Veel overeenstemming in debat over ruimte maken voor vluchtelingen

0

Twee kleuren domineren de zaal van Q-Factory, grijs en wit. Toch gaat het over een veelkleurig onderwerp: ‘Hoe maakt Amsterdam Oost ruimte voor vluchtelingen?’ Het is de eerste van een serie debatten over onderwerpen die Oost bezighouden. Het is een initiatief van oost-online en Dwars door de Buurt.

Achter de tafel is veel kennis over het onderwerp verenigd. Debatleider Arie van Tol stelt het panel voor: Simone Kukenheim (wethouder), Anita Schaaij (HvO Querido), Loes Leatimia (Gastvrij Oost), Halleh Ghorashi (hoogleraar VU). Samen met de zaal zoeken ze naar antwoorden op vragen over huisvesting voor asielzoekers. En tellen vluchtelingen die in Oost komt te wonen, meteen mee? Maar ook brandt de vraag: mag of moet een vluchteling die in Oost woont werken?

Hartelijkheid van bewoners
HvO Querido was vanaf het eerste moment, dat de nieuwe groep (vooral Syrische) vluchtelingen in Amsterdam aankwam, betrokken bij de opvang. Directeur Anita Schaaij hield eerst haar hart vast, maar werd al snel gerustgesteld door de hartelijkheid van de burgerij, die het HVO wel ‘in goede banen moest leiden’. Zo is vers aangeboden voedsel volgens de hygiëne regels in een instelling niet acceptabel. Loes Leatimia ontmoette de eerste groep vluchtelingen bij de spoedopvang in de Verheijhal. Gastvrij Oost ontstond uit de door velen in Oost gesteunde gedachte dat deze mensen goed moeten worden opgevangen, sociaal en ook qua huisvesting. Kleinschaligheid is de sleutel voor succes denkt zij.

 

Kleinschaligheid basis van succes
Wethouder Simone Kukenheim (D66) heeft vluchtelingen én stadsdeel Oost in haar portefeuille. ‘Er werd spontaan in Oost en elders in de stad van alles georganiseerd om de nieuwkomers hartelijk te ontvangen’, vertelt zij, ‘Dat is prachtig. Maar als gemeentebestuur moeten we nu aan de slag om hun komst uiteindelijk een succes te maken.’ Halleh Ghorashi is van mening dat gastvrijheid verschillende gezichten kent die in de loop van de jaren zijn veranderd. Zij heeft daar onderzoek naar gedaan in Nederland en in de Verenigde Staten. Voorheen dacht men dat grootschalige opvang op een afgezonderde plek het beste was. Nu denkt men dat kleinschaligheid beter is. Maar wat is kleinschalig: 300 mensen in een dorp of wijk? Of liever 30 in woongroep zoals Gastvrij Oost in praktijk brengt?

Taalcursus belangrijk?
‘Heeft een taalcursus prioriteit bij de opvang van vluchtelingen?’, is de eerste vraag van Arie van Tol. Volgens Halleh Ghorashi is dat niet het eerste waar je aan denkt. ‘Belangrijker zijn uitstapjes en ontspanningsmogelijkheden. Er is veel opgekropte en lang onderdrukte energie die moet vrij komen. Men wil dan aan de gang om het verleden te verwerken en te vergeten. Nodig zijn vrijwilligers die hun verhaal willen aanhoren en zo helpen bij de verwerking. De eerste jaren zijn daarbij cruciaal. Als ze merken gehoord te worden keert hun gevoel van eigenwaarde terug en krijgen zin om weer te aan te pakken.’

Aansluiting bij welzijnsorganisaties
Uit de zaal komt de vraag wat de rol is van het georganiseerde welzijnswerk. Als medewerker vindt de vraagsteller dat de gemeente niet genoeg aansluit bij de mogelijkheden die zij als bestaande structuren te bieden hebben. Welzijnsorganisaties bieden bijvoorbeeld ook talen aan. Wethouder Simone Kukenheim denkt dat het welzijnswerk pas kan meedoen zodra de vluchteling een ‘status’ heeft. ‘Voor kinderen ligt dat anders. Die moeten immers worden voorbereid op het moment dat ze naar school kunnen. Zij hebben gewoon recht op onderwijs. Maar Amsterdam wil meteen met de nieuwkomers aan de slag. Door de asielprocedure en de praktijk van bijvoorbeeld de noodopvang zijn er echter allerlei beperkingen. Bovendien moet je aansluiten bij wat iemand individueel meeneemt aan kennis en ervaring. Zolang men geen asielstatus heeft, is wat de gemeente kan doen beperkt door regels.’

