Home Lezen en schrijven Spannende verhalen uit Berlijn

Spannende verhalen uit Berlijn

0

Als je de Middenweg uitrijdt, langs het mooie, maar tegenwoordig met dat mooie weer wel erg druk bevolkte Park Frankendael, langs het winkelcentrum op het Christiaan Huygensplein, langs Betondorp (rechts) en de plek van Stadion De Meer (links), en als je dan een hele tijd rechtdoor gaat, echt een ontzettend lange tijd, dan kom je in Duitsland. Als je na de grens je koers noordoostelijk houdt dan is er een kans dat je langs het Olympisch Dorp komt. Het Dorp van het Bedrog.

Tekst en beeld Auke Kok

Op een terrein versierd met berkenbossen ten westen van de stad Berlijn werden duizenden atleten in de maling genomen. Door Adolf Hitler. Door een duivels regime dat de Olympische Spelen in 1936 gebruikte om de wereld wijs te maken dat nazi-Duitsland vredelievende bedoelingen had.

Daar gaat mijn nieuwste boek over: 1936, Wij gingen naar Berlijn. Op 26 mei zal ik erover spreken in Linnaeus Boekhandel op de Middenweg. Vlakbij dus. In een prachtige winkel waar ik graag kom, al was het maar omdat ik er als Oosterling naartoe kan lopen. En omdat het personeel er vriendelijk en deskundig is. Ik verheug me nu al op die donderdagavond en ik hoop dat er veel mensen komen.

Toen, in 1936, was het ook heel gezellig in het Dorp van het Bedrog. Net als in het Stadion van het Bedrog. Omdat niemand het doorhad. Zij die Hitler doorhadden waren thuisgebleven. Een kleine minderheid was slim en op de hoogte; de meesten waren sportverdwaasd — een woord dat toen al bestond — en werden onderdeel van een propagandastunt die zijn weerga niet kende. Sport als middel om iedereen te belazeren was nog een onbekend verschijnsel.

De Olympische Spelen waren in 1896 juist ingevoerd om de volkeren op aarde te verbroederen. Om niet te letten op rassen en cultuurverschillen. Vanuit het idee dat als de jeugd van alle continenten onbekommerd zou wedijveren in een korte broek of in een badpak, het onderlinge begrip zou toenemen. En dat de toekomst er daardoor vredelievender zou uitzien. Sport zonder bemoeienis van politiek: de Olympische gedachte. Maar in 1936 gebeurde het tegendeel: Hitler en zijn minister van propaganda Joseph Goebbels zetten de sport in om hun politieke doel te verwezenlijken. Door te doen alsof ze vredelievende bedoelingen hadden met de wereld kregen ze de rust en de tijd om zich voor te bereiden op de wereldoorlog.

Dat is kennis van achteraf. Die kennis werd na 1945 een last voor, onder anderen Rie Mastenbroek. Haar ongehoorde successen in 1936 lagen als lood op haar publieke image. Alsof ze de ster op het verkeerde feestje was geweest. Leuk, drie gouden en een zilveren medaille, maar met hun actuele kennis draaide menige Olympische bobo zich om als Rie eraan kwam. ‘Ik was pas zeventien toen ik die medailles won,’ verweerde de zwemster zich telkens weer, maar het resultaat was en bleef dat ze haar leven lang niet de erkenning kreeg die ze verdiende.

Dat verhaal staat in mijn boek, net als, onder meer, het verhaal van de sprinter Tinus Osendarp. De ‘snelste blanke op aarde’ werd hij genoemd omdat hij brons veroverde achter twee zwarte Amerikanen. (Inderdaad, achter goudwinnaar Jesse Owens.) De kreet ‘snelste blanke op aarde’ werd Osendarp fataal, hij werd fout in de oorlog; een paria ná de oorlog.

Komt dus op donderdag 26 mei om 20.00 uur naar Boekhandel Linnaeus. Dan praat ik over deze en andere fascinerende aspecten van de Olympische Spelen van Berlijn. Ook zal ik wijzen op ‘ons’ Sportfondsenbad, waar de Rotterdamse Rie Mastenbroek wedstrijden zwom, en waar de enige nog levende olympiër, Hans Maier, waterpolo speelde bij Het Y. Het zijn spannende verhalen en dat kan ik rustig beweren: ik heb ze niet bedacht. Alles is waar gebeurd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here