[Column Jim Jansen]
‘Kan je er eigenlijk niet over schrijven,’ vroeg ik bijna retorisch aan de hoofdredacteur van deze krant, toen ik hem eind juli toevallig in mijn koffietentje tegenkwam. We keuvelden over het weer in de Watergraafsmeer, de alom aanwezige regenboogvlaggen op de Middenweg en de rust die als een zijden laken over de stad was neergedaald. Een serene stemming op een zondagmiddag.
Om – zoals het heel vaak gaat de laatste maanden – het gesprek te vervolgen over de onmenselijke situatie in Gaza die met de dag erbarmelijker wordt. Dwars is het periodiek voor Amsterdam-Oost, maar het is niet meer mogelijk om niet over de oorlog 3400 kilometer verderop te praten. Het dodental staat inmiddels op 53.000. Kinderen komen om van de honger, gezinnen worden verjaagd, en wat doet de Nederlandse regering? Helemaal niets. Met grote moeite en bij veel partijen met zichtbare tegenzin, werd in augustus het reces onderbroken. Het resultaat sloot naadloos aan bij alle voorgaande prestaties van dit demissionaire kabinet onder leiding van Dick Schoof. We gaan helemaal niets doen, was de tendens en laten de Palestijnen aan hun lot over en ten onder gaan.
Daarom deed het me deugd dat de Gemeente Amsterdam, los van wat er in Den Haag gebeurt, zelf actie wil ondernemen. Door bijvoorbeeld gewonde mensen uit Palestina op te vangen en vanuit de stad voedsel en medicijnen te sturen. En natuurlijk kan je zelf ook wat doen. Stuur een mail naar Benjamin Netanyahu. Maak geld over naar Unicef of een ander goed doel dat opkomt voor het lot van de slachtoffers. Of doe mee aan één van de sit-ins die wekelijks op talloze stations worden georganiseerd.
De koffie was op en ik vervolgde mijn weg naar de supermarkt op de Linnaeusstraat. Op de brug over de Ringvaart stond een groepje mensen met Palestijnse vlaggen te zwaaien. Dat doen ze al maanden. Een op het eerste gezicht klein gebaar met een grote betekenis.
Reageren? [email protected]





