Home .Cultuur. Willem Breuker: een jazzmusicus

Willem Breuker: een jazzmusicus

Overal ter wereld trad jazzmusicus Willem Breuker (1944-2010) op met zijn Kollektief. Trouw aan zichzelf en schatplichtig aan zijn Indische Buurt-roots, ontwikkelde Willem Breuker een volstrekt eigen jazztaal. Hij schreef meer dan vijfhonderd composities, onder meer voor symfonieorkesten, theater, films, opera, fanfare en draaiorgel. IJopener spreekt met Ben IJpma over Willem Breuker.

Tekst Tineke Kalk | Foto Pieter Boersma | IJopener

Ben IJpma groeit net als Willem Breuker op in de Indische Buurt. Ben is een kenner van de ontwikkelingen in de Nederlandse jazz vanaf de jaren zestig en werkt op dit moment aan een verhaal over Willem Breuker. ‘In mijn jeugd had je de pleiners en dijkers’, vertelt Ben. ‘Mijn vrienden van de middelbare school en ik hingen rond in de cafés op het Leidseplein en gingen naar de nachtelijke jazzconcerten in het Concertgebouw; wij waren de pleiners. De werkende jeugd, de dijkers, verzamelden zich op de Nieuwendijk. Ze waren gek op rock-’n-roll. Je herkende ze aan hun vetkuiven à la Elvis Presley.’

‘Willem Breuker’, zo vertelt Ben, ‘kwam uit een socialistisch nest: zijn vader en moeder hadden elkaar voor de oorlog op een socialistisch koor leren kennen. Ze woonden op drie hoog op de Zeeburgerdijk. Eigenlijk had Willem zijn zinnen op de piano gezet, maar ja, dat konden ze thuis niet betalen. Een klarinet werd op afbetaling gekocht en Willem ging wekelijks naar de Amsterdamse Volksmuziekschool. Dat hij op een gegeven moment lid werd van de harmonie Thuisdorp Oostzaan kwam omdat je daar een basklarinet in bruikleen kreeg én, voor de buitenoptredens, ook nog eens een tenorsaxofoon.’

De eerste keer dat Ben Willem hoort spelen is rond 1965 in een van de vele jeugdhonken die de Indische buurt kent. ‘Ik moest wel even aan zijn muziek wennen. Deze jazz leek in de verste verte niet op de muziek van mijn Amerikaanse jazzidolen John Coltrane en Miles Davis. Wel hoorde ik meteen dat Willem een begenadigd saxofonist was.’

Al heel vroeg is duidelijk dat Willem meer wil dan alleen spelen: hij wil ook componeren en theaterelementen aan zijn muziek verbinden. Thuis groeit hij op met de populaire muziek van de jaren vijftig zoals Johnny Jordaan en Tante Leen. Maar in de muziekbibliotheek luistert hij naar alle mogelijke muziek: van Edgar Varèse, Charles Ives en John Cage tot de Amerikaanse jazz die haar roots in de blues heeft. Hij vraagt zich af wat zijn muzikale roots zijn.

Harmonielid Wuillem Breuker

De geluiden van de Indische buurt
Ben herinnert zich moeiteloos de geluiden, vooral op zomerse dagen en avonden, die overal in de Indische buurt te horen waren: het buurmeisje dat op de mandoline aan het tokkelen is, de accordeon waarop iemand een levenslied van Johnny Jordaan oefent, het draaiorgel dat zeker een keer per week langskomt, de orgelman die je beloont door een kwartje gewikkeld in een papiertje uit het raam naar beneden te gooien. Maar ook de sirenes van de wagens uit de brandweerkazerne die zachter en harder gaan, de drumband met haar geroffel en al die fanfares – elke vereniging, protestants, katholiek, socialistisch, heeft er wel een – en niet te vergeten al die stemmen van de vis- tot de melkboer, de ruziënde buren en laat in de avond het dronkenmansgelal. Ben: ‘Niet de blues maar deze geluiden hoor je in de composities van Willem vaak terug. In de Indische Buurt lagen onmiskenbaar zijn muzikale roots.’

Jazzconcours en doorbraak
De eerste keer dat Ben Willem hoort spelen, is in de zomer van 1963 als Willem meedoet aan een jazzconcours dat in het verenigingsgebouw van Flevo op de Zeeburgerdijk wordt gehouden. De jury bestaat onder andere uit Michiel de Ruyter, jazzhistoricus en presentator van het tweewekelijkse VARA programma Radio Jazz Magazine. Willem treedt daar op met eigen werk: Compositie in paars en geel. In 1966 doet Willem in Loosdrecht mee aan het belangrijkste jazzconcours van Nederland. Wie daar de eerste plaats in de wacht sleept, heeft kans een EP te mogen maken voor platenmaatschappij Phonogram. Het jaar daarvoor heeft Willem met zijn kwintet ook al meegedaan, zonder te winnen.

Hij besluit het deze keer anders aan te pakken. Hij komt in de voorronde met een groep van achttien muzikanten opdraven. Zijn compositie heet Litany for the 14th of June 1966. De datum waarop een demonstrerende bouwvakker om het leven kwam bij een demonstratie van bouwvakkers tegen de korting op hun vakantieuitkering. De – partijdige – berichtgeving hierover door de Telegraaf veroorzaakte straatrellen die later de geschiedenis zijn ingegaan onder de naam Telegraafoproer. Willem liet in het stuk een zangeres teksten uit krantenberichten over deze ongeregeldheden declameren.

Als ze in de finale komen, doet Willem er nog een schepje bovenop. Hij breidt de groep uit tot drieëntwintig muzikanten, aangevuld met een zangeres, danseres en een geluidsband. Verdeeld over drie podia speelt de groep zijn nieuwe compositie Time Signals And Sound Density tegen elkaar in. Tussen de verschillende podia wordt een quasi-ruzie uitgevochten in overdreven Amsterdamse straattaal. De finale wordt als gebruikelijk rechtstreeks uitgezonden op de televisie. Burgerlijk Nederland weet niet wat ze ziet en hoort. Voldaan, maar zonder een prijs, reist Willem ’s nachts terug naar de Zeeburgerdijk waar hij nog steeds bij zijn ouders woont. De volgende dag wordt er al vroeg aangebeld. Als hij opendoet, staat een afvaardiging van de harmonie Tuindorp Oostzaan voor zijn neus. Of hij zijn basklarinet en saxofoon maar wil inleveren. Het optreden in Loosdrecht leidt tot een waterscheiding in de Nederlandse jazzwereld. Én de definitieve doorbraak van Willem Breuker.

Samen met Ben van Melick heeft Ben IJpma in 2013 een boek gepubliceerd getiteld: Ik ben een gemankeerde saxofonist over de invloed van jazz op Luceberts werk.

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here