‘Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener?’ Dat was de centrale vraag die de 130 deelnemers van het Burgerberaad Groene Stad meekregen van de gemeente. Het leidde tot zestien ‘groene’ adviezen. De gemeenteraad stemde in grote lijnen in met de adviezen en de reactie van het college daarop. Een monitorgroep volgt nu de uitvoering.
Tekst Arie van Tol | Fotografie Frank Schoevaart
Vormen van burger(be)raden zijn de laatste jaren zowel landelijk als lokaal meer in zwang geraakt. Het wordt gezien als een kansrijke manier om bewoners te betrekken bij belangrijke maatschappelijke onderwerpen. In meer politieke bewoordingen: de participatie van burgers krijgt er een nieuwe impuls door, de kloof politiek – burgers kan er door worden verkleind.
Groene Stad
In Amsterdam worden drie lopende initiatieven geschaard onder de burgerberaden. In Buurtberaad Warm Huis hebben 80 bewoners in een drietal buurten in Amsterdam-Zuid adviezen over de warmtetransitie aan de lokale bestuurders voorgelegd. In het stedelijke Burgerberaad Schone Stad stond de vraag ‘Hoe houden we de stad beter schoon?’ centraal. De derde is het Burgerberaad Groene Stad. Aan die laatste ligt een referendum in juni 2024 ten grondslag. Er kon toen door Amsterdammers gestemd worden over aanpassingen in de Hoofdgroenstructuur. B&W beloofde meer bescherming van groen, maar de tegenstemmende meerderheid vertrouwde de politiek niet: er stonden ietwat te veel uitzonderingsbepalingen in de negentig pagina’s tellende tekst met aanpassingen.
Ingestemd
Op zaterdag 31 mei 2025 ging het Burgerberaad Groene Stad van start. De gemeente had middels lotingen gestreefd naar een zo representatief mogelijke deelnemersgroep. Zes bijeenkomsten onder vakkundige leiding en met veel inbreng van lokale deskundigen op het gebied van groen, en excursies naar relevante groenprojecten, leidden uiteindelijk in 2025 tot zestien ruim toegelichte adviezen aan de gemeente. B&W kwam met een uitgebreide reactie, waarbij met alle adviezen, soms deels, werd ingestemd, dan wel in de vorm van uitvoering, dan wel in de vorm van nader te onderzoeken. Zelfs het meest verstrekkende advies: de ondertunneling/overkapping van de A10 werd niet helemaal afgeschoten. Een flinke meerderheid in de gemeenteraad steunde in februari 2026 het rapport en de reactie erop.
Groen vs woningbouw
Leo Euser was een van de in Oost wonende deelnemers. Hij kijkt met tevredenheid terug op het proces en de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad. ‘Het programma zat goed in elkaar en er was uitstekende begeleiding. Meedoen aan zo’n project vergroot de betrokkenheid, van mij, en van de meeste deelnemers. De adviezen zijn goed, weldoordacht en relevant. Bovendien serieus ontvangen door bestuurders, politici en ambtenaren.’
Nieuwsgierigheid was een argument om ja te zeggen tegen de uitnodiging anderhalf jaar geleden. ‘Maar natuurlijk is affiniteit met het onderwerp groen bij elke deelnemer belangrijk, ook bij mij. Met name het spanningsveld tussen groen en woningbouw heeft mijn belangstelling.’ Gevraagd naar een minpunt zegt Euser: ‘Zelf zou ik het mooi hebben gevonden als er binnen het burgerberaad ook ruimte was geweest voor gesprekken met andere belanghebbenden, bijvoorbeeld woningbouwcoöperaties, projectontwikkelaars, ondernemers en/of actiegroepen.’
Integraal
In veel adviezen zijn drie kernpunten terug te lezen. Euser: ‘Ja, het eerste is dat groen altijd prioriteit nummer 1 moet zijn bij afwegingen. Het tweede dat een integrale aanpak, een veel betere afstemming binnen de gemeente zeer gewenst is. Die wens hebben bestuurders en beleidsambtenaren overigens zelf ook in veel groene nota’s vastgelegd, maar de praktijk is zwaar onder de maat. Het derde is de samenwerking met bewoners. Die kan beter worden verankerd.’
