Boek van Week 23
De uitvinding van de atoombom, de Birmaspoorweg, het eiland Tasmanië en haar (oorspronkelijke) inwoners, het natuurgeweld van een rivier: in Vraag 7 smelt de Tasmaanse auteur Richard Flanagan deze onderwerpen samen in een intieme roman. Eigenlijk is Vraag 7 misschien het best als een voorbeeldig essay te lezen, dat de structuur en elementen van een verhaal nabootst, om een gewichtig onderzoek te doen naar de vragen die hem al zijn leven lang achtervolgen.
Richard Flanagan (1961) groeit op in een arm gezin op een van de ruige uithoeken van Tasmanië. Flanagan is de eerste in zijn gezin van arbeiders die mag gaan studeren en ontvangt daarvoor een beurs voor Oxford. Flanagans vader wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangengenomen door Japanners en werkt gedwongen mee aan de aanleg van de Birma-Siamspoorweg. Ternauwernood ontsnapt hij aan de dood – het moment dat Amerikaanse piloot Paul Tibbets op 6 augustus 1945 een atoombom boven Hiroshima wierp, is hierbij allesbepalend geweest. Nog voordat Flanagans vader bevrijd wordt uit zijn krijgsgevangenschap, voordat honderdduizenden Japanse mensen in een moment vermoord zijn, nog voordat Tibbets de uraniumbom loslaat, tekent Flanagan de affaire op tussen schrijvers H.G. Wells en Rebecca West. Gevolg hiervan is dat West een verhaal schrijft over een allesvernietigend wapen, dat vervolgens Leó Szilárd inspireert om mee te werken aan de ontwikkeling van nucleaire bommen.
Deze aaneenschakeling van gebeurtenissen uit de ‘grote’ geschiedenis raken tot de kern, of beter, de vraag, van Flanagans zijn. Had hij er moeten zijn, had zijn vader moeten leven? Deze vragen, die Flanagan verbindt met de zevende vraag uit een verhaal van Tsjechov, zijn reflexief en worden telkens met een andere vraag beantwoord. Voorbij alleen Flanagan zelf tekent hij dezelfde kettingreactie op voor de familie Flanagan, die deel zijn van het grotere verhaal van Tasmanië en de genocide van de inheemse bevolking van het eiland.
Bewonderenswaardig is dat Flanagans ‘Socratische methode’ niet in het oneindige door lijkt te gaan, en zijn bevragingen daarmee nihilistisch overkomen, maar dat hij wel degelijk lijnen trekt, antwoorden geeft, ideeën waarmaakt en ontkracht. Het is niet verrassend dat Flanagan hiermee de grootste Britse non-fictieprijs (Baillie Gifford Prize) heeft gewonnen.
_____
Vraag 7 is geschreven door Richard Flanagan
Vertaald door Thijs van Nimwegen
Verschenen bij uitgeverij Koppernik
Margot Baar is boekverkoper bij Java Bookshop, Javastraat 145




