Home BoekvandeWeek Boek van de Week | ‘Kind van was’ van Olga Ravm

Boek van de Week | ‘Kind van was’ van Olga Ravm

0

Boek van Week 2

In de koude voorjaar van 1621 vindt in Aalborg, Denemarken het proces plaats van Christenze, Maren, Dorte en Apelone. Ze worden beschuldigd van tovenarij. In het voorwoord van Bregje Hofstede leer ik dat het woord tover afkomstig is van het Germaanse tawas of tawora, wat ‘spreken met kracht’ of ‘iets uitspreken wat werkelijk wordt’ betekent. Dat Olga Ravnin het recent verschenen Kind van was het lot van deze vrouwen met haar wonderlijke taal terug tot leven schrijft, is dus eigenlijk precies dat: tovenarij.

Vanuit het perspectief van een wassen beeld van een kind lezen we over Christenze. Christenze maakte het wassen kind zelf. Ze gebruikte menselijke nagels en haren, droeg het kind veertig weken bij zich, en liet het nadien in het geheim dopen. Het wassen kind spreekt vanuit een ik, en neemt in dit boek een soort alwetende rol in. Het kind zit in de douw op het gras en in het speeksel van de koning die over het lot van de vrouwen gaat. Het kind hoort en het ziet alles. En al heeft het kind een mond die niet opengaat, toch spreekt het onophoudelijk tegen ons.

Het verhaal, de vorm en de taal smelt in Kind van was samen tot een bezwerend geheel. Dat zit in de herhaling van sommige zinnen, de vervreemdende en beweeglijke vertelinstantie en het vlechtwerk tussen het verhaal van Christenze en fragmenten over spreuken en magische gebruiken. Het is daarmee ook een boek waaraan je je moet overgeven, een boek dat haar paden niet zo duidelijk voor je uitstippelt. Het wordt eigenlijk pas een geheel als je het leest, zoals een spreuk pas in werking wordt gezet als je haar uitspreekt. Het is tovenarij op zijn mooist.

_____

Kind van was is geschreven door Olga Ravm
Vertaald door Michal van Zalm
Met een inleiding van Bregje Hofstede
Verschenen bij Das Mag uitgeverij