Loop je door de Transvaalbuurt, dan zie je overal Stolpersteine die je als passant herinneren aan een ooit bloeiend Joods leven. Hoe kwam het dat in deze wijk ruim 70 procent van de bewoners Joods was en hoe zag het leven er vóór de Shoah uit? Naar aanleiding van het meinummer van Ons Amsterdam brachten het tijdschrift, BOOST en Geheugen van Oost met verhalen en herinneringen het Joodse verleden van de Transvaalbuurt opnieuw tot leven.
Tekst: Rojin Teymouri | Fotografie: Frank Schoevaart
In de gymzaal van het onlangs tot monument gemaakte pand van BOOST galmt het geroezemoes van de zo’n veertig aanwezigen. ‘Wie heeft hier in de Transvaalbuurt gewoond of woont er nu?’ vraagt Jitske Hell, redacteur bij Ons Amsterdam aan het publiek. ‘En wie heeft er voorouders in de Transvaalbuurt?’ vult cultuurhistoricus en voormalig Transvaalbuurtbewoner Daniël Metz aan. Een aanzienlijk deel van de aanwezigen woont in de buurt of heeft er gewoond. Enkelen blijken zelfs familiegeschiedenissen te hebben die nauw met de Transvaalbuurt verbonden zijn.
Verkrot
Metz vertelt dat de eerste, voornamelijk Joodse bewoners van de Transvaalbuurt afkomstig waren uit de Amsterdamse Jodenbuurt rond Uilenburg. Na de invoering van de Woningwet in 1901 werden de woningen in de Uilenburgerstraat en Valkenburgerstraat gesloopt en ruimer herbouwd. Metz: ‘De Amsterdamse Jodenbuurt was verkrot. Mensen woonden letterlijk in kelders en op zolders waar het lekte en waar geen toiletten waren. Uit een rapport over de woonomstandigheden in de Uilenburgerstraat kwam naar voren dat eigenlijk veertig procent van de huizen onbewoonbaar verklaard zou moeten worden, maar – woordgrapje – ze waren onverklaarbaar bewoond.’
Paleizen
De Transvaalbuurt, Berlages eerste ontwerp voor een arbeiderswijk, werd vanaf 1903 de nieuwe woonplek voor veel van deze armste Amsterdammers. De woningen voelden voor hen als paleizen. Metz: ‘Ze komen van plekken waar ze met 10, 12, 15 mensen op een kamer wonen met een emmer om je behoefte op te doen en ze gaan naar een huis dat een woonkamer heeft, drie slaapkamers, stromend water, een wc met spoeling. Dat was totale luxe voor deze mensen.’
Als één grote familie
Langzaam veranderde de zandvlakte van de Transvaalbuurt in een levendige, voornamelijk Joodse wijk waar prettig gewoond werd. Antoinette Tanja en Liesbeth van Dijk van Geheugen van Oost vullen de middag verder aan met persoonlijke verhalen van Katharina Blog-Suesan, oud-bewoonster van de President Brandstraat: ‘[…] Om ons heen woonden eigenlijk alleen maar Joodse mensen. Thuis leefden we Joods; op elke vrijdag werd de sabbat gevierd, we deden mee aan alle Joodse feestdagen. Ik geloof dat ik toen niet eens besefte dat er ook andere dan Joodse mensen waren. We leefden allemaal in dezelfde buurt, als één kring, als één grote familie. Heel hecht was de buurt; als je bijvoorbeeld wist dat een familie op vrijdag geen soep had, dan ging je ze wat brengen.’
Het Joodse leven
‘In historische bronnen lees je dat het overal in de Transvaalbuurt vroeger rook het op vrijdag naar kippensoep’, vertelt Metz. ‘Ook lees je dat er op vrijdag overal kippenbotjes op straat lagen.’ Af en toe wordt in de zaal instemmend geknikt of gegrinnikt bij een anekdote. Zulke dagelijkse observaties laten zien hoe zichtbaar en voelbaar het Joodse leven in de Transvaalbuurt was. Terwijl de bezoekers nog wat napraten en de gymzaal langzaam leegloopt, blijven de verhalen over een hechte buurt, waar mensen naar elkaar omkeken, nog weerklinken.





