Vijf weken later: nog steeds schoon, en Peggy geeft niet op

Eind augustus spraken we Peggy over haar schoonmaakactie rond het winkelcentrum Braziliƫ. Vijf weken later is het tijd voor een nieuwe ronde. En eerlijk is eerlijk: het ziet er nog steeds opvallend netjes uit. Peggy zelf is ondertussen niet alleen afvalraper, maar ook een beetje buurtconciƫrge, onkruidbestrijder en verkeerswaarnemer geworden. Een gesprek met Peggy.

Patrick van den Hoven

Het is hier nog steeds opvallend schoon. Tevreden?

‘Ja, eigenlijk wel. Ik vind dat het goed gaat. Alleen moet ik nog steeds wel heel veel voor andere mensen opruimen. Natuurlijk helpen er soms buurtbewoners mee, maar op het winkelcentrum zelf valt nog steeds genoeg op de grond.

En dat is echt niet alleen de jeugd. Iedereen wijst graag naar jongeren, maar volwassenen kunnen er ook wat van. Bonnetjes zijn een heel apart fenomeen. Die lijken soms direct na het afrekenen hun eigen weg naar de stoep te zoeken.’

Je bent inmiddels ook onkruid gaan verwijderen. Hoe is dat zo gekomen?

‘Dat doe ik vooral vanwege de peuken. Als je het onkruid rond de afvalbakken weghaalt, zie je de peuken veel beter liggen. En inmiddels is het hier bijna peukenvrij.

Dat vind ik belangrijk, want we zitten hier pal aan het water. Als er gesnoeid of geveegd wordt, belandt zo’n peuk zo in het water. Hetzelfde geldt voor bonnetjes en ander klein afval. Dus het gaat mij niet alleen om een schoon plein, maar ook om wat er uiteindelijk in het water terechtkomt.’

En behalve afval heb je nog een andere ergernis: tweewielers.

‘Ja, die blijven bijzonder. Sommige (e-)fietsers knallen gewoon over het plein alsof het de Tour de France is. Terwijl omfietsen misschien twintig seconden kost.

Het mag bovendien niet. En er worden ook fietsen, brommers en soms motoren neergezet waar dat eigenlijk niet hoort. Ik heb daar meldingen over gedaan, maar dan krijg je soms terug dat er moeilijk op te handhaven is. Dan denk ik: als iets niet mag, moet je er af en toe toch ook iets mee doen?’

Na het vorige artikel ontstond een beetje het gevoel van ā€˜Team Peggy’. Bestaat dat nog?

‘Een beetje wel, maar uiteindelijk doe ik nog steeds veel zelf. Er is iemand die af en toe helpt en daar ben ik blij mee, maar bij hem wisselt het hoe het gaat.

Dat hoort ook bij de stad. Je leeft samen met allerlei mensen, ook met mensen die het moeilijk hebben. Daar kun je van alles van vinden, maar je zult toch met elkaar moeten omgaan.

Wat mij soms nog het meest verbaast, is hoe snel mensen oordelen. Als ik een volle vuilniszak uit een bak haal, denken sommigen kennelijk dat ik afval aan het verzamelen ben. Dan krijg je opmerkingen. En dan denk ik: als ze al zo tegen mij doen, hoe reageren ze dan op iemand die echt dakloos is?’

Je doet dit nog steeds zeven dagen per week. Hou je dat vol?

‘Ik probeer het wel iets minder te doen, maar het is nog steeds iedere dag. Voor mij geeft het ook structuur. Ik heb een doel. Als het goed gaat, ga ik naar buiten en doe ik iets. En als het niet gaat, ga ik weer naar huis.

Dat is ook belangrijk: dat ik dit kan doen, betekent niet dat ik ineens weer vijf dagen per week in een gewone baan kan functioneren. Dit kan ik in mijn eigen tempo doen.

Ik ben een doorzetter. Consistentie is voor mij belangrijk. Dus ja, ik wil ermee doorgaan. Al zou een vrije middag op termijn misschien ook geen slecht idee zijn.’

Wat zou je het liefst willen dat mensen hiervan meenemen?

‘Dat het eigenlijk heel simpel is. Gooi je bonnetje niet op straat. Laat je peuk niet vallen. Zet je fiets op een normale plek. En als iemand iets opruimt, hoef je daar niet meteen een oordeel over te hebben.

We maken het soms allemaal ingewikkelder dan nodig is. Als iedereen een klein beetje verantwoordelijkheid neemt, scheelt dat enorm.

Voor mij is het inmiddels meer dan alleen schoonmaken. Het gaat ook over hoe je met je buurt en met elkaar omgaat.’

Vorig artikelDringen geblazen bij Art CafƩ in de nieuwe lichtstraat van Stopera
Volgend artikelDe boekenkast van… Tiare van Paridon