Velen zien bij het horen van de naam Matisse een kleurrijke afbeelding met geknipte botanische vormen (wieren, vingerplantbladeren) uit gekleurd papier, maar H’ART Museum weet met de tentoonstelling Chez Matisse, meesterwerken uit Centre Pompidou dit decennia-oude cliché te doorbreken. Geen enkel werk herinnert hieraan.

Anne-Mariken Raukema

De oude meester zou tot op hoge leeftijd bevallige assistentes aan het knippen, klimmen op hoge ladders en plakken hebben gezet. Terwijl hij bazig vanaf de grond met een stok aanwijzingen stond te geven. De Matisse die nu aan de Amstel wordt gepresenteerd, is vele malen verrassender.

Maar liefst tachtig werken van Henri Matisse (1869-1954) zijn te zien in H’ART Museum. Op organische wijze aangevuld met tientallen werken van tijdgenoten en kunstenaars die hij na zijn dood nog zou beïnvloeden. De tentoonstelling, chronologisch en naar in die tijd passend thema – van Fauvisme tot nalatenschap – ingedeeld in acht onderdelen, kamers bijna. Kamers met vensters. Want de vormgevers van de tentoonstelling hebben zich verdiept in het werk van Matisse. En daarin veel vensters en ramen.

Venster op de wereld

Toen Matisse aan het begin van de Eerste Wereldoorlog al midden veertig was en te oud voor de wapenen, trok hij zich noodgedwongen terug in zijn Parijse atelier. Zijn vrienden vertrokken naar de strijdvelden. Hij bezag de wereld vanachter het vensterglas. Niet voor niets was zijn lijfspreuk ‘Het venster is mijn verbinding met de buitenwereld’. Raampartijen, vergezichten en vensters komen dan ook veelvuldig in zijn schilderijen terug.

Invloed op invloed

De jonge Henri Matisse studeert eerst rechten voordat hij in de leer gaat bij Gustave Moreau. Hij is dertig als hij – ook na het afronden van een opleiding aan de École des Beaux Arts in Parijs – verschillende schildertechnieken uitprobeert. Hij blijkt een voorloper van zijn tijd, neemt risico’s die anderen niet nemen in hun experimenten en werd niet alleen zelf beïnvloed, maar beïnvloedde ook veel andere kunstenaars. Niet alleen schilders, ook beeldhouwers en zelfs architecten. Matisse was de eerste die kleur bevrijdde uit de dagelijkse werkelijkheid. Daarmee was hij een van de eerste Fauvisten, ‘de wilde dieren’ die hun personages groen haar gaven. Dat was wel even wennen.

Nummer drie…

De collectie is afkomstig uit Centre Pompidou en deze Matisse-tentoonstelling is de derde op rij die uit een jarenlange samenwerking tot stand kwam. Na Brancusi en Kandinsky is dit de derde grote expositie in deze coöperatie. Centre Pompidou, dat werd geopend in 1975, wordt nu grondig verbouwd en hoopt in 2030 de deuren weer te openen.

Anders dan beide andere exposities is dat je in deze kunt rondlopen met het idee dat je wilt zien hoe de kunstenaar door de tijd heen bijvoorbeeld vrouwen uitbeeldde. Dat zie je de rijkdom in stijlen die Matisse kenmerkt. Maar hem niet per se een betere kunstenaar maakt dan Kandinsky of Brancusi. Wel een andere.

Roemeense blouse nationaal symbool

Beelddrager van de tentoonstelling is Matisse’s schilderij De Roemeense blouse, dat hij in april 1940 maakte. De Duitsers waren net Frankrijk binnengevallen en het werd en wordt gezien als een stil, maar overduidelijk statement tegen de nazi’s en een symbool van bevrijding. Het jonge gezicht zette hij in zeven streken neer en de rode achtergrond, witte blouse en blauwe rok zijn dezelfde als de Franse driekleur. Het doek wekt de suggestie van vrolijkheid en zorgeloosheid en de uitdrukking van het gezicht laat zich niet in een of twee woorden beschrijven.

