Tegen het eind van de zomer verscheen Altijd te paard, de biografie die Iris Pronk schreef over Renate Dorrestein. Al decennia woont Maarten de Boer, architect, galeriehouder, uitgever en weduwnaar van de schrijfster aan de Weesperzijde. Tijd voor een gesprek.
Anne-Mariken Raukema | Foto’s Archief Stichting Renate Dorrestein
De zon staat boven het bakstenen complex aan de oever van de Amstel, waar Maarten de Boer (1952) woont en werkt. Hij was ruim twintig jaar de geliefde van de bekende en succesvolle schrijver Renate Dorrestein (1954-2018). In 2017 trouwden ze, en altijd bleven ze apart wonen: zij in Aerdenhout, hij in Amsterdam.
Als slotstuk van een indrukwekkend oeuvre, voornamelijk bestaande uit romans, schreef Dorrestein Dagelijks werk. Daarin presenteerde ze de praktijk van haar schrijversleven aan de hand van eerder geschreven teksten. Autobiografisch zeker, maar er was genoeg over voor journalist Iris Pronk om te ontdekken. Iets waar Dorrestein zelf niet op zat te wachten: op haar sterfbed vroeg ze aan haar geliefde en familie om erop toe te zien dat er geen biograaf met haar leven aan de slag zou gaan.
En toch is Altijd te paard er nu; nota bene op verzoek van weduwnaar De Boer.
Wie in godsnaam
‘Ik denk dat het deels bescheidenheid van Renate was’, zegt De Boer. ‘En ze wist, denk ik, ook niet goed wie zo’n biografie dan zou moeten schrijven.’
Toch voelt het voor hem niet als het breken van een belofte, zegt hij. ‘Ik wist wel dat het niet direct na haar overlijden zou moeten gebeuren. Er moest eerst tijd overheen gaan.’
Nu de biografie er is, zeven jaar na haar overlijden, is De Boer blij dat het er is: ‘Naast het belang van haar schrijverschap, is alles wat Renate heeft gedaan de moeite van een biografie meer dan waard. De aandacht voor de ziekte ME, de Anna Bijns prijs, de ondersteuning van debuterende schrijvers – dat mag allemaal niet onopgemerkt blijven. Renate heeft nooit een grote literaire prijs gekregen, maar met dit boek nu wel een monument. En terecht, vind ik.’
‘Ik ben heel blij dat het boek er nu is: het is een monument voor haar leven. En een nieuwe generatie feministen kan er nog veel van leren.’
Alle boeken netjes onder dak
Nog tijdens haar leven bracht Renate Dorrestein alle titels, die eerder bij uitgeverij Contact waren verschenen, bij Querido onder, als backlist. De Boer bemoeide zich graag met dit soort zakelijke gebeurtenissen van zijn vrouw – samen kwamen ze altijd tot goede ideeën.
‘Uitgever Annette Portegies wilde graag voor de Querido Academie Het geheim van de schrijver opnieuw uitgeven. Toen hebben we gezegd: “Oké, maar neem dan alle titels over.”’
De Boer had al eerder een boek uitgegeven met de tekeningen van Leo Vroman, als onderdeel van een tentoonstelling in zijn eigen galerie. Daartoe had hij uitgeverij Weesperzijde opgericht. ‘Ik had dus een eigen ISBN-nummer, aansluiting bij het Centraal Boekhuis, de hele mikmak.’ Tot op heden geeft Querido nog steeds haar backlist uit.
De biografie
Hoe vind je de beste schrijver voor een biografie over een van de bekendste schrijvers van Nederland? Voor De Boer was de keuze voor journalist Pronk een vanzelfsprekende.
‘In 2021 benaderde Iris Pronk me, ze had voor Trouw Renate al zo’n tien keer geïnterviewd en ze was ook bij de uitvaart aanwezig. Ze kenden elkaar goed. Iris maakte op dat moment een zomerserie voor de krant over de bron van een roman. In dit geval van Reddende engel. De bron van dat verhaal is een plek in Zuid-Limburg waar vijf wegen bij elkaar komen en waar een Mariabeeld staat.’
‘Ik kon Pronk makkelijk vertellen waar dat was, Renate en ik waren er immers samen geweest op een van onze vele reizen. Iris is erheen geweest en heeft daar vervolgens een prachtig stuk over geschreven.’
Daarmee leek de kiem voor de biografie gelegd. ‘Renate had het haar zeker ook toevertrouwd, dus ik vroeg Iris, die nog niet eerder een biografie had geschreven, het boek te maken. Als uitgever van haar backlist wilde Querido ook graag de biografie uitgeven.’
Volgens De Boer is de verschijning van de biografie, nu zeven jaar na haar overlijden, een goed moment. ‘Ik hoop dat zowel de nieuwe generatie Dolle Mina’s als haar trouwe lezers er weer worden geïnspireerd.’
