Home Kunst Tegeltableau Insulinde herinnert aan koloniale verleden

Tegeltableau Insulinde herinnert aan koloniale verleden

1
Het Insulinde-huisje met tegeltableau is in vervallen staat en wordt daarom geheel herbouwd.

Historische gevelreclames brengen je terug in vervlogen tijden. Voor onze serie gaan we dit keer naar het Cruquiuseiland, waar een sterk vervallen huisje ooit het zenuwcentrum was van een van de grootste multinationals van Nederland. En zoals wel vaker in historisch Amsterdam, is de link met de koloniën niet ver weg.

Door Hansje Galesloot | Beeld Mariek Hilhorst en Tropenmuseum/WikiCommons

Historische muurreclames in Oost

Aflevering 2

Alle afleveringen

Het is bepaald geen straf het Cruquiuseiland te bezoeken. Het heerlijk rommelige oostelijke deel kent tal van industriële overblijfselen, die gelukkig deels zijn opgenomen in de toekomstplannen voor dit schiereiland. Ook het gele huisje in chaletstijl met tegeltableau ‘NV Oliefabrieken Insulinde’ blijft behouden, al wordt het wel een stukje verplaatst. Achter het huisje liggen het pompengebouw en ketelhuis die ook behoorden tot de oliefabriek. Hierin gaat de projectontwikkelaar nieuwe functies vestigen: winkelruimte en horeca met een groot terras aan het water. Het ‘robuuste’ karakter van het gebied, om in makelaarstermen te blijven, wordt gerespecteerd. Dus al te gelikt moet het allemaal niet worden.

Oliefabrieken Insulinde

Palmolie
De geschiedenis van Insulinde is kort maar hevig. Het bedrijf voor palmolie behoorde rond 1920 tot de top-vijf van het Nederlandse bedrijfsleven. Het onooglijke pandje op het Cruquiuseiland, daterend uit 1919, was het Amsterdamse kantoor met aangebouwde bedrijfswoning (in Bandung op Java stond een veel prestigieuzer kantoor in art-decostijl dat overigens nog steeds bestaat). Daarachter lagen aan het water de ruimtes waar de uit Indonesië aangevoerde olie werd opgeslagen en gedistribueerd.

Het eigenlijke werk gebeurde in Indonesië en daar had Insulinde maar liefst negen fabrieken, verspreid over Java. Hier werd olie uit kokosnoten gewonnen door inheems personeel onder leiding van Nederlandse ingenieurs. Het resultaat, kokosolie of ‘klapperolie’, was een belangrijke grondstof voor margarine.

Affiche van Insulinde uit 1921 op het hoogtepunt van de expansie (uit: R. Kamerling, De N.V. Oliefabrieken Insulinde in Nederlands-Indië).

Affiche van Insulinde uit 1921 op het hoogtepunt van de expansie (uit: R. Kamerling, De N.V. Oliefabrieken Insulinde in Nederlands-Indië).

Oorlogswinsten
Insulinde startte in 1913 met de overname van een oliefabriekje in het Oost-Javaanse plaatsje Banyuwangi. Vlak daarop brak de Eerste Wereldoorlog uit en zoals dat gold voor veel Nederlandse bedrijven (ook bijvoorbeeld voor de Amsterdamse scheepswerven en rederijen): dat waren gouden tijden. Door de oorlogsomstandigheden was er een tekort aan dierlijke vetten. De vraag naar plantaardige margarine steeg sterk. Insulinde voerde de productie van kokosolie in sneltreinvaart op en nam zelfs een eigen vloot van tankschepen in gebruik. Behalve Europese landen waren ook de Verenigde Staten een belangrijk afzetgebied; in New York en San Francisco werden vestigingen geopend. Insulinde was inmiddels de grootste industriële onderneming van Nederland-Indië.

Verlies van 57 miljoen
Grote inspirator was eigenaar Boudewijn Streefland. Hij nam alle beslissingen zelf en dat zou al snel ook de ondergang van het bedrijf worden. Zijn plotselinge dood door de Spaanse griep in 1919 maakte Insulinde stuurloos. Na acht jaar van ongebreidelde expansie werd alles in één of twee jaar tenietgedaan door overmoedige beslissingen. Een reddingsoperatie van tientallen miljoenen guldens van de Nederlandsch-Indische Handelsbank, een voorloper van ABN-AMRO, was vergeefs. Boekhouder Willem Walraven die bedrijfsleider was van een van de Javaanse fabrieken, zag het machteloos gebeuren. ‘Het is wel een débâcle en al wisten velen die erin zaten dat de leiding van Insulinde en het beheer van de zaken niet deugde, dat het zoo’n vaart zou loopen als nu had toch wel niemand kunnen denken,’ schreef hij aan zijn familie.

In 1922 kwam het faillissement. Het betekende een kapitaalvernietiging van 57 miljoen gulden: 17 miljoen van de Nederlandse overheid en 40 miljoen van de aandeelhouders. Astronomische bedragen voor die tijd. Daarna deden de gebouwen dienst voor olieopslag en allerlei andere meer of minder schimmige doelen. Het gele gebouwtje met de rode dakpannen werd zo nu en dan bewoond, maar had geen echte functie meer en verviel. Straks herinnert het gerestaureerde tegeltableau aan de Amsterdamse welvaart van rond 1910-1920 en aan het belangrijke aandeel daarin van koloniale winsten.

In een van de Javaanse fabrieken spreiden arbeiders de kokosnoten over de droogvloer uit (foto Tropenmuseum/Nationaal Museum van Wereldculturen/WikiCommons)

In een van de Javaanse fabrieken spreiden arbeiders de kokosnoten over de droogvloer uit (foto Tropenmuseum/Nationaal Museum van Wereldculturen/WikiCommons)

Verschenen in de serie Historische muurreclame

  1. Historische muurreclames hersteld
  2. Tegeltableau Insulinde herinnert aan koloniale verleden
  3. ‘Half elf Blookertijd’, voorgoed verdwenen…
  4. ‘We maakten gordijnen, kinderpyjamaatjes, beddengoed’

Heb je ideeën voor te herstellen gevelreclames in Oost, neem dan contact op met de WHGA amsterdam@gevelreclames.nl.

0

1 REACTIE