In ‘De boekenkast van…’ vertellen buurtgenoten over hun boekenkast, over wat ze lezen en waarom. Deze week is Tiare van Paridon (1996), filosoof en gek van lezen, aan het woord. Gedreven en bedachtzaam praat ze over haar lievelingsboeken. Onmacht, ziekte en vergankelijkheid zijn thema’s die haar als lezer en als filosoof boeien.

Steven van Galen

In Tiare’s woonkamer staan twee boekenkasten, een voor de literatuur en een voor de filosofieboeken. Na filosofie te hebben gestudeerd, stapte ze over naar een studie literatuur, om uiteindelijk weer terug te keren naar de filosofie. ‘Ik vind het moeilijk kiezen,’ vertelt ze bij aanvang van het gesprek. ‘Bij fictie heb ik de neiging om de rode draad eruit te trekken, de boodschap van het verhaal te benoemen. Dat vind ik interessant. Maar als ik filosofie lees, vaak vrij abstract, denk ik: waar zit de pijn, de vreugde, het échte leven? Daar wil ik zo dichtbij mogelijk komen.’

De Nederlandse leeslijst

‘Ik denk dat mijn liefde voor literatuur is begonnen met W.F. Hermans. Hermans moesten we lezen voor het Nederlandse mondeling. Ik had toentertijd mijn eerste gebroken hart. Mijn docent Nederlands bleek ook liefdesverdriet te hebben. Ik zie ons nog zitten in het verder lege lokaal. Ik geloof dat we een uur hebben gepraat over een zin uit De tranen der acacia’s: ‘Wat kan men in een ander meer liefhebben dan de liefde die hij voor ons koestert?’

Egoïstisch liefdesverdriet

‘We concludeerden dat ons liefdesverdriet nogal egoïstisch was; we misten niet de persoon, maar de liefde die de ander ons gaf. Ik ben nog steeds blij dat ik toen weer ben begonnen met lezen’, aldus Tiare.

Job van Joseph Roth, ‘het laatste boek dat ik heb gelezen’

Terwijl ze vertelt, verschijnt het ene boek na het andere op tafel. Als eerste Job van Joseph Roth, ‘het laatste boek dat ik heb gelezen,’ zegt ze. ‘Het ietwat duistere boek gaat over de lotgevallen van Mendel Singer, een vrome Joodse leraar uit een Russisch dorpje. Zijn vrouw krijgt een diep zwakzinnige zoon, Menoechim. Het gezin emigreert naar Amerika om aan de armoede te ontsnappen. Daar verliest Singer zijn vrouw en zijn drie andere kinderen.

Zijn vroomheid bezwijkt onder al dat leed. Maar plotseling duikt zoon Menoechim op, die in Europa is uitgegroeid tot een gevierd componist. Door dit godswonder herstelt Singers geloof.  ‘Vertel ons dan wat je wil verbranden!’ zeggen mannen die Singers verhaal hebben aangehoord. ‘God wil ik verbranden’, antwoordt hij. De vraag is of God hem slecht heeft behandeld,’ aldus Tiare. ‘Die prachtige dialoog, het grote en het Goddelijke in zo’n ogenschijnlijk simpel verhaal, dat fascineert me.’

Mooiste boek, meeste ezelsoren

Ziekte is een thema dat Tiare boeit. Ze haalt Ti Amo van Hanne Orstavik en Een autobiografie van mijn lichaam van Lize Spit uit de kast. ‘Beide boeken hebben iets heel aftastends. Voor mij gaat het om de vraag of de aanwezigheid van ziekte kan leiden tot een intiemere band, en wie het aandurft om die stap te zetten. Vaak genoeg is dat, helaas, niet het geval.’ En meteen haalt ze het volgende boek uit de kast, Ik heb het de tuin nog niet verteld van Pia Pera. ‘Ook dit boek gaat over loslaten, aftakeling, vergankelijkheid en dood. Het heeft de meeste ezelsoren,’ zegt Tiare lachend, ‘dus is dit een van de mooiste boeken die ik heb gelezen.’ Eerder heeft ze verteld dat ze op elke pagina waar ze een mooie passage tegenkomt, ezelsoren maakt.

