Vanaf de Linnaeuskade zien we hem in het schemerdonker aan komen lopen. Wijkagent Robert van de Watergraafsmeer is op weg naar een buurtbijeenkomst over het speeltuintje langs de waterkant. Zijn lange rijzige gestalte en rustige tred dwingen meteen respect af.  

Carolien Gevers    |     Fotografie: Frank Schoevaart

Een jochie van amper vier jaar oud loopt op de wijkagent af en wijst geïmponeerd naar het holster van zijn vuurwapen. Robert knipoogt naar zijn moeder en pakt handig zijn ingeklapte wapenstok. ‘Bedoel je dit, dat is om te biljarten, denk je ook niet?’ Het joch twijfelt en kijkt naar zijn moeder. Robert (61): ‘Dat is zo leuk aan mijn werk, dat je met jong en oud gesprekjes hebt. Ik voel me in Oost zo thuis. Dat komt omdat ik hier vanaf mijn achttiende woonde. Mijn vader is van de Filipijnen naar Amerika gevlucht en mijn moeder is Nederlands. Mijn eerste baantje kreeg ik bij de AH Huygensplein. De jongens met wie ik vakken vulde zijn nog altijd mijn vrienden.’ Robert heeft ook van 1999 tot 2004 met plezier in de binnenstad gewerkt. ‘Het Walhalla van overtredingen met haar tippelzones, schandknaapjes en junks. Maar op een gegeven moment wilde ik meer verdieping en ben ik hier gekomen, notabene op de dag van de moord op Theo van Gogh.’ 

Wijkagent adviseert rond overlast scooters

Scooterhangplek met knallen  

Bij het speeltuintje, afgelopen zomer officieel geopend, staan naast een straatcoach twee medewerkers van de afdeling Jeugd en Veiligheid van de gemeente. Die organiseren deze bijeenkomst vanwege klachten van omwonenden. Er komen er maar enkele. Een jonge moeder vertelt dat het speeltuintje, hoe leuk ook overdag, in de zomer vooral ‘s avonds verworden is tot een scooterhangplek met ronkende motoren, vuurwerk en aanrijdende auto’s van mogelijke dealers. ‘Mijn kinderen slapen er niet van en het voelt onveilig.’ Robert blijkt op de hoogte. Net dan schrikt iedereen op door vuurwerkgeknal aan de overkant van de kade. Hij erop af. Een groepje opgeschoten pubers: ‘Daar is ie weer.’ Robert, die een van hen duidelijk kent: ‘Dat zouden we toch niet meer doen?’ Zijn toon is vaderlijk. Je ziet dat de jongens hem stiekem best okay vinden. Na een waarschuwing druipen ze af.  

Nu niets kunnen 

Omdat er nu al een aantal weken geen overlast meer is, geeft Robert vooral uitleg over hoe je het beste met die scooterlui kan omgaan. Ook wordt er met hem en de gemeente medewerkers gesproken over eventuele aanpassingen aan het speeltuintje door afgrenzing met plantenpotten of meer lampen. Verder geeft iedereen telefoonnummers die men bij onrust in de avond kan bellen. Tot slot legt Robert uit dat hij deze plek al een tijd in de gaten houdt en dat het goed is dat iedereen weet dat de politie dit volgt, maar dat ze nu niets kunnen.  

Alles rustig? 

De volgende dag gaan we langs College de Meer. Binnengekomen meteen een enthousiaste groet van iedereen. Het is pauze. Kakelende leerlingen lopen in en uit. Robert: ‘Op dit tijdstip kom ik graag langs, zodat iedereen mij kent en ik weet wat er rondgaat.’ Robert is op zoek naar een leerling die hij met zijn ouders wil spreken. Een van de medewerkers zal ze met elkaar in contact brengen. De bel gaat weer en net voor we vertrekken vraagt een groepje meiden iemand of hun Engelse les doorgaat. ‘Jullie zijn te laat, die is allang begonnen,’ krijgen ze te horen. Waarop Robert grapt: ‘Daarom ben ik hier natuurlijk.’ De meiden lachen en haasten zich naar de les. Bij de dependance aan de overkant lopen we ook even langs de balie. Robert: ‘Alles rustig?’ 

