Boek van Week 38
Brievenpost, onlangs verschenen bij uitgeverij Cossee, is een selectie van korte teksten die de Poolse, in 1996 met de Nobelprijs bekroonde dichteres Wisława Szymborska schreef voor het culturele weekblad Życie Literackie (‘Literair leven’), waar ze redacteur van was. Het zijn, in de vorm, openbaar gemaakte antwoorden van de redactie aan allerlei auteurs die, hongerig en gretig om in de pagina’s van Literair Leven te worden opgenomen, allerhande kopij hebben ingezonden.
De weg naar de top van de Poolse Parnassus is duidelijk met hindernissen bezaaid, ook al aan de voet. Szymborska staat daar namelijk, en ze duldt geen pretenties, geen slordigheid, geen halfslachtig plagiaat. Ze spaart de roede niet in het becommentariëren van de ingezonden teksten. En dat doet ze telkens bondig, spits en snerend, gewapend met een eruditie die ze met de nodige zwier inzet.
Zo schrijft ze aan een zekere ‘Leon en Tymoteusz’, na hun novelle eerst een paar complimenten te hebben verschaft: ‘Alleen is niet duidelijk hoe de helden eigenlijk aan hun geld komen. We vragen dit niet omdat we een leven willen leiden als het hunne, want dat is verschrikkelijk saai en brengt de verplichting met zich mee zeer onverstandige gesprekken te voeren, zoals blijkt uit de novelle. We vragen dit omdat dit in realistisch proza belangrijke informatie is. Balzac heeft deze complicatie ingevoerd, en zo is het gebleven’.
Aan een zekere Marek T., uit Zakopane, die vermoedelijk poëzie instuurde, antwoordt ze: ‘Je hebt een verkeerd beeld van dichters. Sinds mensenheugenis is er geen dichter geweest die de syllabes op zijn vingers telde. Een dichter wordt geboren met een gehoor. Hij moet toch ergens mee geboren worden?’
De ondertitel die de Nederlandstalige editie meekreeg – ‘Hoe word je (geen) schrijver?’ – is enigszins misleidend, in de zin dat Szymborska geen algemene adviezen of poëticale stellingnames tegen deze of gene stroming aan het schrijven is. Het zijn eerder momentane reacties, stilistisch op de spits gedreven; ze leunen eerder tegen de boutade (‘Probeert u eens verliefd te worden in proza’) en het aforisme (‘Een verhaal kan het desnoods zonder begin of einde stellen, maar een midden lijkt ons onontbeerlijk’) aan, dan tegen het welgemeende advies.
Wat men daardoor te lezen krijgt, is eigenlijk een portret van de literaire cultuur rond Życie Literackie, ex negativo gefilterd door de scherpe redactionele blik en vooral de eigenzinnige humor van Szymborska. Ze is geen schrijfcoach, ze is een onweerstaanbare wijsneus, en dat weet ze zelf ook, getuige de commentaren op de inzending van een zekere ‘Lucr.’ uit Rome (‘Wat, filosoferen in dichtvorm? De heilige essentie van de poëzie onteren met redeneringen? De critici zullen dit niet gedogen’) of wanneer ze een zekere ‘W.S.’ uit London het advies geeft zich voor zijn ingezonden tragedie beter in te lezen in het feodale Denemarken en dat geestengedoe achterwege te laten.
Zie dit dus niet als een handboek, maar ook als een komische ode aan de ijdelheden en de vernederingen van het auteurschap, die men eigenlijk alleen met de lach gezond tegemoet kan treden. Zoals Szymborska schrijft: ‘Uiteindelijk is dit geen rubriek voor Nobelprijswinnaars, maar voor hen die zich pas over enige tijd een rokkostuum voor Stockholm zullen laten aanmeten’. Over enige tijd, of nooit. Waar u ook bent op uw Parnassustocht, Szymborska is een strenge, rechtvaardige compagnon de route.
_____
Brievenpost is geschreven door Wisława Szymborska
Vertaald door Karol Lesman
Verschenen bij uitgeverij Cossee
Benjamin de Roover is boekverkoper bij Linnaeus Boekhandel, Middenweg 20





