HβART Museum toont een overzicht van het werk van Jan Dibbets, getiteld Toward Another Photography. De tentoonstelling laat veel van de werken uit de periode 1966-1976 zien. Helaas maar gedurende korte tijd. Daarom het advies: plan alvast een bezoek. De tentoonstelling is zeker de moeite waard!
Anne-Mariken Raukema
Het is vrij bijzonder dat een fonds, in dit geval het Gieskes-Strijbis Fonds, niet alleen een expositie financieel mede mogelijk maakt, maar ook mede-initiatiefnemer is. Desgevraagd licht Annabelle Birnie, directeur van het HβART Museum toe: βHet Gieskes-Strijbis Fonds wil graag Nederlandse beeldend kunstenaars, die in het buitenland bijna bekender zijn dan binnen de landsgrenzen, meer voor het voetlicht brengen. Jan Dibbets is de eerste in hopelijk een lange rij.β
Het is voor het eerst in ruim vijftig jaar dat er een grote Dibbets-tentoonstelling in Nederland is. In 1972-1973 had het Stedelijk Museum als laatste deze eer. Daarna waren er wel tentoonstellingen in galeries in New York, DΓΌsseldorf, Londen, Turijn, Parijs, Houston, Edinburgh en andere steden in Europa en in de Verenigde Staten. MoMa in New York had in 2009 nog een overzichtstentoonstelling, Nederland bleef achter. Toward Another Photography zet Jan Dibbets in Nederlands perspectief, gekaderd in zijn internationale betekenis in de rest van de wereld. Zijn werk is opgenomen in de collecties van onder meer Tate Modern, MoMa en Centre Pompidou.

Perspectief
Ergens in de 15e eeuw werd in ItaliΓ« het perspectief op doek ontdekt. Niet eerder was men in staat om goed diepte in tekeningen en schilderijen weer te geven. Zes eeuwen later maakte Jan Dibbets (Weert, 1941) daar een correctie op. Het ging hem niet zo zeer om het resultaat, maar om het proces, het hoe. Tot 1967 schilderde en tekende de jonge Dibbets. Hij fotografeerde zijn eigen werk wel. Daarna zou hij zich louter toeleggen op fotografie, eerst vooral zwart-wit, later ook kleur. En altijd dat perspectief, altijd weer die horizon. Daarmee zette hij zich in een oude Hollandse schilderkunsttraditie, wat in die tijd, midden jaren 60, verre van gebruikelijk was.
Serendipiteit
De periode 1966-1976 is zeker niet willekeurig gekozen. Dibbets eerste solo-expositie was in Galerie Riekje Swart in Amsterdam, in 1966. Toeval, of serendipiteit, speelde een grote rol in zijn leven en zou hem tot sleutelfiguur maken van de toenmalige kunststromingen. Immers, Arte Povre, Land Art en Conceptual Art waren aan beide kanten van de Atlantische Oceaan in opkomst en Dibbets rolde daar eigenlijk steeds in en tussen.
In 1967 verbleef Jan Dibbets enige tijd op de Sint Martins School in Engeland, waar hij Gilbert en George ontmoette en ook Richard Long.
De tijd mee
In diezelfde tijd gaf een tweetal mannen Dibbets een lift, zonder te weten wie de jonge man aan de kant van de weg was. Na uren stilte kwam een gesprek op gang, ze bleken zijn werk bij Riekje Swart te hebben gezien en waren niemand minder dan Paul Maenx en Peter Roehr, twee bekende Duitse galeriehouders. Hij logeerde een paar dagen bij hen en werd geΓ―ntroduceerd bij anderen, waaronder Konrad Fischler in DΓΌsseldorf. Dibbets had duidelijk de tijd mee: zowel curatoren als kunstcritici waren zeer geΓ―nteresseerd en positief. Uitnodigen voor tentoonstellingen in ItaliΓ« β hij was bij wijze van spreken bij de geboorte van de Arte Povra β en de Verenigde Staten volgden.
Met name de maanden tussen de zomer van 1968 en maart 1969 waren heel belangrijk β het leven van Jan Dibbets β 27, 28 jaar nog maar β kwam in een stroomversnelling terecht. De spraakmakende groepstentoonstelling Op losse schroeven in het Stedelijk Museum in 1969 bracht de drie nieuwe kunststromingen en hun exponenten bijeen voor een groter publiek. Een jaar later verscheen Dibbetsβ enige kunstenaarsboek: Robin Redbreastβs Territory / Sculpture. De toevallige bewegingen van een roodborstje was het uitgangspunt van zijn werk. Hij bevraagt de neiging binnen de conceptuele kunst om ideeΓ«n in een pseudowetenschappelijke context te plaatsen. Hij drijft er eerder de spot mee, dan dat hij zich ermee inlaat. Zijn idee was dat elke foto de kloof toont tussen wat we zien en hoe dat wordt vastgelegd.
Volgens Dibbets is fotografie niet altijd objectief. Dat leren de verschillende fotocollages van landschappen vanuit verschillende standpunten. En de videoβs, soms vertoond op een oude tv (een vuur) en soms op vier, grasveld met personage. Waar kijk je eigenlijk naar? Toonbeeld van conceptuele kunst, de bandrecorder met daarop de stem van Jan Dibbets, wel te zien, niet te horen, staat er ook.
Vier vrienden
Jean Leering, destijds directeur van het spraakmakende Van Abbe museum in Eindhoven, nodigde hem uit te komen exposeren, wat in 1971 gebeurde. De brief van Leering aan Dibbets is in een van de vitrines te zien.
In diezelfde periode β Dibbets had intussen een atelier gevonden, bij toeval naast dat van Ger van Elk –Β maakte Reinier Lucassen een schilderij getiteld Vier trouwe vrienden. Ze staan gebroederlijk naast elkaar : Lucassen, Van Elk en Dibbets en rechts de Muze. Van langdurige trouw was weinig sprake – niet veel later zou de vriendschap eindigen.
TV De Balie
Interessant is het gesprek in De Balie tussen Joeri Albrecht en Jan Dibbets. Dankzij een opname is het gesprek nog altijd te zien. De belangrijke periode in 1968-69 komt ter sprake en het idee van toeval. Of niet. De kijker verneemt meteen dat de grote Dibbets als jongeman, hij was niet veel ouder dan de leerlingen, om geld te verdienen een blauwe maandag tekenleraar op een kweekschool voor kleuterleidsters in Antwerpen is geweest. En passant vallen de namen van Bruce Nauman en Panamarenko.
Grote zaal
De grote zaal oogt als een kunstwerk op zich. Er hangt veel, vol bijna. Toch maakt de zaal een serene, bijna lege indruk. Nadrukkelijk heeft Dibbets zich bemoeid met de inrichting ervan en dat is te zien. Nergens tekstborden, geen toelichting bij een werk, geen jaartal, geen titel. Bij de entree hangt een miniem overzicht. De werken spreken.
Nergens, ook niet in de begeleidende catalogus, komt de kijker te weten welk werk waar vandaan komt, uit welk museum of particulier. De laatsten wensen anoniem te blijven. De werken komen uit te verwachten musea: Van Abbe, Bonnefanten, Krâller-Müller, Kunstmuseum, Stedelijk en de mij niet bekende BMS Collectie. De catalogus is prachtig uitgevoerd, informatief, alleen jammer dat deze alleen Engelstalig is. Dat zal voor een enkeling een barrière zijn, maar Dibbets werk spreekt zelf. Ga kijken en wacht niet te lang.
Jan Dibbets 1966-1976 Toward Another Photography.Β Te zien tot en met 5 april in HβART Museum, Amstel 51





