Home Overzicht Renovatie, een sleepnet door de buurt

Renovatie, een sleepnet door de buurt

0
Djambistraat 1915

Het zijn de oudste sociale huurwoningen van woningcorporatie Eigen Haard: een dorps wijkje in het noordwesten van de Indische Buurt uit 1912-1914. Voor die tijd waren de huizen ongekend ruim, met aparte slaapkamers en elektriciteit. Ruim honderd jaar later moesten ze gerenoveerd. Nu de stofwolken zijn opgetrokken, blikken bewoners en Eigen Haard terug.

Tekst Hannie Raaff | Foto’s Arjen Poortman en Stadsarchief | IJopener

Het is een prachtig buurtje: Lombokstraat, Padangstraat, Djambistraat, Lampongstraat en Zeeburgerdijk. De panden zijn ontworpen door architect Leliman. Huisjes met twee woonlagen, ruime binnentuinen, een pareltje van oude Amsterdamse volkshuisvesting. Tweemaal werden ze opgelapt om het wooncomfort enigszins op peil te brengen, de laatste opknapbeurt was in 1991. Er werd toen van uitgegaan dat de huizen nog vijftien jaar meekonden en dat ze daarna gesloopt zouden worden om plaats te maken voor moderne en vooral meer woningen.

Maar het liep anders. In 2008 werd Indië1 aangewezen als gemeentelijk monument en daarmee waren de sloop- en nieuwbouwplannen van de baan. De vreugde was groot, maar de problemen ook. De technische staat van de huizen was erbarmelijk. De fundamenten vormden het grootste probleem. De woningen waren gehorig, warmte-isolatie en ventilatie ontbraken. Om die problemen goed aan te pakken moesten 156 woningen ontruimd worden – en probeer voor al die bewoners maar eens tijdelijke huisvesting te vinden.

Zoeken naar compromis
‘Als je woningbestand monument wordt, geeft dat kansen én problemen’, vertelt Margôt Krol, senior projectleider bij Eigen Haard. ‘Je moet met alle betrokken partijen rekening houden. Eigen Haard wilde betaalbare woningen die minstens vijftig jaar mee konden. We hebben bij de start van de plannen meteen een bewonerscommissie in het leven geroepen die inspraak had. En monumentenzorg stelt eisen.’

‘Als je woning-bestand monument wordt, geeft dat kansen én problemen’

Eigen Haard wilde de woningen uitbouwen om ze groter te maken. Monumentenzorg verbood dat. Tien woningen behielden aan de binnenkant authentieke elementen. De bewoners van bovenwoningen wilden een eigen opgang, dat was duur, maar die wens werd gehonoreerd.

Eigen Haard wilde naast sociale woningbouw (huur lager dan € 710,68) ook twaalf woningen bouwen in de vrije sector, zodat er meer bewoners met een middeninkomen in de buurt kwamen wonen. Daar was aanvankelijk de bewonerscommissie tegen, maar die plannen zijn doorgezet. ‘Het was een proces van geven en nemen en het duurde zes jaar voor de daadwerkelijke bouw begon’, aldus Krol. ‘Het allerbelangrijkste was dat er goed gecommuniceerd werd met de buurtbewoners: een van onze beste medewerkers hield wekelijks spreekuur in de buurt.’

Margôt Krol, senior projectleider Eigen Haard.

Zorg voor bewoners
In 2014 moesten alle bewoners hun huis verlaten. Volgens het sociaal plan van Eigen Haard konden ze kiezen uit drie opties. De eerste was om met voorrang via Woningnet naar een andere woning te verhuizen. Enkele gezinnen kozen voor een nieuwbouwwoning in Noord en waren daar erg gelukkig mee. De meeste gezinnen kozen ervoor om terug te keren naar hun eigen woning of een andere woning in de buurt. Zij gingen tijdelijk naar een gestoffeerde wisselwoning. Bij sommige gezinnen beviel de wisselwoning zo goed dat ze ervoor kozen om daar te blijven. Bewoners die extra begeleiding nodig hebben, zoals oud-daklozen of mensen met psychische problematiek, kun je het niet aandoen om twee keer te verhuizen, dus die hebben meteen een definitieve woning gekregen. Alle bewoners kregen een vergoeding van € 5800 voor verhuis- en inrichtingskosten. Na de renovatie werd de huur verhoogd, maar de bewoners kregen na terugkeer een aantal jaren huurgewenning.

Tevreden met resultaat?
In de loop van 2016 zijn de woningen opgeleverd. Vanaf de buitenkant lijkt de buurt weer teruggekeerd naar 1914. Deuren en ramen hebben hun oorspronkelijke kleur weer terug. ‘Maar het belangrijkste zijn de blije bewoners’, vertelt Margôt Krol. Zes grote gezinswoningen zijn gerealiseerd, dat hadden er voor haar twee keer zoveel mogen zijn. ‘Gelukkig is Indië2, dat nu gerenoveerd gaat worden, geen monument en kunnen we die woningen wel uitbouwen. En nooit, nooit meer mag een renovatieproces zo lang duren.’

Voor alle zekerheid bellen we bij twee bewoners aan. Zijn ze echt tevreden?

