Emre Ünver, de nieuwe stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Oost, heeft zijn eerste officiële week na het zomerreces er net opzitten. De daaraan voorafgaande vakantietijd heeft hij vooral doorgebracht met wandelen. Door Oost, wel te verstaan. ‘Door de stad lopen, kijken zonder filter, als Amsterdammer. Wat zie ik zelf?’
Gesprek met een gedreven bestuurder en een ras-Amsterdammer over de kunst van het samenleven.

Steven van Galen | Foto’s Anja van Mil

Emre Ünver groeide op in de Vogelbuurt in Noord. Omringd door zijn vader, ooms, tantes en grootouders had hij er een gelukkige jeugd. Al op jonge leeftijd raakte hij geïnteresseerd in wat er in de wereld gebeurde. Zijn Turkse roots zijn niet vreemd aan die belangstelling, vertelt hij op zijn kantoor in het stadsdeelgebouw in Oostpoort. ‘Als kind weet je niet dat je anders bent dan anderen, maar als iemand jou buitenlander noemt, bepaalt dat toch je kijk. ‘Zijn wij anders dan anderen?’, vroeg ik me op zo’n moment af. Toen ik op een Turks tv-kanaal studenten zag die met elkaar op de vuist gingen, vroeg ik aan mijn vader waarom ze dat deden en toen hij antwoordde dat het linkse en rechtse studenten waren, wilde ik weten wat ‘linkse’ en wat ‘rechtse’ studenten waren. Wie mag er stemmen, vroeg ik me als kind al af toen buitenlanders zonder Nederlandse nationaliteit in 1985 voor het eerst lokaal mochten stemmen.’

Fortuynisten

‘Door de combinatie van de zoektocht naar mijn identiteit en het opzoeken van het debat belandde ik in de politiek,’ vat Emre zijn gang naar de politieke arena samen. ‘Tijdens een debat met Fortuynisten waren mijn bijdragen opgevallen. Een aanwezige wethouder motiveerde mij om politiek actief te worden. Na het tweede gesprek stond ik plotseling op plaats acht voor de PvdA-gemeenteraadsfractie. De partij werd bij de verkiezingen in 2006 de grootste partij met twintig zetels.’

Oosterpark

Tijdens zijn recente rondes door Oost is Emre meermaals bij het Oosterpark gaan kijken, op verschillende tijdstippen, vertelt hij. Daardoor weet hij dat de groepen van drugsverslaafde mensen complex zijn en niet homogeen. Maar voor één specifieke doelgroep, Oost-Europese arbeidsmigranten, is zorg moeilijk te organiseren, omdat zij geen ingezetenen of staatsburger zijn. ‘Wat mij vooral zorgen baart, is het grote aantal uitgebuite arbeidsmigranten dat ten prooi valt aan nieuwe, synthetische drugs. Wanneer je als arbeidsmigrant wordt ontslagen, ben je vaak meteen ook je huis kwijt. Eenmaal op straat is de stap naar dope, crack en synthetische drugs gauw gemaakt. De zorg en de politie zijn al overbelast; je mag deze mensen ook niet aan hun lot overlaten.’

Ondergrens

Vooral voor deze mensen is het beter, meent Ünver, als zij zich in hun omgeving omringd weten door familie en vrienden. ‘Ik denk daarom dat het voor iedereen beter is als je deze mensen ertoe kunt bewegen terug te keren naar hun eigen land, voordat je hier de ondergrens van de leefbaarheid bereikt. Nu de gebruikersbus nabij het Oosterpark is vervangen door ambulante rondes, is de eerste prioriteit: een vaste gebruikersruimte in de buurt van het Oosterpark creëren. Doordat het Oosterpark nu officieel een overlastgebied is, kunnen we de druk op dealers opvoeren met gebiedsverboden. Deze maatregelen gaan het probleem niet morgen oplossen, maar deze problematiek is wel een topprioriteit. Het is hoopvol dat ook de regio Amsterdam de arbeidsmigratie gaat aanpakken, want de aanwas van deze groep komt vooral van buiten. Overigens vind ik het absorptievermogen van de wijk rondom het Oosterpark behoorlijk groot en vind ik de bewoners hier bewonderenswaardig geduldig.’

