Na ruim achttien jaar en meer dan tweeduizend verhalen zet Frits Slicht een punt achter zijn werk voor het Geheugen van Oost. Als chroniqueur verdiepte hij zich vooral in het Joodse verleden van de Transvaalbuurt.
Redactie
Wat in 2008 begon met het vastleggen van herinneringen van buurtbewoners, groeide uit tot een omvangrijke verzameling verhalen over mensen, straten en gebeurtenissen die anders gemakkelijk uit het collectieve geheugen hadden kunnen verdwijnen.
Slicht begon in 2008 met het verzamelen van verhalen voor het Geheugen van Oost. Zijn oorspronkelijke plan was betrekkelijk eenvoudig. Er leefden toen nog mensen die de Transvaalbuurt van vóór de Tweede Wereldoorlog zelf hadden meegemaakt. Hij wilde hun herinneringen optekenen zolang dat nog mogelijk was.
Daarmee koos hij voor een buurt met een aangrijpende geschiedenis. Voor de oorlog woonde in de Transvaalbuurt een grote Joodse gemeenschap. Het dagelijks leven speelde zich af rond winkels, scholen, verenigingen en synagogen. Tijdens de Duitse bezetting werd dat leven vrijwel volledig weggevaagd. Veel Joodse bewoners werden uit hun huizen gehaald, gedeporteerd en vermoord.
Van herinneringen naar archiefonderzoek
Al snel bleek dat achter ieder persoonlijk verhaal weer nieuwe verhalen schuilgingen. Om herinneringen aan te vullen en feiten te controleren, dook Slicht steeds vaker de archieven in. Hij raadpleegde oude kranten, politiedossiers en andere historische bronnen. Zo kon hij individuele levens verbinden met de bredere geschiedenis van de buurt.
In de loop van de jaren veranderde ook zijn werkwijze. Aanvankelijk stonden gesprekken met mensen die het vooroorlogse leven zelf hadden gekend centraal. Naarmate die generatie kleiner werd, ging Slicht steeds vaker levens reconstrueren aan de hand van archiefmateriaal. Namen en adressen uit oude documenten werden het vertrekpunt voor nieuwe verhalen.
Op die manier ontstond een omvangrijk digitaal archief waarin de grote geschiedenis zichtbaar wordt aan de hand van individuele levens. Niet alleen bekende gebeurtenissen kregen aandacht, maar juist ook de ervaringen van gewone buurtbewoners: mensen die in een bepaalde straat woonden, een winkel dreven, naar school gingen of deel uitmaakten van het sociale leven in de wijk.
Meer dan tweeduizend verhalen
Inmiddels heeft Slicht meer dan tweeduizend bijdragen geschreven. Daarmee is hij een van de meest productieve, zo niet de productiefste schrijver van het Geheugen van Oost. Kenmerkend voor zijn werk is de combinatie van persoonlijke geschiedenissen en nauwgezet bronnenonderzoek. De verhalen zijn daardoor niet alleen herinneringen aan het verleden, maar vormen samen ook een documentatie van een verdwenen wereld.
Na al die jaren onderzoek heeft Slicht besloten te stoppen. Daarmee komt een einde aan een uitzonderlijk lange reeks bijdragen, maar zijn werk blijft beschikbaar als bron voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van Amsterdam-Oost en in het bijzonder de Transvaalbuurt.
Het afscheid zal niet ongemerkt voorbijgaan. Het Geheugen van Oost wil Frits Slicht in het zonnetje zetten en werkt aan een bijeenkomst rond zijn afscheid.