Stichting
Om het gedachtegoed van Renate Dorrestein levend te houden, het lezen van haar literaire oeuvre te bevorderen en om debuterende schrijvers te ondersteunen, is de stichting Renate Dorrestein opgericht. Met in het bestuur Noor Spanjer (Maarten de Boers dochter), Elisabeth Rasker (dochter van Renate’s beste vriendin), Fransje van der Waals (huisarts) en Maarten de Boer zelf, als penningmeester.
‘Toen Renate erg achteruit ging hebben we ook besproken dat ik haar huis in Aerdenhout zou verkopen. Ik zou dan bij mij op de Weesperzijde een mooie kamer maken in haar naam, waar al haar boeken in staan.
‘Nee’, zei ze toen ik dat voorstelde, ‘ik wil geen kamer, maar een suite.’ En die is er nu – weliswaar nog niet helemaal af, maar haar boeken, bureau, bank, tafel en stoelen staan nu aan de Weesperzijde in de Renate-suite.’
Marli Huijer was de eerste gastschrijver die er gebruik van heeft gemaakt, vertelt De Boer. ‘En ook Iris Pronk heeft daar veel tijd doorgebracht tijdens het schrijven van de biografie. Uiteindelijk moet het resulteren in een heel ‘Renate Dorrestein Huis’, maar zoals je ziet is het huis nog niet helemaal af. Eerst nog een nieuwe fundering.’
Geen lezer, toch favoriet
‘Toen we elkaar in de zomer van 1990 ontmoetten op Terschelling, had ik nog nooit van Renate gehoord, laat staan iets gelezen’, vertelt De Boer over hun eerste ontmoeting. ‘Ik ben geen echte romanlezer. Maar in al die jaren samen, ben ik vaak mee geweest naar haar optredens in binnen- en buitenland, waardoor ik de meeste romans van voor tot achter ken. Ook dacht ik vaak mee over de titels en hoe je boekpresentaties spannender zou kunnen maken.’
Eén van de meest hilarische passages in de biografie is de beschrijving van de presentatie Het duister dat ons scheidt (2003) waarvoor honderd studenten waren ingehuurd die twee uur lang op het Spui geboeid in het boek zaten te lezen, terwijl ze allemaal snoepten uit doosjes aardbeien. amr
‘Ik vond Renate meteen een interessante vrouw, waarmee je een pittig gesprek kon voeren. Maar ik viel ook voor haar humor.’
De Boer zegt nooit last te hebben gehad van het feit dat Dorrestein scherp en soms badinerend schreef over mannen. ‘Dat deed ze ook over vrouwen! En vergeet de mannen niet met wie ze jarenlange erg goede vriendschappen onderhield. We waren wel aan elkaar gewaagd, ze hield van zelfstandige mannen.’
‘Scherp met de pen was ze zeker, maar privé was ze ook erg zorgzaam. Zo bezocht ze elke week haar moeder toen zij in een tehuis in Den Haag was opgenomen. En met kinderen kon ze ook goed overweg; ze nam hen serieus en kinderen voelden dat haarfijn aan.’
Het was nooit saai met haar, vertelt De Boer: ‘Het was elke keer weer spannend als we elkaar zagen. Er was altijd wel wat te beleven, en tegelijk was ze heel stabiel. Onze vrienden mochten elkaar, dat was ook fijn. Renate had een originele geest, niks was te gek.’
Nog wat nieuws opgestoken?
Ik ben benieuwd of De Boer na het lezen van de biografie nog iets nieuws heeft ontdekt. Ze ontmoetten elkaar immers toen zij 36 was en hij 38. ‘We zijn geen van tweeën echte familiemensen, dus veel van haar jeugd in Amstelveen heb ik niet meegekregen. Wel natuurlijk de zelfdoding van haar zusje Annemarie, daar hebben we het vaak over gehad. Maar veel details uit haar jonge jaren die Iris naar boven heeft gehaald, waren wel nieuw voor me.’
Haar geestelijke binnenwereld noemde Dorrestein haar ‘innerlijke druisteengrot’, een term die Pronk ook meermaals aanhaalt. De Boer vindt het een wat zwaar begrip. ‘Het hangt wel samen met haar voorkeur voor ‘gothic’, voor Schotse eilanden. Horror en humor wist ze op een eigen manier te verbinden. Kurt Vonnegut (de auteur van onder andere Slaughterhouse five, amr) was haar grote voorbeeld. Renate was in staat om heel zware onderwerpen toch te beschrijven alsof het bij het leven van alledag hoorde.’
Ontvangst
Altijd te paard is door de literaire kritiek goed ontvangen. Iets wat Dorrestein bij haar vele romans niet altijd ten deel viel. Ze paste niet in de smaak van veel literaire critici destijds, ze was geliefd bij een grote schare, vooral vrouwelijke, lezers.
‘Nu, in de derde feministische golf, kan een nieuwe generatie hopelijk veel leren uit dit boek’, zegt De Boer. ‘Bijvoorbeeld door gewoon te dóen, je eigen pad te kiezen, en dat te volgen. In een tijd met nogal wat ‘trad wives’ kan dat geen kwaad. Het is in die zin tijdloos, het boek kan een vierde of vijfde golf ook nog makkelijk aan.’
Check www.renatedorrestein.nl






