Sinds 1 januari opereert Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) na twintig jaar weer onder haar eigen naam. Deze zomer beschrijft oost-online in een aantal artikelen wat het Waterschap zoal doet in en voor Amsterdam-Oost.
Fokko Kuik
Ik ging op bezoek in het fraaie hoofdkantoor bij Park Somerlust aan de Amstel. Hier hebben het Waterschap en de gemeente Amsterdam twintig jaar samengewerkt onder de naam Waternet. Uit mijn gesprek met woordvoerder Erna van Eerden en Marieke Voeten, beleidsadviseur water en biodiversiteit, begrijp ik dat de scheiding van de twee organisaties best wat pijn heeft gedaan en ook nog wel wat inspanningen vergt. Zo moet de ICT-organisatie, waar veel van de problemen uit voortkwamen, nog worden opgesplitst. Zeker de komende vijf jaar blijven ze wel onder één dak werken, want samenwerking blijft essentieel. Het complexe watersysteem met rivieren, grachten, meren, bruggen, kades, gemalen en zuiveringsinstallaties is nu eenmaal een samenhangend geheel.
Een uitgebreide burgerraadpleging
In het verdere gesprek ligt de nadruk op de toekomst. Eén van de stappen die de nieuwe start markeren, is de online burgerraadpleging die dit voorjaar heeft plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn onlangs gepubliceerd. ‘Dit was eigenlijk de eerste keer dat we zo uitgebreid hebben gevraagd wat de inwoners belangrijk vinden’, vertelt Marieke. ‘Eerst hebben we brede sessies georganiseerd in het landelijke gebied en in Amsterdam. Deelnemers hebben ons daarbij geholpen met het formuleren van de vragen in de online raadpleging. Die stond vervolgens zes weken open voor iedereen. In totaal hebben bijna 2.200 mensen de raadpleging ingevuld. Om dat te bereiken zijn we gaan flyeren en praten met mensen op markten, pleinen en straten.
Schoon water is het belangrijkst en mensen zien ook voor zichzelf een taak
Op mijn vraag aan Erna en Marieke wat hen zelf het meest is opgevallen in de resultaten geven ze aan dat ze vooral blij zijn dat er zoveel mensen hebben meegedaan. Verder bleek heel duidelijk dat de meeste mensen schoon water de belangrijkste opgave voor het waterschap vinden. Op de tweede plaats komt waterveiligheid. ‘Dat komt misschien ook wel omdat de meeste mensen wel vertrouwen hebben in de beschermende functie van onze dijken,’ geeft Erna aan. ‘Dat is immers de traditionele functie van de waterschappen in Nederland’.
‘Wat mij daarnaast in positieve zin opviel’, vult Marieke aan, ‘is dat veel mensen ook een taak voor zichzelf zien als het gaat om de waterkwaliteit en de bescherming tegen het water. Door zelf geen ongewenste rommel (zoals frituurvet, chemicaliën en reinigingsdoekjes) door de wc en de gootsteen te spoelen, kunnen mensen zelf bijdragen aan het schoonhouden van het oppervlaktewater. En door je eigen tuin niet vol te leggen met tegels en kunstgras help je zelf mee om bij overvloedige regenval de wateroverlast te beperken.’
Toenemende belangstelling
Tijdens de gesprekken met passanten op straat – onder andere op de Dappermarkt – merkten ze dat de onderwerpen waarmee het Waterschap zich bezighoudt steeds meer belangstelling wekken. Zo zijn de nieuwsberichten van de laatste tijd over PFAS en medicijnresten in het oppervlaktewater zijn voor een groeiend aantal mensen reden tot zorg. Maar ook overlast van steeds vaker voorkomende stortbuien of incidentele negatieve zwemadviezen zijn onderwerpen die spelen bij de inwoners van het waterschap.
Weinig verschil tussen stad en buitengebied
Op mijn vraag of er veel verschil is in wat mensen in de stad belangrijk vinden ten opzichte van bewoners van het buitengebied, geven ze aan dat dat over het algemeen wel meeviel. Wel lijkt het erop dat onder bewoners van centrumstedelijke gebieden wat grotere zorgen bestaan over de kwaliteit van het oppervlaktewater dan in het buitengebied. Tussen het oordeel van mannen en vrouwen, opleidingsniveau en leeftijd waren de verschillen beperkt. De opvattingen uit het onderzoek worden dus breed gedragen.
Waterschapsverkiezingen in 2027
‘De resultaten van het onderzoek worden meegenomen bij het nieuw te maken Waterbeheerprogramma’, legt Marieke uit. ‘Elke zes jaar zijn we verplicht dat programma te herzien en volgend jaar is er weer een Waterschapsverkiezing. Hoewel waterschapsverkiezingen doorgaans op weinig belangstelling mogen rekenen, zeker in grootstedelijke gebieden, worden de te maken keuzes wel steeds politieker, is de indruk van Marieke. Behalve discussies over peilbeheer in met name veenweidegebieden komen er de laatste jaren nieuwe keuzevraagstukken bij. Zo kan het biodiverser inrichten van oevers relatief meer ruimte innemen, wat ten koste kan gaan van andere functies. Ook ontstaan er bijvoorbeeld dilemma’s als het gaat om de terugkeer van de bever in het watersysteem: dat vormt wellicht een risico voor de waterveiligheid.
Leren van andere landen
Hoewel Nederland door zijn rijke historie op het gebied van waterbeheer altijd al een toonaangevende positie heeft in de wereld, valt er ook genoeg te leren van andere landen. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met water in nieuwe woningbouwgebieden. ‘Vrijwel iedereen in dit werkveld is op zoek naar meer ‘nature based solutions’, legt Marieke uit, ‘en dan is het goed om van elkaar te leren wat werkt en wat niet werkt’.
Terwijl ik bij mijn afscheid nog even geniet van het fraaie uitzicht op de negende verdieping, verheug ik me al op de excursies die ik de komende weken ga maken met vertegenwoordigers van het waterschap. Daarover in de komende weken meer op oost-online.nl. Wie nu al nieuwsgierig is, kan ook terecht op www.agv.nl.
Al in de 13e eeuw verenigden boeren en burgers zich om laaggelegen gebieden te beschermen tegen overstromingen. Het begrip ‘polderen’ stamt dan ook uit deze tijd. In 1850 waren er maar liefst 3.500 waterschappen in Nederland. Inmiddels zijn dat er nog maar 21.
Het grootste deel van Amsterdam valt onder Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), in oppervlak relatief klein, maar qua inwoners juist een groot waterschap.






