In de serie over Waterschap Amstel, Gooi en Vecht sprak Fokko Kuik met Arjan van Rijn. Hij is onder meer verantwoordelijk voor de waterveiligheid (de dijken) en voor het baggeren en saneren van waterbodems, deels ook in Amsterdam. Hoe kijkt hij als bestuurder en melkveehouder uit de polder aan tegen de waterveiligheidsopgave in de stad?
Fokko Kuik
Het zou een hete dag worden en we hadden ons gesprek ook in een met airco gekoelde ruimte in het hoofdkantoor van het waterschap kunnen houden. Maar Arjan is melkveehouder en houdt van buiten zijn. Bovendien laat hij me graag ter plekke in het Flevopark zien wat de dilemma’s zijn in het waterveilig houden van de stad.

Dijkdoorbraak bij Wilnis was de aanleiding
Arjan van Rijn (1970) is geboren in het landelijk gebied en opgegroeid met de vanzelfsprekendheid van het water. ‘Water is je vriend én je vijand’, zegt Arjan. Hoe hij als agrariër bij het waterschap kwam, sluit enorm aan bij de actualiteit van nu. Net als nu was het tijdens de hete zomer van 2003 erg droog in Nederland. En tot ieders verrassing leidde die droogte toen tot een dijkdoorbraak bij Wilnis. Dat gaf voor Arjan de doorslag om er bestuurlijk mee aan de slag te gaan. Niet alleen veel regen of een stijgende zeespiegel bleek te kunnen leiden tot een watersnood, maar ook een periode van droogte.
In de stad wordt anders tegen dijkversterking aangekeken
In 2008 kwam hij namens ‘ongebouwd’  in het Algemeen Bestuur van het waterschap. Sinds 2023 zit hij in het Dagelijks Bestuur. Het managen van zijn bedrijf laat hij sindsdien over aan zijn zoon. ‘Gemiddeld moet een dijk om de 30 jaar worden versterkt vanwege inklinking en slijtage. Daarna is hij weer klaar om de mensen en dieren te beschermen tegen het water. Als je in het buitengebied begint over een dijkversterking, dan levert dat meestal niet zoveel discussie op. De boeren en bewoners daar zijn zich meestal wel bewust van de consequenties van het wonen in een poldergebied’, legt Arjan uit. In de stad is dat heel anders, heeft hij gemerkt. Daar zijn mensen vaak minder bewust van het bestaan en nut van dijken en eventuele risico’s met betrekking tot waterveiligheid. Ook is er minder ruimte voor ingrijpende oplossingen en de mensen zijn mondiger, heeft Arjan gemerkt sinds hij ook hier verantwoordelijk werd voor dijkversterkingsprojecten.
Andere oplossingen in de stad
Dijkversterkingsprojecten in de stad vragen dan ook om een andere aanpak, zowel inhoudelijk als qua proces. Op de te versterken Ringdijk tegenover de Transvaalkade was bijvoorbeeld geen ruimte voor verbreding. Verhoging was ook geen reële optie vanwege de krappe ruimte met de naastgelegen woningen die al heel diep liggen. Daar is een paar jaar geleden na een pilot gekozen voor een innovatieve oplossing met een dijkvernagelingstechniek, waardoor de dijk dezelfde contour als voorheen kon houden.

Plan dijkversterking langs Flevopark leverde weerstand op
In het veelbesproken project van dijkversterking rond het Flevopark zat de andere aanpak meer in het omgevingsproces. Waar het plan aanvankelijk veel weerstand ondervond vanwege de aantasting en kap van veel bomen langs het water van het Nieuwe Diep, heeft een intensief participatietraject plaatsgevonden met maar liefst 35 partijen. Dat heeft geleid tot een ander ontwerp waarin plaats was voor meer maatwerk. Momenteel ligt het plan nog voor in een zienswijzeprocedure, waarna de uitvoering hopelijk volgend jaar kan beginnen.
‘Ik ga altijd eerst ter plekke kijken op een locatie waar wij van plan zijn wat te gaan doen’, vertelt Arjan. ‘Je moet toch een idee krijgen hoe het betreffende gebied eruitziet en door wie en hoe het dagelijks gebruikt wordt. En als ik in de voorbereiding merk dat er heel veel weerstand is, blijf ik net zo lang praten en luisteren naar mensen, zodat ze het belang van de dijkversterking inzien. Je probeert mensen zo toch meer bewust te maken van het belang van waterveiligheid op de langere termijn en wat gebeurt er als je niks zou doen.’

Wegzakkende en omvallende bomen leiden tot problemen
Terwijl we samen stukjes langs de oevers van het Nieuwe Diep lopen, wijst hij me onder meer op de problemen die wegzakkende en omvallende bomen kunnen geven in de stevigheid van de waterkering. Niet alleen het Flevopark maar ook een deel van de Indische Buurt wordt daarmee beschermd. Een alternatief waarbij de waterkering achter de bomen langs zou worden aangelegd, zou leiden tot veel meer hoogteverschillen in de paden en daarmee tot minder toegankelijkheid.
‘Ook de overlast tijdens de aanleg van zo’n dijkversterking moet je in de ontwerpkeuzes meewegen’, legt Arjan uit. ‘Helaas kan dijkversterking op deze locatie niet via het water, omdat de oever van het Nieuwe Diep daarvoor te ondiep is’.
Wanneer ik vraag of de nu gekozen oplossingen veel duurder uitpakken dan wat oorspronkelijk was begroot, blijkt dat wel mee te vallen. De proceskosten gedurende de vier jaar voorbereiding zijn wel behoorlijk hoger uitgevallen; dat is dan de prijs voor meer draagvlak.
Neutralere positie levert voordeel op
Omdat Arjan niet namens een politieke partij zitting heeft in het Dagelijks Bestuur, houdt hij naar eigen zeggen altijd een wat neutralere afstand tot de projecten die moeten worden uitgevoerd. ‘Inmiddels heb ik door ervaring natuurlijk best wat inzicht gekregen in dit vak, maar ik kan nog steeds nuchtere vragen stellen aan de deskundigen.
Zo stel ik bij de start van een project aan onze medewerkers weleens de vraag: ‘Wat moet ik echt-echt weten?’, om erachter te komen welke eventueel gevoelige kwestie kan opduiken. Moeilijke en ingewikkelde kwesties ga ik niet uit de weg; dan komt het er juist op aan om als bestuurder in gesprek te gaan.
Als ik Arjan vraag naar zijn toekomst bij het waterschap, dan lijkt hij zeker bereid om er nog wat jaartjes aan vast te plakken. Vooral de problematiek van bodemdaling vindt hij urgent. Die spelen in de veenweidegebieden buiten de stad, maar ook in de stad. Dat zie je bijvoorbeeld aan verzakkende stoepen en kades.

Meer weten over de dijkverbetering Flevopark