Niet pluis 

Dwars krijgt te horen: ‘Hier was het vorige week bal met vechtende meiden. Ik was blij dat ik tussenbeide kon komen.’ Even later ziet Robert door het raam iets bij een groepje jongens en loopt snel naar buiten. ‘Wat had jij net in je zak en gaf je, toen je mij zag, vliegensvlug door?’ De jongen: ‘Uhhh, gewoon een pen.’ ‘Mag ik die pen even zien?’ ‘Ik heb niks,’ zegt de jongen naast hem. ‘Kijk maar….’ Robert naar allebei: ‘Waarom dan zo geheimzinnig doen?’ Hij vraagt hun namen en blijft aardig. ‘Hebben jullie een probleem?’ Ontkenning. ‘Jullie weten dat ik veel contact heb met de school. En dat rondlopen met messen verboden is. Is er iets niet pluis, dan kan je echt beter mij benaderen dan met scherpe voorwerpen rondlopen.’ 

Switchen tussen zorg en veiligheid 

Robert legt later uit: ‘Dit soort, mogelijke, incidentjes vindt plaats bij elke school, zelfs de gymnasia. Ik zag iets glimmends. Tegenwoordig zijn ramentikkers populair. Die worden vaak gebruikt voor autokraakjes. Daar kan ik ze nu natuurlijk niet van beschuldigen; contact houden is voorlopig het beste. Ook omdat ze ervaren dat ik dingen snel opmerk.’ Even later staan we in de hal van Yuverta, waar Robert bij de hem bekende baliemedewerker informeert naar de naam van de jongen die hij kende van het vuurwerk de dag ervoor. Naar Dwars: ‘Ik moet voortdurend switchen tussen zorg en veiligheid.’ Een straatje verderop wordt dit meteen geïllustreerd als Robert een foto maakt van een auto aan de overkant. ‘Daar rijdt een jongen in zonder rijbewijs, die is al een paar keer aangehouden, tja dus nu straks weer.’ 

Onschuldige pony en ezel 

Even verderop komt Gitta, bestuursvoorzitter van de Stichting Kinderboerderij de Werf, enthousiast op Robert af. ‘Drankje doen?’ De boerderij blijkt met veel meer dan enkel dieren bezig. Binnen zit ‘de buurt koffiegroep’ gezellig te keuvelen. Robert: ‘Iedereen hier kent Gitta. Zij is de organisator van De Wijktafel van de Watergraafsmeer en met Dynamo en andere zorgpartners betrokken bij allerlei sociale projecten. En… zij is de centrale figuur van het maandelijkse soepuurtje, een overheerlijke en sociale activiteit waar velen niet meer zonder kunnen.’ Gitta: ‘En wij kunnen niet zonder Robert, die altijd meedenkt bij mensen die zorg nodig hebben. En voor de veiligheid, want in deze groene uithoek komen ‘s avonds nog al eens insluipers. Dan is een kort lijntje met de wijkagent onmisbaar. Aaien we nog even onze onschuldige pony en ezel?’ 

Vechtende families 

In het Archimedesplantsoen begroet Robert een vrouw, die rommelt in haar tuintje. Ze schept spontaan op over haar rustige straatje met aardige buurtbewoners en de gezellige soepbijeenkomsten van Gitta. Totaal anders is verderop de klacht van iemand die gek wordt van zijn buurvrouw die alsmaar vuurtjes stookt met stank- en rookontwikkeling en met niemand rekening houdt. Robert: ‘Ik pak het gauw op.’ Tegen Dwars: ‘Dit is nog niks vergeleken met de vechtende families van twee exen waar ik bij betrokken ben. Die zijn vorige week elkaar letterlijk te lijf gegaan met gewonden en al. Ik ga met Veilig Thuis kijken of de ex-vrouw naar een Blijf van mijn Lijf huis kan.’ 

Lange adem 

Tot slot bellen we aan bij een woongroep in de Linnaeusbuurt waar klachten bestaan over een bewoner die ’s nachts door het huis spookt en mogelijk verward is. Robert wil kijken of hij zorg nodig heeft. Helaas wordt er niet opengedaan. ‘Ik blijf het proberen samen met de GGD. Mijn werk vraagt vaak een lange adem. Nu snel naar Veilig Thuis.’