Het Burgerberaad doet de volgende suggesties: het aanstellen van een regisseur Groene Groei binnen het ambtelijk apparaat en het instellen van een structureel adviesorgaan – à la de Cultuurraad -: het Amsterdams Groen Beraad (AGB). Ook bij andere adviezen lijken extra geld en extra beleidsambtenaren nodig om ambities van het Burgerberaad en de gemeente te verwezenlijken. Komt hierdoor de uitvoering niet te gemakkelijk op het tweede plan? ‘Dat dilemma is er vaak: geef je middelen uit aan beter beleid of aan betere uitvoering? Dat bijvoorbeeld onderhoud van groen verre van optimaal gebeurt, mede door een personeelstekort, is zeker een ernstig probleem. Duidelijk is ook dat de gemeente het de komende jaren eerder met minder dan meer geld moet doen.’
Meer ambitie
De overheid moet vooral ook samenwerkingspartners aansporen groen te denken en daar waar mogelijk vaker dwingende afspraken met hen maken. Euser is optimistisch: ‘Met name bij de adviezen ‘Groen-intensief bouwen’ en ‘Groenvisie in nieuw- en verbouw’ is meer ambitie van gemeente én andere partijen nodig en mogelijk, denk ik. De uitwerking en concretisering bij deze twee adviezen zijn mooie voorbeelden van het secure werk van het Burgerberaad. En dat de reactie van de gemeente ook positief is, stemt hoopvol.’
Met veel meer reserve reageert de gemeente op het advies Groene Ring A10. Euser met een glimlach: ‘Het is het mooiste advies, ondertunneling van de hele Ring A10. Maar natuurlijk wisten we dat het opgevat zou worden als een onmogelijk vergezicht. Ook dat een kosten-baten analyse al miljoenen zou kosten, wisten we. En dat de gemeente niet gaat over de A10. Dat de denkrichting – eventueel meer gedeeltelijke ondertunneling, meer groen bij de Ring – wordt onderschreven door de gemeente is al mooi meegenomen.’
Groene daken
Praktische problemen rond groen blijven wat onderbelicht in het eindrapport. Ik noem de vele bezwaren tegen bomenkap, het slechte onderhoud op veel groene plekken in de stad en de saaie, al te goedkope en eenzijdige aanplant op nieuwe groenplekken als voorbeelden. ‘Het zijn problemen die zeker zijn aangestipt in de bijeenkomsten, maar ze hebben niet allemaal een plek gekregen in de adviezen of zijn nogal verstopt in de tekst. Zelf wil ik er nog wel een voorbeeld aan toevoegen: dat maar 2% van de daken in Amsterdam groen is, is een schande.’ We concluderen gezamenlijk: ‘Natuurlijk blijven er ook groene activisten en groene actiegroepen nodig.’
‘Natuurlijk blijven er ook groene activisten en groene actiegroepen nodig.’
Door de meer beleidsmatige grote-lijnen-insteek blijven ook de vele concrete groeninitiatieven wat buiten beeld. Voorbeelden daarvan zijn stadsboerderijen, buurtmoestuinen, schooltuinen en volkstuinen.
Natuurlijk valt er heel veel onder gemeentelijk ‘groen’. Het plannen van meer nieuw groen en het beschermen van het bestaande groen spreekt het meest tot de verbeelding, maar onderhoud bijvoorbeeld en groenbeheer, waterbeheer en zorgen voor biodiversiteit zijn ook groentaken van de gemeente.
Monitorgroep
Euser erkent dat hij aan het begin en gaandeweg het traject van het Burgerberaad ook twijfels had: of de gemeente de adviezen wel serieus zou ontvangen, maar vooral ook of de gemeente er wel werkelijk mee aan de slag zou gaan. ‘Ik ben blij verrast hoe bestuurders en ambtenaren de adviezen werkelijk ter harte nemen door ze over te nemen in beleid dan wel door ze mee te nemen bij komende onderzoeken. En het beste bewijs voor de goede bedoelingen is de totstandkoming van een monitorgroep. Met ambtelijke ondersteuning volgt een groep ex-deelnemers aan het Burgerberaad de ontwikkelingen rond de gedane beloftes bij de adviezen. Nu en nog het komende ruim halve jaar. Het is de eerste keer dat een burgerberaad een dergelijk officieel vervolg heeft gekregen.’
- https://openresearch.amsterdam/nl/page/135892/bijlage-2—reactie-op-adviezen-burgerberaad-groene-stad