Vergankelijkheid

‘In Ik heb het de tuin nog niet verteld schrijft Pia Pera (1965-2016) over de laatste anderhalf jaar met haar ongeneeslijke ziekte,’ licht Tiare toe. ‘Onder de vele vragen die dit oproept, zit ook de vraag hoe het verder moet met haar tuin. Er komt een dag dat de tuinman niet meer voor de tuin zal zorgen, dat de natuur er weer de dienst gaat uitmaken. Waar kunstenaars iets blijvends scheppen, is dat anders in een tuin, realiseert de schrijver zich. Het boek bevat bespiegelingen over filosofie, literatuur, en religie. En het gaat ook over de vraag wat ieder mens na zijn dood achterlaat. Dus over vergankelijkheid. ’

Menselijke boeken

‘Ik lees graag over mensen, hun blinde vlekken, manieren van communiceren, menselijke boeken dus,’ zegt Tiare. ’Ook neig ik steeds meer naar zachte verhalen, lieve verhalen. Dat kan in van alles zitten,’ zegt ze, en daar komt het volgende boek uit de kast. De ontembare van Guillermo Arriaga, ‘een gewelddadig, donker boek over criminaliteit in een rauw milieu in Mexico-stad,’ aldus Tiare. ‘Maar het hoofdpersonage is zo moedig, hij heeft iets zachts, schattigs bijna. Het is de vreugde waarmee mensen het leven aanvliegen en hun onmacht, die me raakt.’

De derde boekenkast van Tiare van Paridon

Lezen is jezelf leren kennen

‘Gaan niet alle verhalen in essentie over onmacht?’ mijmert ze daarop. ‘Onmacht om een confrontatie aan te gaan, om onder ogen te zien dat je niet meer van iemand houdt. Of dat je wel van iemand houdt, maar de ander toch los moet laten. Ik vind het niet zo relevant of een auteur zijn eigen visie neerzet in een boek; wat ik lees is één visie. Door daar kennis van te nemen leer je jezelf beter kennen. Je gaat je verhouden tot wat je leest: is dit een manier om te handelen, te reageren, om te zijn? Kan ik me daarin vinden?’

Boekhandel

Tot voor kort werkte Tiare bij Boekhandel van Pampus op de Van Eesterenlaan. In die tijd las ze veel boeken die net waren uitgekomen. ‘Dit boek heb ik wel honderd keer verkocht in de winkel,’ zegt ze en ze haalt de Bee Sting van Paul Murray tevoorschijn. ‘Het gaat over een vader die een geheime homoseksuele relatie heeft, vervolgens gechanteerd wordt, waardoor zijn gezin in diepe financiële problemen komt. Ook hier lees ik weer onmacht: in plaats van zich uit te spreken, ontvlucht hij de werkelijkheid met het bouwen van een soort ‘Apocalypse-proof bunker’. Paul Murray brengt ons heel dichtbij niet één, maar wel vier heel geloofwaardige en karakteristieke personages. De auteur heeft het gesigneerd,’ zegt ze trots terwijl ze de handtekening in het gesigneerde exemplaar laat zien.

Raakvlak van literatuur en filosofie

Ziekte, onmacht, afscheid zijn onderwerpen die vaak terugkeren in het gesprek. Het zijn dan ook thema’s die voor Tiare aan filosofie en aan literatuur raken. ‘In de literatuur en filosofie ben ik veel met ziekte bezig. Ik vind dat ziekte als geleefde ervaring meer in beeld moet komen. Literatuur laat ons die geleefde ervaring zien, waar we in de dialoog, in het dagelijks leven nauwelijks bij komen.’

Ziekte voorbij de diagnose

‘Als iemand ziek is, vertrekken we vanuit een diagnose,’ licht Tiare toe. ‘Het medische model is dominant in ons denken over ziekte. Maar de diagnose is iets anders dan wat ziekte betekent voor de zieke. Als socratisch gespreksleider en filosoof houd ik me bezig met hoe we een diagnose tussen haakjes kunnen zetten en het denken over ziekte voorbij de diagnose kunnen brengen. Ik vind het sterk als ziekteverhalen het durven om een diagnose niet te noemen. Al zou ik ook graag een verhaal lezen waar de enorme afstand tussen een diagnose en de geleefde ervaring expliciet wordt gemaakt, het conflict dat daarbij kan komen kijken.

Humor

Maar,’ gaat ze opgewekt verder, ‘we hebben het nu vooral over serieuze, zware thematieken gehad. Ik lach net zo graag.’ De allergrappigste boeken… ‘Leaving the Atocha Station van Ben Lerner, All Fours van Miranda July en Zomerhuis, later van Judith Hermann. De droge dialogen, onverwachte acties en radicale eerlijkheid van de personages kon ik heel erg waarderen.’

Vorig artikelVijf weken later: nog steeds schoon, en Peggy geeft niet op