Home Méland Langeveld Roepende in de woestijn

Roepende in de woestijn

Onalledaags

Gestaag beweeg ik me over het metroperron in een drukke mensenmenigte voort. ’s Ochtends vroeg op weg naar het werk. Bij de roltrappen omhoog staat een vrouw. Ze draagt een groengrijze gewatteerde jas die tot haar kuiten reikt, afgesleten grauwgrijze gympen steken eronder uit. Ze probeert iets aan de man te brengen, maar iedereen negeert haar alsof ze een besmettelijke ziekte onder de leden heeft.

Normaal gesproken graaien vele handen als er ergens gratis iets wordt uitgedeeld. Een proefpakketje muesli, een bekertje koffie of een drinkontbijt van Mona. Geregeld zie ik de werkenden gretig toehappen.

Haar gezicht ziet er verlopen uit. In haar hand houdt ze rode strippen vast. Stelselmatig draait iedereen zijn hoofd van haar af, alsof het in scène is gezet.
‘Kapotje… kapotje…,’ hoor ik haar mompelen.
Haar hand deelt uit, maar niemand pakt het beet.
Condooms van het Kruidvat in de ramsj.
Ook ik ga haar voorbij zonder mijn hand uit te steken.
Boven aan de roltrap blijf ik staan en kijk naar beneden.

Wat beweegt die vrouw condooms uit te delen? En dan ook nog eens in de ochtendspits… Moet de keurige kantoorklerk van een condoom worden voorzien? Ja, misschien juist dit type man, grinnik ik in mezelf. Ze komt op mij niet over als een gewezen prostituee. Deze vrouw intrigeert me. Wat bezielt haar in godsnaam?

Ik trek mijn stoute schoenen aan en daal met de roltrap af. Dan maar iets later op mijn werk. Dit is iets wat je niet elke dag tegenkomt, iets uitermate onalledaags. De stroom mensen uit de metro is voorbij, en het wachten is op een nieuwe lading. Ze staat er werkloos bij. Ik loop op haar af. Als een mechanische pop richt ze haar hand weer naar mij uit.

‘Kapotje…’
Ik neem de rode strip aan en wacht haar reactie af. Haar blik schiet als een pijl langs me heen. Haar donkere ogen staren strak de verte in en maken op mij een lege indruk.
‘Waarom biedt u ze aan, als ik vragen mag?’
Ze schrikt en kijkt me verward door het sluike haar dat deels voor haar ogen hangt aan.
Het blijft stil. Ik raak in verwarring. Toch vraag ik het opnieuw.
Ze kucht.

‘Mannen moeten veilig vrijen.’ Ondertussen tuurt ze naar mijn schoenen.
Ik knik met mijn hoofd. Volgens mij staat ze hier een beetje bij de verkeerde doelgroep haar boodschap te verkondigen, maar dat zeg ik haar maar niet. Ongetwijfeld heeft ze voor haarzelf een goeie reden om hier in alle vroegte te staan.
‘Voor m’n dochter is ’t te laat…’ Ze slikt en kijkt me even aan.

Ik weet niet goed wat ik moet antwoorden. Had ik het haar maar niet gevraagd.
‘Dat is heel erg,’ lispel ik slechts.
Ik wens haar sterkte en steek de condoom in mijn zak. Op de roltrap draai ik me om. Een nieuwe lading kantoorklerken en ander werkvolk haast zich naar de roltrappen. Haar hand biedt aan en opnieuw wijken de blikken vol schaamte van haar weg. Ze blijft een roepende in de woestijn. Aids zal nooit van deze aardkloot verdwijnen. Als konijnen neukt het vrolijk voort.

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here