Home Natuur in de buurt Wie eet hier mijn oogst op?

Wie eet hier mijn oogst op?

Slakken vreten in één nacht al je jonge kiemplantjes weg

Als je bezig bent in de moestuin, samen met andere buurtbewoners, verwacht je dat je te zijner tijd ook kan gaan oogsten. En erna lekker je zelf gekweekte groenten opeten. Toch gaat dat oogsten niet altijd van een leien dakje. Er is concurrentie, anderen zijn je soms vóór. Wie zijn dat, die mee-eten van je zelf gekweekte groenten?

Door Ton Hendrix

Nummer één van de ongenode gasten: de slakken. De meeste mensen vinden deze beestjes een beetje jakkie bah, speciaal de naaktslakken. Erger is dat ze  – hoe langzaam ze ook mogen zijn – in één nacht hele rijen jonge kiemplantjes  kunnen wegvreten. De slak heeft een mondholte waarin zijn radula zit: een soort rasptong, met kleine tandachtige structuren en een groot aantal randplaatjes. Bijna iedere groep slakken heeft weer een andere rasptong. Zo komt het dat slakken nagenoeg alle soorten voedsel kunnen eten. Met de radula schrapen de slakken kleine stukjes van bladeren of vruchten af. Vervolgens zuigt de slak het afgeraspte eten met zijn slokdarm (vergelijkbaar met een stofzuigerslang) de darmen in. Hierin zitten kauwplaatjes, vergelijkbaar met kiezen. De slak ‘kauwt’ zijn eten dus in zijn darmen.

Concurrenten bij het oogsten
Slakken zijn tweegeslachtelijk (hermafrodiet). Ze hebben echter wel een andere slak nodig om te paren. Hun geslachtsorgaan zit tussen de twee ogen. Bij een paring worden de slakken beiden bevrucht, voor de rest van hun leven. In april beginnen de slakken aan hun eerste legsel: een goede 400 eieren leggen ze onder aardkluiten. De eitjes zijn een soort witte, glibberige balletjes. Drie weken later komen de eitjes uit en twee maanden later zijn die slakjes op hun beurt ook al volwassen. Zo kunnen ze ruim 1.200 eitjes per jaar leggen!

Het geslachtsorgaan van de slak zit tussen de twee ogen

Sommige soorten slakken eten de helft van hun lichaamsgewicht per dag. Maar hoeveel ze eten is nog meer afhankelijk van hun afmetingen dan van het soort.

Vogels van allerlei pluimage zijn ook een zware concurrent bij het oogsten. Ze zijn verzot op nieuwe, jonge blaadjes en plantjes die net boven de grond uitkomen. Maar ook wat onder de oppervlakte ligt zoals erwten en bonen is niet veilig voor merels en duiven. En plantuitjes trekken ze uit de grond, ze eten ze vaak niet eens op. Sommige van onze gevederde vrienden zijn zo verlekkerd op aardbeien dat de vrucht meestal al gepikt is voor ze volledig rijp is.

Overwinterende boosdoeners
Bij bloemkool en broccoli heb je geen last van vogels, hier is de koolvlieg de boosdoener. Deze legt eitjes aan de voet van de plant, waarna de larven aan de wortels en de stengels vreten. Ook de rupsen van het koolwitje, dat leuke vlindertje, eten graag en veel van de koolplantjes.

Dan zijn er nog de bladluizen. Het geheim van de overwintering van de bladluis zit ‘m in de eieren. In de herfst worden die gelegd door de gevleugelde luizengeneratie. Deze eitjes zijn ‘winterproof’ en verdragen zelfs strenge vorst. Uit deze eieren komen in het voorjaar de gevleugelde luizen die gebruik maken van hun vleugels om te zoeken naar de geschikte plant. Op deze plant produceren ze aan de lopende band vleugelloze nakomelingen. En de bladluis-melkende mieren beschermen de bladluiskolonies tegen natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes en sluipwespen.

Je begrijpt, tuinieren gaat niet vanzelf. Sommige tuiniers houden het na een tijdje dan ook voor gezien, ze kunnen al die aangevreten groenten niet meer aanzien. Maar niet alle dieren zijn tegenstanders, er zijn ook hele aardige beestjes, zoals de egel, het lieveheersbeestje, de regenworm, de bij, de sluipwesp en nog vele anderen. Tuiniers, weet dat jullie er niet alleen voor staan! Er zijn ook dieren die jullie je oogst wel gunnen!

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here