Veiligheid

Emre beheert maar liefst dertien portefeuilles, waaronder ook veiligheid. ‘De veiligheid is objectief gemeten toegenomen,’ zegt hij daarover. ‘In mijn jeugd werd er in de buurt om de haverklap een ruitje ingetikt en een radio gestolen. Maar de beleving van (on)veiligheid is nu heel anders dan toen. Ik hoorde het verhaal over een alleenstaande vrouw die alleen ergens in een hofje in Amsterdam woont. Ze voelde zich onveilig doordat een groepje jochies daar ’s avonds een jointje stond te roken. Maar op het moment dat ze met die jongens via een pak koekjes in contact kwam, was haar angst weg. Sindsdien groeten ze elkaar, kennen ze elkaar bij naam. Nu voelt ze zich juist veiliger als die jongens er wel zijn.’

Kunst van het overleven

De anekdote sluit aan bij wat misschien wel Emre’s grootste issue is: discriminatie, gebaseerd op vooroordelen, ongelijke kansen en ‘de kunst van het samenleven’, thema’s die hem ook als stadsdeelvoorzitter in Amsterdam Nieuw-West al bezighielden. ‘In Amsterdam-Oost leeft alles door elkaar, in Nieuw-West is de segregatie per gebied duidelijker zichtbaar.’ Waarmee Ünver bedoelt dat in Oost meer diversiteit is in de zin van meerdere groepen mensen met een migratieachtergrond die naast elkaar leven en elkaar ontmoeten, zoals in de Javastraat.

De sociaal-economische scores van beide stadsdelen liggen behoorlijk ver uiteen, weet hij. Hij ondersteunt dan ook van harte het feit dat een aantal grote steden inmiddels inzet op het beleidsprincipe van ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’.  Volgens dat principe krijgen de buurten die het het hardst nodig hebben meer geld dan de buurten die beter af zijn.

Agenda’s stapelen

‘Er zijn talrijke wetenschappelijke rapporten geschreven over hoe je segregatie en kansenongelijkheid kan aanpakken,’ vertelt Emre. ‘Volgens mij komt het simpelweg neer op wat ik ‘de ongewone ontmoeting’ noem. De strijd tegen segregatie en ongelijke kansen is een gedeelde strijd.’ Waar hij dan ook een hekel aan heeft: keuzes maken in het leed van minderheden.
‘Voor elke minderheid heb ik intussen wel een agenda gehad: een vrouwenagenda, een regenboogagenda, een arbeidsmarktagenda, noem maar op. En dan zegt iemand: ‘Je hebt geen mannenagenda, je hebt geen agenda voor mensen met een beperking, je hebt geen agenda voor mij.’ Toen dacht ik: ik moet stoppen met het stapelen van agenda’s.

Empathie

Het laatste wat ik wil, is mensen tegen elkaar opzetten. Mijn doel is dat iedereen zonder concessies in het openbaar als zichzelf zichtbaar kan zijn. Er zijn meer manieren om naar iemand te kijken dan als lid van deze of gene minderheid. Ik zeg: ontmoet elkaar. We hebben een prachtige Pride gehad, Keti Koti, noem maar op. We moeten stereotypering en beeldvorming onderuithalen. De kern is: er is maar één agenda, we doen het allemaal samen, schouder aan schouder. Ik zeg: verdiep je in elkaar, toon empathie, we moeten terug naar het menselijke, ontmoet elkaar. Als je je inleeft in het achtergesteld-zijn van de ander, verandert dat jouw perceptie. Dat opent je hart.’

Saamhorigheid

In het gesprek heeft Emre het vaak over zijn jeugd in de Vogelwijk en over zijn uitgebreide familie; over de armoede, over het feit dat zijn vader niet kon gaan studeren, (‘ik was de eerste van de familie die ging studeren’), over zijn verhuizing op tienjarige leeftijd naar West en hoe daar Suikerfeest werd gevierd, met de (Nederlandse) buren. Liefdevol vertelt hij daarna over zijn voorouders in Anatolië; arme mensen zonder grondbezit, dagloners die dag en nacht moesten werken en die door te emigreren het lot van hun kinderen wilden verbeteren.

Wat in Emre’s familiegeschiedenis en in zijn idealen vooral doorklinkt, is saamhorigheid, omzien naar elkaar, er zijn voor elkaar, wie je ook bent, hoe je ook leeft. Zelf woont hij in Geuzenveld; de weekenden brengt hij meestal in Oost door bij zijn vriendin. ‘Als je alleen naar mijn immigratieachtergrond kijkt, hoor ik bij een minderheid. Maar ik ben zoveel meer dan dat. Iedereen hoort bij een minderheid. Maar samen zijn we één grote meerderheid.’

 

Vorig artikelIedereen is welkom op het Buurtfeest 25 jaar Borneo Eiland 
Volgend artikelDe Weesperstraat wordt opnieuw ingericht