Home Carolien van Welij Ukiyo-e

Ukiyo-e

2

Zo rond half drie op zaterdagmiddag de kruising van het Damrak en de Prins Hendrikkade oversteken: sommige weken kon ik dat. Ik ging op in de stroom fietsers en we bewogen als een school vissen door het verkeer. Maar hoe verder de lente vorderde, hoe drukker het werd. De onuitgesproken codes werkten niet meer: wanneer je als fietser moet uitwijken, wanneer je mag remmen, wanneer je net iets harder moet trappen.

Dus koos ik op een zaterdag voor de fietsroute buitenom. Over de Veemkade: het klotsende water, de witte bolders die olifantenhoofdjes zijn geworden, de geur van water en al die ruimte naast je en boven je. Zo zou ik willen blijven fietsen. Totdat ik achter het Centraal Station was aangekomen. Daar raakte ik verstrikt in een kluwen mensen. Mensen op weg naar de overkant, mensen rennend naar een trein, mensen die niet wisten waar ze heen moesten. Ik wilde mijn fiets aan de kant zetten, een vissersstoeltje ergens vandaan toveren en vanaf de rand van de pontsteiger alleen nog maar kijken.

‘Ik wilde kijken naar de reis, ik wilde niet reizen,’ schrijft A.L. Snijders in een van zijn Zeer Korte Verhalen. Op het moment dat de ik-verteller weer eens zijn oude Landrover op een pont zette (het was 1957, een reis door Afrika), kwam het besef: niet willen reizen maar net als de mensen die langs de oevers stonden liever willen kijken ‘naar wat kwam en ging’. Het verhaal eindigt met de woorden: ‘In de buurt van Dar-es-Salaam sprak ik een Japanner die het me uitlegde. Hij zei: “Het is ukiyo-e.”’

Ukiyo-e. Door het verhaal van A.L. Snijders heeft dat woord jarenlang op het krijtbord in de keuken gestaan. Laatst zag ik het met grote letters op een muur in het Van Goghmuseum.

Daar hingen de Japanse ‘ukiyo-e’ prenten, waaronder de beroemde golf van Hokusai. Letterlijk betekent het begrip: ‘beelden van de vliedende werkelijkheid’. De prenten die iets laten zien van het vluchtige karakter van de werkelijkheid, de vergankelijkheid, de vergeefsheid. The floating world. Alles gaat voorbij.

Soms ben je onderdeel van een stroom, soms wil je er alleen maar naar kijken. Het is niet zo vreemd dat de terrasjes in Muiden langs de sluis altijd zo vol zijn. We willen kijken naar de mensen op hun boten, niet zelf daar druk in de weer zijn met stootwillen en lijnen. En ik wil af en toe zitten op een uitklapbaar vissersstoeltje, met zicht op de ponten die aankomen vanuit noord, kijken naar alles wat komt en gaat. En dan denk ik: het is ukiyo-e.

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here