Abracadabra in Joods Museum

Goochelaars en illusionisten, ze zijn van alle tijden. Maar rond 1900 verandert er iets: goochelaars verlaten het marktplein en de kermis en gaan optreden in grote theaters. Met spetterende shows en spectaculaire acts worden ze de supersterren van hun tijd: de Golden Age of Magic is aangebroken. Het Joods Museum wijdt er een tentoonstelling aan: Abracadabra.

Redactie

Joods talent op het toneel

Joodse illusionisten spelen een sleutelrol in de ontwikkeling van deze podiumkunst. Het artiestenvak biedt mogelijkheden voor Joden die dan nog van veel andere beroepen uitgesloten zijn: op het podium telt alleen talent! In Abracadabra ontmoet je iconische goochelaars als Harry Houdini, Horace Goldin en Alexander en Adelaide Herrmann.

Ontsnappingskist van Harry Houdini (Ehrich Weiss), Verenigde Staten, 1907.

Magisch Nederland

In het tweede deel van de tentoonstelling stap je de Nederlandse goochelwereld binnen, met in het middelpunt de familie Bamberg. Zes generaties lang zijn ze actief als goochelaars en belichamen ze zo de bloeitijd van het vak. Wat begon met simpele trucs op de kermis, groeide uit tot een groots theaterspektakel. Een verhaal dat zich vlakbij afspeelt: Vader Bamberg woonde op Nieuwe Amstelstraat 22, pal naast het synagogencomplex dat nu het Joods Museum is. Hier, in het hart van de oude Jodenbuurt, werd zijn wereldberoemde zoon Okito geboren. Je ontdekt ook Studio Larette, jarenlang de enige goochelwinkel van Nederland en het kloppende hart van de goochelscene.

Hans Klok: een eerbetoon aan zijn voorgangers

Los Secretos de Fu-Manchu: The Devil Doctor.

Voor Hans Klok is Abracadabra een persoonlijk eerbetoon aan de illusionisten die hem vormden. Als groot bewonderaar van deze grote namen treedt hij op als gids door hun wereld. Hij liet zich in zijn eigen shows inspireren door voorgangers als Houdini en een belangrijk deel van de tentoongestelde topstukken komt uit zijn eigen verzameling: van Okito’s duivenpan en verdwijnkist tot zeldzame familiefilmpjes van de Bambergs.

Emile Schrijver, directeur Joods Cultureel Kwartier: ‘Het is fascinerend hoe Joden keer op keer een belangrijke rol hebben gespeeld in vrije beroepen: beeldende kunst, literatuur, theater, variété, en dus ook het illusionisme. We kunnen niet wachten de werelden van Houdini, Okito en Professor Ben-Ali-Libi binnen te wandelen.’

Vrouwen aan de top

Goochelen is op het hoogtepunt van de Golden Age of Magic vooral een mannenzaak, maar in Abracadabra leer je de vrouwen kennen die op het podium of van achter de schermen de goochelwereld veranderden. Adelaide Herrmann verovert als ‘Queen of Magic’ de grootste theaters en vangt zelfs kogels op tussen haar tanden. Miss Blanche schittert in Europa met kaarten en brandende sigaretten, en Gloria Dea is de eerste goochelaar ooit op de beroemde Strip in Las Vegas.

Handboeien van Harry Houdini (Ehrich Weiss), 1895–1920.

Zelf aan de slag

Verdwijnen, ontsnappen, zweven, gevaarlijke illusies: hoe werkt dat? In de tentoonstelling neem je een kijkje achter de schermen. Je kunt ook zelf met deze trucs aan de slag: zaag je moeder door of laat je broertje verdwijnen. Hans Klok gaat je erbij helpen. Abracadabra is gemaakt voor jong en oud.

Affiche van Carl Hertz (Louis Morgenstein) die ‘The Vanishing Lady’ opvoert, Londen, 1890–1900.

De schaduwkant

Abracadabra verzwijgt de schaduwkant niet: met de Jodenvervolging kwam een abrupt einde aan de bloeiende Joodse goocheltraditie in Nederland. De meeste artiesten werden vermoord. De tentoonstelling zet dit talent terug in het licht, zoals de geliefde Professor Ben-Ali-Libi, die met een handbeweging bloemen en duiven liet verschijnen. Hij, zijn vrouw en zijn dochter werden in 1943 vermoord. Zo is Abracadabra een ode aan de goochelkunst én aan wat door de oorlog verloren ging.

Abracadabra,
Geheimen van Houdini tot Hans Klok,
te zien in het Joods Museum
tot en met 29 maart 2027

Previous articleUit het Geheugen van Oost: Tijdreiscafé in de Indische Buurt
Next articleHenri Matisse arriveert in Amsterdam