Hans Haubrich: zo’n renovatie doorstaan is een pleurisbaan, maar…

‘Ik woon vijftig jaar in de Padangstraat, dit huis is twee keer opgelapt en nu dus echt gerenoveerd. We gingen naar een wisselwoning in de Sibogastraat en dertien maanden later weer terug naar onze eigen woning. Dat was een pleurisbaan, zeker als je 84 bent.

Voor de renovatie had ik de mooiste tuin van de buurt, dankzij mijn vrouw. Een appelboom, een perenboom, schitterende bloembakken en ik had net vlonders van hardhout aangeschaft. De projectleider is zelf komen kijken en beloofde dat de vlonders bewaard zouden blijven en dat ik nieuwe plantjes zou krijgen. Ik zei nog tegen die gast: koop die boompjes nou niet in Madurodam. Nou, dat deed hij dus wel en allemaal van die kleine kutplantjes. De vlonders zijn door de slopers weggehaald. Mijn advies: laat bij een renovatie alles schriftelijk vastleggen.

En de woning zelf? Nou, die is schitterend geworden. De buizen zijn allemaal weggewerkt, de keuken en badkamer zijn prachtig. De deuren en ramen zijn in de oude stijl teruggebracht, zo mooi. Maar er waren ook problemen in het begin. Ik kon vanaf de wc ruiken wat de buren aan het koken waren, dus er klopte iets niet met de ventilatie. Daar zijn negen monteurs bij geweest, ze hebben zelfs een rookbom in de badkamer gegooid als test. Terwijl ik zelf al zag dat ergens in het systeem een blauw doppie zat dat aangesloten had moeten worden.

Of ik niet liever een grotere nieuwbouwwoning had gekregen? Nee, we hebben gevochten voor de renovatie. Er is veel te veel gesloopt in de Indische Buurt en daar hebben we nu spijt van. We wilden trouwens ook de buurt niet uit. Er wonen hier veel allochtonen, ik heb Turkse en Marokkaanse vrienden, het is hier gezellig. Maar als je niet met buitenlanders kan omgaan, heb je hier een probleem.

We hebben veel gehad aan Meriam van de Zwaard van Eigen Haard. Maar mijn vrouw heeft echt een knauw gekregen van het hele gedoe. En ik maak het niet meer mee dat ik de perelaar in de tuin weer zo mooi zie bloeien.’

Daphne Meijer: het resultaat is fantastisch, maar…

‘Ik woon sinds 2005 in de Indische Buurt. In 2008 heb ik me meteen aangemeld voor de bewonerscommissie. Die bestond uit een wisselend gezelschap: oude bewoners, nieuwe bewoners, dertig- tot zeventigjarigen. We zijn er nooit in geslaagd de allochtone bewoners te vangen voor de commissie, maar het is wel gelukt om het contact met hen te verstevigen.

De meeste bewoners wilden een wisselwoning in de Indische Buurt, dus ik zei: doe mij maar een woning buiten de buurt. Ik woonde acht maanden in de Pijp. Aanvankelijk wilde ik terug naar mijn eigen woning, dat kwam financieel het voordeligst uit. Maar toen veranderden de regels en was het voor mij aantrekkelijker om naar deze woning te gaan, alles gelijkvloers en een tuintje. Het is ook een grote woning, vijftig vierkante meter!

Alle bewoners hadden inspraak in de indeling van de woning, er waren verschillende bouwtekeningen. Ik heb daar geen gebruik van gemaakt. Het moeilijkste deel van de renovatie vond ik het terug verhuizen. Geen gordijnrails, geen lampje, je moest al die dingetjes die normaal in een woning blijven zitten zelf ophangen. Ik kreeg hulp van familie en vrienden, maar was zeker een jaar bezig om het bewoonbaar te krijgen.

Ik vind het eindresultaat fantastisch. Hoor jij ergens geluid? Voel jij kou? Dat bedoel ik! Maar het had beter gekund. De woningen zijn klein, dus waarom is niet gekozen voor vloerverwarming. De renovatie vond ook plaats onder een slecht financieel gesternte. Eigen Haard moest zuinig aandoen en alles werd toch al duurder vanwege monumentenzorg.

Zo’n renovatie gaat als een sleepnet door de buurt. Eerst was er jarenlang sprake van dat de woningen gesloopt zouden wonen. Dan wordt er besloten dat er gerenoveerd wordt en duurt het nog jaren. Door al die plannen waren bewoners op hun hoede, wrokkig. Ze investeerden niet in de buurt, het was hier een troep.

Maar nu is het klaar en het is goed geworden. De mensen gaan nu investeren, ze willen fietsenrekken en geveltuintjes en buurtfeesten. De veiligheid is vooruitgegaan doordat woningen beter beveiligd zijn. De bevolkingssamenstelling is niet veranderd, het is zo’n typisch Amsterdams stippeltjespatroon van nationaliteiten en groepen.

De woningen hadden wel kinderziektes. Het is onduidelijk wie verantwoordelijk is om dat op te lossen. Je moet een rondedans maken langs aannemers, onderaannemers en installatiebedrijven. De coördinatie ontbreekt. Dus de bewonerscommissie moet weer de barricaden op. We zijn wel tevreden, maar ook vermoeid.’