Woensdag 21 oktober is bij het graf van fotograaf en filmer Arno Nollen (1964 – 2022) op de Nieuwe Ooster een bord aangebracht met een mooie biografische tekst en foto. Met deze geste honoreert De Nieuwe Ooster ook de wens van de familie om de herinnering aan hun zoon, broer en kunstenaar levend te houden. Op 21 oktober zou Arno Nollen 62 jaar zijn geworden.

Tekst en foto’s Hella de Groot

Het verdriet om Arno’s – zelfgekozen – dood zit diep bij zijn moeder, Gerda Leushuis (89), maar is iets minder rauw dan vier jaar geleden. Eerder zou ze niet klaar zijn geweest om een gelegenheid als deze bij te wonen, vertelt ze, zittend op haar rollator niet ver van het graf van haar zoon.

Een bleek herfstzonnetje strijkt over Arno’s grafsteen, die overigens van cortenstaal is gemaakt (de letters van zijn naam zijn ontworpen door grafisch  kunstenaar en goede vriendin Francesca Patella). Henk Meilink, vrijwilliger bij de Werkgroep Stenen Archief heeft het tekstbord over Arno alvast vlakbij het graf gezet, terwijl Gerda de genodigden een versnapering aanbiedt. Het was toch Arno’s verjaardag. De Nieuwe Ooster heeft iets met goede fotografen, memoreert Henk: Jacob Olie werd hier ooit begraven (graf is geruimd), ook gerenommeerde fotografen als Cas Oorthuys en Ronald Sweering vonden hier hun uiteindelijke bestemming.

Fotografie en niets anders

Arno Nollen was fotograaf en filmer van mensen, met name vrouwen, jonge vrouwen, van tijdloze eenzaamheid. Met zijn sobere – sommigen zullen zeggen: sombere – portretten vestigde hij zijn reputatie in de kunstwereld, met exposities in onder andere het Kunstmuseum, Den Haag (nu Fotomuseum), de Kunsthal in Rotterdam en musea in Parijs, Minneapolis, Tokio en Istanbul. Zijn werk bevindt zich in diverse particuliere en museale collecties, zoals het Frans Hals Museum, het Fries Museum en het Kunstmuseum in Den Haag.

‘En dat voor een jongen die ooit bakker wilde worden!’, roept zijn moeder met een glimlach. Ze haalt een foto tevoorschijn van een glimlachende, knappe Arno. Een lieve man,’ zegt ze. Arno was ook een beetje verlegen, voegt ze eraan toe, en nogal solitair.

Fotograferen deed Arno altijd al graag met een camera die hij van zijn vader had gekregen, maar hij was onzeker over zijn slagingskansen om aangenomen te worden bij een kunstacademie. Op aanraden van zijn zus Renate, die zelf op de Rietveld Academie zat, meldde hij zich er toch aan. ‘De aanmeldingscommissie wilde hem afwijzen’, aldus Gerda, ‘maar één van de commissieleden, fotograaf Koos Breukel, zei: ‘Als we hém niet aannemen, dan hoeven we nooit meer iemand aan te nemen.’ En wat denk je? Arno mocht meteen naar het tweede jaar!’, roept ze trots. Het oriëntatiejaar van de Rietveld was niet nodig: Arno Nollen wist dat hij fotograaf wilde worden en niets anders.

Henk stelt voor om het bord met tekst en een kleine foto van een glimlachende Arno te plaatsen, rechts voor het graf. Gerda is blij dat bezoekers van het graf en wandelaars door De Nieuwe Ooster kunnen lezen wie Arno was. Ze had een goede band met hem, maar, voegt ze eraan toe: ‘Hoe goed ken je iemand van wie je houdt? Er is zoveel wat je niet weet als familie, en wat er allemaal is misgegaan.’

Het werk van Arno Nollen was in trek bij verzamelaars en musea, maar de bestaanszekerheid van een autonome, compromisloze, niet-commerciële kunstenaar als Arno Nollen was allerminst gegarandeerd. De rust die hij in zijn laatste jaren ontbeerde, is gevonden in dit graf met gedenkbord. En de ruis die hem in zijn leven omgaf, is alleen nog te horen als de wind de bladeren van de bomen rond het graf in beweging zet.

Vorig artikelJong talent tot ervaren uitvinders vinden elkaar in Nemo Science Museum
Volgend artikelWie mag sporen achterlaten? Kunstenaar Narges Mohammadi in de Bagagehal