Begin november opende Amsta een palliatief-terminale zorgafdeling op locatie De Keyzer in de Czaar Peterbuurt. De gasten, die nog maar kort te leven hebben, krijgen hier zorg en aandacht van professionele verpleegkundigen in samenwerking met een team enthousiaste vrijwilligers.

Jeannette Jonker | Foto Björn Martens

Op een van de acht kamers legt Nico van der Heiden, verpleegkundig consulent palliatieve zorg bij Amsta, uit waarom hij spreekt over ‘gasten’. “De mensen verblijven maar kort bij ons, daarom is bewoners of patiënten minder gepast. Dat laatste creëert ook een afstand en dat willen we juist niet. Wij dragen daarom ook geen uniformen.”

De nieuwe palliatieve zorgafdeling zit op de vierde verdieping van De Keyzer aan de Blankenstraat. Een aantal kamers kijkt uit over de Czaar Peterstraat en centraal in het midden van de afdeling ligt een dakterras, waar je beschut buiten kunt zitten tussen het net aangelegde groen. Elke kamer is gemeubileerd en aangekleed met huiselijke accessoires, zoals boerenbontservies en een zilveren melkkannetje. Nico vertelt dat niet alleen Amsterdammers hier terechtkunnen. Iedereen – die nog minder dan drie maanden te leven heeft – mag hier verblijven na een doorverwijzing van een huisarts of een ziekenhuis. “Misschien wil iemand aan het eind van zijn leven terug naar zijn oude Amsterdamse buurt of misschien is het een plek waar je dicht bij familie kunt zijn.”

Kijken naar wat nog wel kan
Het werk op deze afdeling is veelzijdiger dan veel mensen denken, zegt Nico. “Bij palliatieve zorg denk je misschien vooral aan oude mensen die doodgaan, maar we krijgen soms ook te maken met jonge mensen. Het is bij palliatieve zorg belangrijk om te kijken wat er nog mogelijk is voor iemand en de zorg wordt daarop afgestemd.” Het gaat daarbij om het bieden van warme en comfortabele zorg. Niet alleen lichamelijke zorg is belangrijk, maar ook de psychische vraagstukken, iemands sociale netwerk en zingevingsvragen. Vrijwilligers spelen bij al die onderdelen een grote rol.

Gasten bloeien op
Gasten komen naar Amsta De Keyzer omdat het bijvoorbeeld thuis niet meer lukt. Nico: “Mantelzorgers raken soms overbelast als ze 24 uur lang zorg moeten bieden. Of misschien ontbreekt juist een netwerk van mantelzorgers. Wij bieden hier ook complexere zorg als dat nodig is.” De eerste gasten hebben vanaf begin november – net na de opening – hun intrek genomen in de kamers op de afdeling. Nico: “Hoelang mensen blijven varieert enorm, het kan gaan om een paar uur of in andere gevallen om maanden. We zien soms ook dat mensen zelfs weer een beetje opbloeien. De stress die het soms geeft om alles zelf te moeten regelen, valt hier weg. Gasten worden natuurlijk niet meer beter, maar herstellen soms wel wat.”

Vrijwilligers van onmisbare waarde
Dinah Hunsel, coördinator informele zorg, vertelt wat voor mensen zich hier aanmelden als vrijwilliger. “Dat is heel verschillend. Sommigen zijn gepensioneerd, maar we hebben ook mensen die nog fulltime werken. Gister sprak ik bijvoorbeeld een geneeskundestudent die op haar BIG-registratie vanuit het buitenland wacht.” Iedereen is welkom om zich aan te melden als vrijwilliger. Al is het volgens Dinah wel belangrijk dat je jezelf kunt wegcijferen. De gast en zijn naasten staan altijd centraal.

Nico vertelt wat de vrijwilligers allemaal doen. “Je helpt mee met de zorg en dat houdt ook in dat je soms iemand helpt wassen. Of je maakt koffie en vangt familieleden op. Je bent een soort spin in het web en bespreekt met de gast wat jullie samen willen doen. Misschien wil iemand nog een keer naar de Dappermarkt om een kippetje te eten.”

Fysiek contact is belangrijk
Het fysieke contact met een gast – zoals helpen bij het wassen – is belangrijk op deze afdeling. Nico: “Het gaat soms juist om die extra aandacht en warmte die jij als vrijwilliger kunt geven. Bijvoorbeeld iemand een keer lekker insmeren met bodylotion hoort daarbij. Natuurlijk kan een zorgmedewerker dat ook doen, maar die heeft daar niet altijd tijd of rust voor. Juist in deze laatste fase van het leven hebben mensen die aanraking nodig.” Het echt contact maken kan ook in andere dingen zitten. Nico vertelt over een meneer van 92, die hij vroeg hoe hij aangesproken wilde worden. “Hij heette Joop, maar werd door niemand meer zo genoemd. Als wij hem bij zijn naam noemden, straalde hij helemaal.”

Nog één keer pannenkoeken eten
De zorg op deze afdeling kan soms een beetje tegenstrijdig aanvoelen, vertelt Nico. “We zijn bezig om het leven te vieren en willen dat blijven toevoegen aan de dagen die iemand nog heeft. Het accent ligt in eerste instantie niet op de dood, maar op het leven. Het gaat juist om nog één keer naar het blauwe theehuis of de geitenboerderij gaan. Of ergens pannenkoeken of biefstuk eten. Vaak willen gasten genieten van de simpele dingen in het leven. Soms denken vrijwilligers dat ze vooral goede gesprekken moeten voeren over de naderende dood, maar dat is niet de bedoeling.” De behoeftes van de gast zijn leidend en als vrijwilliger ben je geen rouw- of verliesspecialist.

Het meest boeiende aan zijn werk, vindt Nico de verscheidenheid aan mensen die voorbijkomt. “De dood en het afscheid kunnen zwaar en donker zijn, maar het is juist de kunst om in die schaduw licht te brengen. Dat is waar ik naar zoek in mijn contact. In die lichtheid kunnen we het over zware onderwerpen hebben, maar alleen als iemand dat zelf wil. Ik vind het heel bijzonder en mooi om daar onderdeel van te mogen zijn.

Meer weten en vrijwilliger worden?
Heb je interesse om mee te helpen als vrijwilliger op de afdeling en ben je twee dagdelen per week beschikbaar? Stuur dan een mail naar Dinah Hunsel, via [email protected]. Voor meer informatie: Amsta.nl/palliatievezorg