De Onze Lieve Vrouwekapel aan het ’s-Gravesandeplein en de protestantse kerk ‘De Bron’ aan de Middenweg/Hugo de Vrieslaan hebben beide de vorm van een Romeinse basilica. Hoe ziet die overeenkomst eruit?
Tekst Robert van Andel | Fotograaf Henk Pauw
Kerkgebouwen vormen in de architectuur een bijzondere categorie. Ze kunnen uiterst eenvoudig en klein zijn tot schitterend, groots of ontzagwekkend en kennen een onbegrensde variatie aan bouwstijlen. In de bebouwde omgeving van dorpen en steden vormen kerkgebouwen van oudsher belangrijke herkenningspunten al of niet in combinatie met een toren. In Oud-Oost en de Watergraafsmeer verdwenen enkele kerken door brand of afbraak. In een geseculariseerde samenleving zijn kerken naast gebedshuizen ook waardevol erfgoed dat het verdient gekoesterd te worden.
Kerken zijn nu waardevol erfgoed
Niet alleen protestant
De hoek van de Middenweg met de Hugo de Vrieslaan wordt gedomineerd door een forse, vierkante, iets taps toelopende toren met hoog geplaatste uurwerkwijzers aan vier kanten. (De klok, die al heel lang de tijd foutief aangeeft, is eigendom en verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam). De stoere gemetselde toren wordt bekroond met een elegante, achtkantige klokkenstoel. De windvaan bovenop is een goudkleurige vis, het Ichthus-symbool, een vroeg christelijk teken. De eveneens uit baksteen opgetrokken kerk naast de toren dient de Watergraafmeerse gemeente van de PKN (Protestantse Kerken van Nederland) maar wordt ook gebruikt voor samenkomsten van een immigrantengemeenschap. Tegenwoordig, na interieuraanpassing aan kleinere bezoekersaantallen, draagt de kerk de naam ‘De Bron’.
Vroeg christelijk
In 1939 juist voor de Tweede Wereldoorlog, werd dit gebouw door de groeiende Watergraafmeerse hervormd protestantse gemeente in gebruik genomen onder de naam Emmakerk. De architect, ingenieur Gijsbert Friedhoff, was midden vorige eeuw een succesvol vertegenwoordiger van de traditionalistische Delftse architectuurschool. Van 1946-1958 direct na de Tweede Wereldoorlog was hij rijksbouwmeester. Hij zocht met zijn opdrachtgever inspiratie voor een nieuwe architectuur ‘door romantische bezinning op oeroude essentiële leerstellingen van het christendom’ en kwam uit op de basilicavorm van de vroeg christelijke kerkenbouw.
Absis
In de fundamenten van veel Europese oude kerken en kathedralen zijn sporen terug te vinden van de vroegste kerkbouw op door de eeuwen voor kerkbouw gebruikte plekken. In het allereerste, oudste grondplan is dan bij opgravingen vaak de basilicavorm te zien; een eenvoudig rechthoekige middenbeuk, of het schip, met aan beide lange zijden zijbeuken. Standaard was de middenbeuk afgedekt met stompzadeldak en de zijbeuken met lagere daken parallel aan de dakschilden van de middenbeuk. De lichtinval van de middenbeuk komt van hoog boven de doorgang naar de zijbeuken geplaatste vensters. De stijlvorm van deze vroegchristelijke basilica’s was zelf een kopie van standaard seculiere Romeinse openbare ruimtes zoals vergaderzalen en gerechtsgebouwen. Aan de korte kant tegenover de korte kant met de ingang plaatste men aan de middenbeuk een doorgaans halfronde uitbouw, de absis. Met de uitbouw ontstond een ereplaats voor de Romeinse rechter en bij kerken de plaats van het altaar.
Knipoog Italiaanse bouwkunst
De eenvoud van het Friedhoffs kerkontwerp van buitenaf is te zien door vanaf het kruispunt de toren en de linksgelegen koster- en predikantenwoning weg te denken. Om de kerk een echte protestantse gehoorzaal te laten zijn, is afgezien van een absis. Als gehoorzaal met oorspronkelijk 1000 stoelen diende middenbeuk en zijbeuken zoveel mogelijk één ruimte te zijn. Daarom koos men voor zo slank mogelijke zuilen, wat ook anders is dan bij een originele basilica. Die vorm van een basilica is ook na de herinrichting te zien aan de dakindeling. Friedhoffs kerkarchitectuur kreeg in 1998 de status van rijksmonument. In de combinatie van toren en basilica heeft Friedhoff volgens sommigen een knipoog gegeven naar Italiaanse bouwkunst, een Toscaanse toren naast een Romeinse basilica.

Hij ontwierp kantoorgebouwen die voor de destijds gangbare beperkte hoogte van Nederlandse steden heel fors waren, met evenwichtige kantoorgevels en herhalende monumentale elementen zoals de lange rij kolommen over verschillende etages van het HvA-gebouw. De aandacht voor de modernistische architectuur, waarvan de oorsprong ligt bij ‘het nieuwe bouwen’ heeft de bouwkunst van de Delftse school verre overvleugeld, toch verdient ook deze waardering. Een bijzonder weetje: het al vele jaren (met de blik van nu dubieuze) Van Heutzmonument aan het Olympiaplein is ook door Friedhoff ontworpen; het is ontdaan van aanstootgevende kenmerken en hernoemd tot Monument Indië-Nederland. Het symboliseert nu historische verbondenheid en waar dat passend is excuses.
Sereen en sober
Dit jaar is het 25 jaar geleden dat de Onze Lieve Vrouwekapel in gebruik genomen werd. Het gebouw is een op het ziekenhuisterrein gelegen kleinood dat niet snel vergeten wordt als je het eenmaal ontdekt hebt. Aan het ‘s-Gravesandeplein vormt de blinde zijgevel met 9 tapse steunberen een bescheiden, verzorgd, uit grove gemêleerde witte dikformaat baksteen gemetseld element. Deze muur bevindt zich tussen een aaneenschakeling van allerlei dienstentoegangen tot het ziekenhuisterrein. Zelf heeft de kapel geen ingang aan het plein en het hek naar het kapeltuintje is ook dicht. De toegangsdeuren tot de kapel staan wel vrijwel altijd open, maar zijn alleen bereikbaar vanuit een zijgang van de lichtstraat, de brede centrale as van het ziekenhuis. Het ontwerp van de kapel is gemaakt door EGM architecten, het bureau dat destijds de structuur en modernisering van het ziekenhuis vormgaf. De toegang via het ziekenhuis maakt dat de volle aandacht van bezoekers meteen op het interieur valt. Het is genieten van deze binnenkant, een zuivere basilicavorm! De eenvoudige bouwkundige vormgeving zonder versiering straalt serene, bijkans ‘protestantse soberheid’ uit. De zijbeuken en het schip zijn op klassieke wijze met elkaar verbonden door tweemaal zeven doorgangen, ieder uitgevoerd als romaanse boog, met de lichtinval via tweemaal zeven romaanse vensters daarboven. Het altaar in de absis en enkele bescheiden geplaatste iconen maken duidelijk dat het gebouw alle denominaties verwelkomt en ruimte geeft aan ieder die contemplatie of troost zoekt. Tegenover de ingang van de kapel zijn de medewerkers van de dienst geestelijke verzorging OLVG gehuisvest.