Marguerite als model

In Saint-Tropez ontmoette Matisse de Franse schilder Signac, die hem de techniek van de streepjes (in plaats van de puntjes van het pointillisme) bijbracht. Niet veel later, in najaar en winter 1904, zou hij zijn leermeester overtreffen met zijn Weelde, rust en genot. De titel ontleende hij aan een dichtregel van Baudelaire. In binnen- en buitenland zag Henri Matisse werken van collega-schilders en werd hij op zijn beurt weer beïnvloed, zoals door Van Gogh. Keer op keer veranderde Henri Matisse van stijl en onderwerp. Hoewel zijn dochter Marguerite wel op dertig van zijn werken voorkomt, hangen twee ervan nu in H’ART. Het portret dat hij kort na het uitbreken van WO I van haar maakt, is bijna stilistisch: Wit en roze hoofd (1914). Het is duidelijk anders dan Marguerite met zwarte kat, uit 1910.

Duitse Brücke

Niet voor niets hangen er relatief veel Duitse expressionisten in de tentoonstelling, zoals August Macke (Lautenspielerin, 1910), Max Pechstein (In den Dünen, 1911) en Emil Nolde (Stilleben met Tänzerinnen, 1914). Zijn collega’s van Die Brücke waren hem even lief als zijn gezin en modellen.

In die tijd (1914) maakte Matisse het werk Openslaande balkondeuren, wat onvoltooid zou blijven, maar wat hij nooit van de hand deed of overschilderde. Een zwart gat gaapt de kijker aan en geen lieftallig en zonnig vergezicht. In de ogen van Matisse was zwart de kleur van het licht. Twaalf jaar na zijn overlijden werd het pas ontdekt en zou het een hele generatie Franse en Amerikaanse beeldend kunstenaars beïnvloeden. Daniel Burens schilderij met ongedefinieerde vormen, mei 1966, hangt er, maar ook Barnett Newman (Jericho 1968/69), Ellsworth Kelly (Yellow Red Curve 1972) en Mark Rothko’s Untitled (Black, Red over Black on Red) uit 1964 zijn present.

De Russische Lydia Delectorskaya zou van kort na WO I tot zijn dood in 1954 de vaste assistente van Henri Matisse blijven, veertig jaar dus, een heel werkzaam leven. In de jaren 30 en 40 hielp zij hem al met de knipsels, die er dus helemaal niet pas tegen het einde van zijn leven waren.

Voor mezelf zijn er gelukkig ook verrassende nieuwe dingen en namen te zien. Zo kende ik niet het werk van Jean Pougny (de in Finland geboren Ivan Puni). Zijn Le violon rouge vond ik adembenemend in zijn eenvoud. Maar ook de Tsjech Frantisek Kupka met zijn halfabstracte doek was nieuw voor me. Fijn om zulke ontdekkingen te doen! En wat te denken van videokunst in een expositie over Matisse? De Russische kunstenares Zoulikka Bouaddella (Moskou, 1977) is in een performance een buikdanseres die, nadat ze haar onderbuik in drie kleuren (rood, wit, blauw) doeken met rinkelende muntjes eraan heeft gewikkeld, op de tonen van de Marseillaise begint te bewegen… Alons, enfants de la patrie…

Er zijn verschillende redenen om nog minstens twee keer naar Chez Matisse te gaan. Om de werken uit de catalogus (€ 39,95), goed verzorgd, nog eens in het echt te zien. Voor de lezer is misschien een keer voldoende, maar doe jezelf een plezier en ga!

Chez Matisse,
meesterwerken uit Centre Pompidou
,
H’ART Museum, Amstel 51.
Te zien tot en met 14 februari 2027.
www.hartmuseum.nl

 

 

Vorig artikelMachteld van der Gaag ‘Ik ga Ramses terugbrengen naar Parijs’ 
Volgend artikelWarmer klimaat maakt van Amsterdam broedplaats voor plaagdieren