Zinvol bezig zijn
‘In de benadering van HVO-Querido is voor de nieuwkomers zinvol bezig zijn essentieel’, legt Anita Schaaij uit.’ Het is frustrerend dat zoveel niet mogelijk is. In COA-setting kun je bijvoorbeeld geen werk aanbieden. Dat staan de regels niet toe.’ Het is volgens Halleh Ghorashi de vraag of vroegtijdig werk aanvaarden wel verstandig is. Het volgen van een opleiding heeft voor haar de voorkeur boven werk. Zij heeft dat zelf ervaren. De opleiding aan de universiteit en een taalcursus heeft zij zelf betaald, ondanks dat dit niet mocht. En in de tijd dat ze een status kreeg kon ze verder studeren en of een baan krijgen op haar vakgebied.

Best veel mogelijk
‘Maar waarom mogen nog-niet-statushouders niet studeren en geen werkervaring opdoen?’, stelt de debatleider. Halleh Ghorashi heeft ervaren dat tussen de regels door in individuele gevallen nog best veel mogelijk is in Amsterdam. Anita Schaaij: ‘Ons als hulpverleners maakt het onrustig dat we zo weinig te bieden hebben, terwijl de vluchtelingen liefst zo snel mogelijk aan de slag willen. Ze willen ook iets terugdoen voor het land wat ze opgevangen heeft.’ Maar ook de cultuur is aan andere. Halleh Ghorashi: ‘Mensen in het Midden-Oosten hebben van jongsaf ingeprent gekregen dat je zelf je boterham moet verdienen. Hier leren ze voor het eerst geld te krijgen zonder er iets voor te doen.’

Academisch geschoold
Is de nadruk op werk zinvol? Er zijn toch geen banen, ook niet voor niet-vluchtelingen? Simone Kukenheim vindt dit te kort door de bocht: ‘In sommige sectoren (zoals ICT) zijn veel onvervulde vacatures. Daar zou je vluchtelingen die dat willen versneld naartoe moeten leiden.’ Uit de zaal komt het commentaar dat deze match geforceerd overkomt, er zijn onvervulde banen en er zijn vluchtelingen. ‘Maar deze ontwikkeling is ook vanuit uitzendbureaus en werkgevers geactiveerd.’, zegt de wethouder. ‘Vaak zijn Syriërs academisch geschoolde mensen, en zij zouden makkelijker omgeschoold kunnen worden naar de ICT branche bijvoorbeeld.’

Speuren naar geschikte gebouwen
‘Kleinschalige huisvesting van statushouders is natuurlijk het beste’, vindt Loes Leatimia. ‘Maar binnen grote woongebouwen is het met wat creatieve inzet mogelijk om kleinere eenheden te realiseren.’ ‘Kleinschaligheid is mooi,’ vindt ook wethouder Simone Kukenheim maar gezien de grote aantallen waarmee de gemeente te maken heeft, moeten we toch speuren naar geschikte kantoren of bedrijfsgebouwen die voor bewoning geschikt te maken zijn. Maar het is een goed idee, ‘creatieve kleinschaligheid binnen  grootschaligheid’ kan ook.

Politiebureaus en Bijlmer Bajes
Bij de vraag waar asielzoekers gehuisvest kunnen worden  komen suggesties uit de zaal. Politiebureaus staan leeg. En wat te zeggen van de leegstaande Bijlmer Bajes? ‘Die is  de gemeente aangeboden voor een symbolische euro. En dat is genegeerd. Nu is het complex in het circuit van de projectontwikkelaars beland.’ Over de mogelijkheden om er iets van te maken is er optimisme. Hoost aan de Mauritskade is volgens Loes Laetimia ook niet echt goed geschikt voor huisvesting, maar met vereende krachten is het leefbaar te houden. Op de mogelijkheid van opvang in de Bijlmer Bajes wil de wethouder niet ingaan. ‘We speuren overal in de stad naar mogelijkheden., maar je hebt met allerlei aspecten te maken, ook als het gaat om transformatie. Zo’n project moet van de gemeente voldoen aan een waslijst criteria over de aard van het pand, de eisen van de buurt, enz. En dan moet COA nog akkoord gaan, want die moet het beheren.’

Muziek uit Syrië
Bij binnenkomst en na afloop van het debat wordt muziek gemaakt door twee jongens uit Homs in Syrië. De één kan beginnen aan zijn conservatorium opleiding in Haarlem, de ander gaat een week later op voor auditie. Je ziet aan ze dat ze er veel plezier in hebben om muziek te maken die deels Arabisch is en deels klassiek klinkt: oriëntale muziek leggen zij uit. Bij Homs denk je aan plat gebombardeerde huizen en gebouwen. Gek idee dat bewoners van deze Syrische stad de oorlog nu dichterbij hebben gebracht. Niet met media aandacht, maar met muziek.