Home Nieuws uit Oost Van en voor wie is de Javastraat?

Van en voor wie is de Javastraat?

1

Rond de gemeenteraadsverkiezingen was één van de belangrijkste items de vraag van wie de stad is. Of toeristen, expats en rijken niet te zeer de bewoners met een klein- of middeninkomen de stad uit drijven. Van een vergelijkbaar verdringingsverschijnsel is sprake in de Javastraat. De vraag kan dus ook gesteld worden: van wie is de Javastraat?

Tekst Arie van Tol | Foto’s Eddy Ellert

Als fietser moet ik laveren langs de openslaande deuren van dubbel geparkeerde auto’s, ondanks het strenge handhavingsregime. Als voetganger op de brede trottoirs heb ik wel de gelegenheid om me te verbazen. Te verbazen over wat er vroeger ook al was en er veel beter uitziet, vooral supermarkten, en over wat er allemaal nieuw is gekomen, vooral horecagelegenheden.

Zo af en toe kom ik in de Javastraat. Toen ik nog in de Indische Buurt woonde, begin jaren ’80, kwam ik er regelmatig in de kleine uurtjes voor een broodje shoarma. En ja, om me te douchen ging ik naar het Badhuis. Verder is er (ook toen) niets aan me verdiend in de Javastraat.

Historie
Begin 20e eeuw werden de eerste woningen van de Indische Buurt gebouwd. De Javastraat werd hoofd- en winkelstraat van de buurt. Er kwamen Amsterdamse gezinnen uit de arbeidersklasse te wonen.

In haar Biografie van een Volksstraat schets Maxime Smit de ontwikkelingen sinds het ontstaan van de buurt. Elk decennium geeft ze een karakteristiek stempel, dat ze verbindt met de huidige realiteit van de Javastraat. In de jaren ’80 voltrok zich de grootste verandering: de Indische Buurt werd van een arbeiderswijk een stadse wereldwijk, de Javastraat werd van een arbeidersstraat een migrantenstraat. Het winkelaanbod wijzigde sterk.

De afgelopen tien jaar voltrok zich een volgende ingrijpende metamorfose. In de buurt zakte het percentage sociale huurders snel, het percentage (kans)rijke Amsterdammers steeg opmerkelijk. In de straat verdwenen goedkope winkels (met name de belwinkels) en groeide het aantal horecagelegenheden explosief. Bij de herinrichting van de Javastraat sneuvelden de mooie, hoge iepen, lage esdoorns kwamen er voor terug.

Plan van aanpak
Jacqueline Schoemaker schreef Het failliet van de Javastraat. Een plan van aanpak uit 2008 met de titel ‘Economische versterking Javastraat e.o.’ wordt daarin middels ‘close reading’ uitgebreid becommentarieerd. Het streven naar een wereldpassage met mediterrane uitstraling is wat Jacqueline betreft niet bepaald hetzelfde als het versterken van de bestaande economische structuur.

In een interview licht Jacqueline haar visie toe: ‘De overheid gedraagt zich als ondernemer, niet als belangenbehartiger van bewoners van een buurt. Er is geen serieuze discussie geweest. Misschien hechtten tien jaar geleden bewoners in meerderheid zich wel aan het smoezelige karakter van de straat, wilden ze alleen wel dat de criminele activiteiten serieus werden aangepakt.’

Opzichtig verhullend zou de merkwaardig tegenstrijdige aanduiding kunnen zijn van hoe het stadsdeel haar plannen ontvouwt. ‘Economische versterking is voor de ondertekenaars van het plan van aanpak – overheid en enkele woningcorporaties (!) – synoniem met aantrekken van andere ondernemers en andere bewoners.’ De extra gelden in het kader van de Vogelaarwijken worden ook hier vooral gebruikt om andere bewoners naar de buurt te lokken. De armoede wordt (deels) op het bordje van een andere wijk of andere gemeente geschoven.

‘Gentrificatie is een proces van uitsluiting.’

Bottom-up
‘Gentrificatie is een proces van uitsluiting.’ Jacqueline sluit zich met deze opvatting aan bij onder andere Cody Hochstenbach. Als onderzoeker heeft hij recentelijk een proefschrift geschreven over gentrificatie en ongelijkheid. Daarin benadrukt hij dat het onterecht is om gentrificatie (‘veradeling’) te zien als een spontaan en bottomupproces. ‘Markt en staat willen vooral de hoogopgeleide middenstander aan zich binden, het beleid wordt daarop toegespitst.’

