afwezigheid van vaders. ‘De kinderen hebben in dit milieu de regie, in sommige gezinnen zijn zij de baas’, zegt hij. Als hij bij een jongen op bezoek gaat om hem te ondervragen, roept diens moeder met bekakte tongval dat haar Jeroen de laptop niet kan hebben gestolen. ‘Daarvoor ken ik hem te goed.’

Intimiderend en manipulatief
Veelzeggend is de volgende scène. Broekman is thuis bij een zekere Kai, een jongen met een verleden op het gymnasium van blowen en sexting. Iemand die intimiderend en manipulatief is en die anderen, met een minder sterk karakter, danig kan beïnvloeden. Kai is zojuist begonnen met andere kinderen van het feestje te beschuldigen.
‘Ze heeft wodka gedronken, dat heb ik gezien. Veel. Meerdere glazen.’
‘En jij?’
Hij geeft het volmondig toe. ‘Had je stuf meegenomen?’ Hij zegt niets. Ik kijk naar zijn moeder. ‘Kai mag drinken en blowen, maar alleen in het weekend…’
En dan schrijft Broekman: ‘Wat een fantastisch mooi bericht!! Wat ontzettend leuk voor uw zoon! Hoe oud? Vijftien? Net zestien? Hoe lang al? Sinds z’n twaalfde? Sinds de brugklas? Ik ken de verhalen die de ronde doen over hem.

Deze weekendregeling is toch nauwelijks een grens te noemen! Man, man…’
Nu meent iedere generatie dat de bandeloosheid toeneemt; dat het met de jeugd van tegenwoordig de spuigaten uitloopt. Een waarheid als een koe en tegelijk een levensgroot cliché. Broekman beaamt dat. En zegt, om de gemeenplaats nog wat aan te dikken: ‘We weten ook al jaren dat pubers heel lastig kunnen zijn. Maar daar gaat het me niet om. Ik wilde uitzoeken wat er precies was gebeurd, waarom en hoe, en ik wil met mijn boek een morele alarmbel luiden. We hebben het over onze toekomstige elite. Die moet zich voorbereiden op een gemeenschap van samenleven. Dan heb je moreel besef nodig. En juist met het bijbrengen daarvan lijkt het fout te gaan.’

Doorgeschoten individualisme
En zo komen we bij de ouders, de volwassenen, de mede-daders van deze thriller. Ouders die liever aan hun eigen werkzaamheden denken en bijna bang lijken om te moeten opvoeden; een school die verlamd is door protocol. Onvergetelijk is de beschrijving die Broekman van Kai’s vader geeft. Vriendelijk, afstandelijk, aanschouwend. ‘In gedachten waarschijnlijk ergens op een historische plek in het Midden-Oosten (…) omdat het zijn specialisatie is, zijn volgende boek, veel interessanter dan opnieuw gedoe met deze zoon waarin hij zichzelf niet meer herkent.’

Met het bijbrengen van moreel besef lijkt het fout te gaan

Volgens Roelof Broekman zijn we ‘doorgeschoten in ons individualisme en neoliberalisme’. Hij hekelt de alles-moet-kunnen-mentaliteit en ‘het gebrek aan besef dat je collectief niet meer snapt wat wel en niet kan.’ En hij noemt zijn pedagogische aanbevelingen aan het slot van Partycrash niet belerend, maar humaan. ‘Mensen zijn op zoek naar houvast, nu de zuilen dat niet meer geven. Ik hoop ze een beetje houvast te bieden met mijn boek, dat is toch alleen maar menselijk?’
Een ander deel van Broekmans boodschap is zijn waarschuwing voor onkritisch gebruik van sociale media en de smartphone. ‘Het gaat mij erom’, zegt hij, ‘dat iedere tijd zijn specifieke problemen kent. Waar heeft de puber van nu mee te maken? Met z’n telefoon, met Facebook, met appen, met internet. We weten nog niet de helft van wat onze kinderen op internet doen en wat de consequenties daarvan kunnen zijn. Laten we als ouders proberen om de regie weer over te nemen, voordat we allemaal kleine Amerikaantjes zijn.’

Gedumpt in het IJ
En hoe liep het nu af met die Macbook? Die bleek door de eerder genoemde Jeroen, van de moeder met de bekakte stem, te zijn gestolen. Op de achtergrond figureerden Kai en een zekere Timor. Ze hadden de laptop willen verkopen, maar in plaats daarvan werd het ding uiteindelijk achteloos in het IJ gedumpt. Roelof Broekman heeft de jonge daders de waarde ervan ingepeperd. Hun ouders hadden kunnen zeggen: wij dokken wel. Maar dat wilde Broekman niet. Hij dwong bij de jongens af dat ze zouden gaan werken voor de terugbetaling ervan.
Naast alles wat Partycrash is – spannende thriller, zedenschets, eigentijdse non fictie – is het ook een beetje een buurtboek. Café De Zuid, de Domino Pizza, Sissy Boy, een hotelboot aan de Sumatrakade: het is voor de bewoner van het Oostelijk Havengebied allemaal erg herkenbaar. En op de laatste pagina figureert IJburg. Daar is het alweer raak, een paar weken na het oplossen van de kwestie met de gestolen laptop. Op een feestje bij een zekere Dorian in IJburg wordt de iPhone van Broekmans dochter gestolen en de iPad van Dorians ouders. Binnen 24 uur heeft Roelof Broekman de diefstal opgelost. ‘Ervaring zullen we maar zeggen’, meldt hij stoïcijns.
Hoe keken de jongeren aan tegen zijn onderzoekende vasthoudendheid? ‘Het heeft me wel enig respect opgeleverd’, zegt hij. ‘Ze waren er snel van doordrongen dat ik die diefstal niet ging accepteren. En binnen de app-groep van mijn dochter was iedereen enorm opgelucht toen ik de zaak eenmaal rond had.’

Roelof Broekman: Partycrash. Hoe het feestje van een 15-jarige gymnasiaste volledig uit de hand liep. 206 pagina’s. € 20,00. Uitgeverij De Brouwerij, Maassluis.