Home Gemist Peter Prins over zijn debuutbundel ‘contouren voor verderop’

Peter Prins over zijn debuutbundel ‘contouren voor verderop’

Hij wil het liefst ’s morgens vroeg afspreken op een rustige plek. Het wordt aan de overkant van het water, in Noord. Het is lente, koud nog als we met de pont oversteken en neerstrijken in Expocafé Zamen met uitzicht op Oost.

Nelleke Lamme-den Boer

Nog voor ik goed en wel zit, rollen zijn inspiratiebronnen Francis Ponge (Het zakboekje van het pijnboombos), George Perec (Poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs), Samuel Beckett (Stirrings Still) en ook Marguerite Duras (Hiroshima Mon Amour) over tafel. En als om zijn verhaal te onderschrijven leest hij af en toe voor uit zijn boek, zoals hij het zelf noemt, contouren voor verderop. Vriendelijk, zacht en duidelijk. Niet te veel, niet dwingend.

‘Ik kom uit een verhalende familie’

Bijna ongemerkt en nog steeds voor ik een vraag heb gesteld vertelt hij dat hij al vanaf zijn negende aan een van zijn zusjes een verhaal vertelde en dat in eindeloos veel sessies voortzette. ‘Ik kom uit een verhalende familie’, zegt Peter Prins. ‘Mijn vader kon schitterend overdrijven, en zulke fantastische verhalen vertellen dat hij er zelf in ging geloven.’ Ook vertelt hij over het schrijven van verhalen waarmee hij op de Grafische school zijn cijfer Nederlands kon optrekken omdat de docent Nederlands Jan Otto op het juiste moment zei: ‘Prinsje heb je nog een verhaal?’

‘De thematiek is onveranderd gebleven’, zegt de dichter plotseling en alsof hij er zelf van schrikt is hij even stil. ‘Wat is dat thema dan?’, vraag ik. ‘Het is de meeuw die vanuit de lucht alles overziet en daar de controle op wil houden. Maar het is ook de vraag die altijd terugkeert. Waar is die plek dan voor mij?’ Hij is zich eigenlijk altijd bewust van alle mensen die een plek zoeken, zegt hij. In die zin is hij ook blij dat er steeds meer kleine uitgeverijen zijn die ook werk durven uitgeven van mensen die nog niet bekend zijn. Uitgeverijen die ‘risico’s’ durven nemen. Waaghalzen.

Peter Prins schrijft beeldend, uitputtend herhalend zonder te vervelen. De bundel is verdeeld in contouren I, dan de lengte- en breedtegraden en eindigt met contouren II. Ik vraag hem waarom? Kon het niet alleen zijn zoals het middelste deel, met enige ruimte voor de lezer om daar waar de dichter de taal schetsend inzet, zelf nog in te kleuren. Hij pakt opnieuw de bundel en wijst op het woord Hiroshima en ik besef dat er nog veel meer staat dan vermoed. Zijn gedachtegoed lijkt visueel te worden gedragen alsof het tussen twee pijlers in staat. Een zachte kern tussen pijlers van beton.

Dat is niet voor niets begrijp ik uit zijn antwoord en de manier waarop hij het voorleest. Ietsje luider nu ook. Zonder die twee delen kon het niet bestaan. Juist omdat daar zijn politieke inborst hem de kans geeft toch even de vinger op te heffen.

De lengte- en breedtegraden verwijzen naar onder andere naar Amsterdam, Valencia, Parijs en Borca di Cadore in Noord Italië. Hier valt het samen met de aankondiging van de uitgever die in de aanbeveling op de site aanhaalt dat deze dichter, debuterend op zijn 69ste, niet lang geleden verliefd is geworden op een mooie Romaanse.

Aan het eind van het gesprek zegt hij zacht maar duidelijk: ‘Kijk naar wat er gebeurt, blijf observeren.’

Een dag later liggen er oude uitgaven van Prado uit 2014, uitgegeven door de dichter Willem Bierman (voormalig stadsdichter van Apeldoorn) in mijn brievenbus, voorzien van grote rode paperclips, daar waar zijn werk staat opgenomen. Of ik het wil retourneren als ik er genoeg van heb, het zijn zijn enige exemplaren. Het blijken de voorbodes van deze bundel te zijn. Het kon niet uitblijven. Sterker nog: het werd de hoogste tijd voor dit debuut. Peter Prins schrijft teder over stoere dingen, met liefde voor materialen, lijkt het. En misschien/juist ook wel voor de mens. Toch wordt er ook heel duidelijk stelling genomen, al heb je het door zijn gedetailleerde schrijven niet altijd meteen door, en komt daardoor de klap in eerste instantie minder hard aan.

Een dichter met een boodschap, daar had ik de bundel bepaald niet op uitgezocht, en zo had ik het ook niet per se gelezen al waren mij met name de laatste contouren niet ontgaan. Maar het is onmiskenbaar dat zijn vlijmscherpe, tegelijkertijd poëtische alledaagse observaties, schijnbaar achteloos geschetst, een heel duidelijk beeld geven van het zoeken van zovelen naar een plek voor hem of haar.

Aan het stellen van vragen kwam ik nauwelijks toe. En dat is misschien ook niet zo vreemd. Een verhalenverteller heeft geen interviewer nodig. Die moet gehoord en gelezen worden.

Peter Prins is binnenkort te zien en te horen op 14 juni in het Ramses Shaffy Huis aan de Piet Heinkade 231 tijdens het Shaffy Poëzie Podium van 16.00 tot 18.00 uur.

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here