‘Waar gentrificatie in New York en Londen vooral een proces van (grove) verdringing is – de nieuwe bewoner vervangt de huurder die de woning niet meer kan betalen na een drastische huurverhoging – is er in Amsterdam meer sprake van uitsluiting,’ aldus Hochstenbach. ‘Zittende huurders worden wettelijk beschermd, maar plek voor nieuwe bewoners in het lagere- en middensegment is er nauwelijks.’

.

Maxime Smit neemt een minder uitgesproken positie in. Als het perspectief bij de wijk ligt, meer dan bij de oorspronkelijke bewoners, heeft ze natuurlijk gelijk als ze zegt: ‘Welvarende buren maken een wijk samen welvarender en daardoor ook veiliger. Dat trekt mooiere, betere winkels aan. Die trekken op hun beurt weer nóg meer welvarende bezoekers en bewoners. De cirkel is rond. De wijk is af.’ Zo schetst ze haar meer organische visie, waarna ze overigens niet de nadelen en gevaren van gentrificatie ontkent of te zeer bagatelliseer.

Een kop in een NRC van een half jaar geleden getuigt ook van een heel positieve visie: ‘De Javastraat in Amsterdam laat zien hoe het moet’. Daarmee wordt vooral gedoeld op het gevonden evenwicht in het aanbod van ondernemers in de Javastraat. Er zijn veel nieuwe horecagelegenheden bijgekomen, maar de (Turkse) supermarkten zijn nog even prominent aanwezig.

Vooralsnog komen alle buurt-bewoners aan hun trekken

Van wie?
In hoeverre Amsterdam ooit maakbaar is geweest, in hoeverre de gemeentelijke overheid ooit de meest doorslaggevende stem in het kapittel heeft gehad, daarover verschillen historici en politici van mening. Dat aan de verbeelding van links al decennia lang getwijfeld kan worden is terug te lezen in Van wie is de stad, een recent verschenen boek van Floor Milikowski. De strijd om Amsterdam is de subtitel en het onderwerp van haar onderzoek.

Als voorbeeld van verschoven machtsverhoudingen noemt ze de gang van zaken rond de komst het hoofdkantoor van ABN. De gemeente had de IJ-oever ten oosten van het Centraal Station aangewezen als het gebied waar een belangrijk nieuw financieel centrum moest komen. In 1991 klopte de bank aan bij het gemeentebestuur, om te praten over een nieuw hoofdkantoor. Maar de bank voelde niets voor de IJ-oever, wilde zich in het nu Zuid-as geheten gebied vestigen. GroenLinks wethouder van toen, Jeroen Saris, laat jaren na dato optekenen: ‘De arrogantie om te denken dat wij konden bepalen waar een bedrijf zich moest vestigen. Onvoorstelbaar.’

Van rechts tot links is het vanzelfsprekend dat de markt het primaat heeft. Dat de gemeente niet in de eerste plaats de belangen van bewoners dient, maar die van het geld, van de (grote) ondernemers. Dat Jeroen Saris nu al weer jaren zijn eigen ruimtelijk adviesbureau bestiert, past in die dominante logica. Natuurlijk is er om de zo veel jaar de verkiezingsretoriek, waarbij partijen er gek genoeg in slagen de teleurstellende uitverkoop aan het bedrijfsleven van de voorbije 4 jaar te overschreeuwen met nieuwe beloftes.

Voor wie?
Het beeld is te negatief, commerciële motieven mogen dan wel de overhand hebben, er zijn heel veel Amsterdamse bewoners die het goed naar de zin hebben. Het valt niet te ontkennen, Amsterdam is razend populair. De toeristenstroom groeit gestaag, het aantal buitenlanders en niet-Amsterdammers dat hier wil komen werken of studeren stijgt enorm, Amsterdamse gezinnen en ouderen willen hier graag blijven. Er is te weinig woonplek voor al die groepen, hoe veel er ook nieuw bij gebouwd wordt.

Ook de Javastraat kan een succes worden genoemd, al kan er volgens Jacqueline Schoemakers getwijfeld worden aan de duurzaamheid van dat succes. Vooralsnog wordt met de titel van haar boek, Het failliet van de Javastraat, niet de werkelijkheid weergegeven. In de vele cafés, restaurants en koffiehuizen is het vaak aangenaam druk. De Turkse supermarkten weten hun hoofd boven water te houden. En nog altijd is er een grote diversiteit aan winkels en zijn er maar enkele ketens.

Maxime Smit was op  7 maart gast in de talkshow Dwars door Oost in de Jungle

Vooralsnog komen alle buurtbewoners aan hun trekken, de overgebleven representanten van de arbeidersgezinnen, de migranten, de studenten en nieuwste Indische Buurters. Ik zou bijna, als een ware pr-man van de gemeente willen zeggen: de Javastraat is er voor iedereen!

 

1 REACTIE

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here